Grammatica - Taalkundig

Welkom 
maandag 11 april 
1 / 20
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

Cette leçon contient 20 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

Éléments de cette leçon

Welkom 
maandag 11 april 

Slide 1 - Diapositive

Welkom
Reflectie op de spellingsles

Uitleg grammatica

Maken: opdrachten 

Slide 2 - Diapositive

Sterke werkwoorden

Slide 3 - Diapositive

Zwakke werkwoorden

Slide 4 - Diapositive

Grammatica hoofdstuk 4
Lidwoorden

Werkwoorden

Zelfstandig naamwoorden 

Slide 5 - Diapositive

Leertekst: Lidwoord
  • de, het, een
  • hoort altijd bij een zn: het huis, de tas, een hond
  • In het meervoud: de huizen, de eieren
  • het glazen huis, een blaffende hond

Slide 6 - Diapositive

Zelfstandig naamwoord
  • mensen: bakker, kindje, vuilnismannen;
  • dieren: hond, aapje, muizen;
  • planten: cactus, grassprietje, bomen;
  • dingen: pen, krukje, gordijnen;
  • namen: Sem, Enschede, Bloemendaalstraat;
  • begrippen: liefde, respect, geluk.


Slide 7 - Diapositive

Slide 8 - Lien

Werkwoorden 
  • Een werkwoord (ww) is een doe-woord. 
  • Het zegt wat iets of iemand doet of wat er gebeurt: maak, gedaan, is, wandelde, bekijken, verhuisd, roep, liep.
  • Ze staan in de tegenwoordige tijd of in de verleden tijd.
  •  ik-hij-wij-rijtje maken: ik loop, hij loopt, wij lopen.

Slide 9 - Diapositive

Goedemorgen
Absentie 
Deze les: Ik weet wat ik moet leren voor de toets
Terugblik vorige les
  • Zelfstandig test jezelf maken
  • Verlengde instructie spelling: Jamie, Mali, Eline, Bas, Hayden

Toets donderdag 21 april

Slide 10 - Diapositive

Grammatica 
Lidwoorden

Werkwoorden

Zelfstandig naamwoorden 

Slide 11 - Diapositive

Wat is in deze zin het lidwoord?
Schrijf het lidwoord op.

Slide 12 - Question ouverte

Wat zijn zelfstandige naamwoorden?

Slide 13 - Question ouverte

Wat is het zelfstandig naamwoord in de volgende zin:
We hebben een nieuwe tafel gekocht.
A
hebben
B
gekocht
C
een
D
tafel

Slide 14 - Quiz

Spelling 
persoonsvorm tegenwoordige tijd

persoonsvorm verleden tijd

meervoud 's

Slide 15 - Diapositive

Sterke werkwoorden

Slide 16 - Diapositive

Zwakke werkwoorden

Slide 17 - Diapositive

Slide 18 - Vidéo

Woorden
  • woordlijst 1 en 2
  • woordbetekenis 

Slide 19 - Diapositive

Aan de slag
maken: test jezelf hoofdstuk 4
woorden
spelling
grammatica 

Slide 20 - Diapositive