Flexles leesvaardigheid dinsdag 25 februari - 1 vwo

Flexles leesvaardigheid 
1 vwo
1 / 17
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

Cette leçon contient 17 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 40 min

Éléments de cette leçon

Flexles leesvaardigheid 
1 vwo

Slide 1 - Diapositive

Voortgang
Na de vakantie maak je tijdens het flexuur een 'toets'. Aan de hand van die toets bepaal ik of het voor jou nog noodzakelijk is om naar het flexuur te komen. 

Slide 2 - Diapositive

Leerdoelen
  • Ik kan uitleggen wat leesstrategieën zijn. 
  • Ik kan uitleggen wat het doel is van de leesstrategieën oriënterend lezen, globaal lezen, precies lezen en zoeken lezen.
  • Ik kan uitleggen wat je bij de leesstrategieën oriënterend lezen, globaal lezen, precies lezen en zoekend lezen moet doen.
  • Ik kan de leesstrategieën oriënterend lezen, globaal lezen, precies lezen en zoekend lezen op de juiste manier gebruiken.
  • Ik kan uitleggen wat het een onderwerp van een tekst is. 
  • Ik kan het onderwerp van een tekst beschrijven. 
  • Ik kan uitleggen wat deelonderwerpen zijn.
  • Ik kan deelonderwerpen herkennen in een tekst.

Slide 3 - Diapositive

Leerdoelen
  • Ik kan uitleggen wat een alinea is en ik kan een alinea herkennen. 
  • Ik kan uitleggen wat tussenkopjes zijn.
  • Ik kan tussenkopjes herkennen.
  • Ik kan herkennen welke alinea's bij een tussenkopje horen. 
  • Ik kan uitleggen wat woordraadstrategieën zijn. 
  • Ik kan de woordraadstrategie synoniem, omschrijving, definitie, voorbeeld, tegenstelling, bekend woorddeel en illustratie op de correcte manier gebruiken. 
  • Ik kan uitleggen wat de hoofdgedachte van een tekst is. 
  • Ik kan de hoofdgedachte van een tekst herkennen.

Slide 4 - Diapositive

Leerdoelen
  • Ik kan uitleggen wat de schrijver wil bij de tekstdoelen amuseren, informeren, instrueren, overtuigen en activeren. 
  • Ik kan voorbeelden van tekstsoorten geven bij de tekstdoelen amuseren, informeren, instrueren, overtuigen en activeren. 
  • Ik kan het belangrijkste tekstdoel van een tekst herkennen. 

Slide 5 - Diapositive

Leg uit wat het begrip 'leesstrategie' betekent.

Slide 6 - Question ouverte

Leesstrategieën

Slide 7 - Carte mentale

Wat is het doel als je oriënterend leest?

Slide 8 - Question ouverte

Wat moet je doen als je de tekst globaal leest?

Slide 9 - Question ouverte

Leg het begrip 'onderwerp van de tekst' uit.

Slide 10 - Question ouverte

Wat zijn deelonderwerpen?

Slide 11 - Question ouverte

Leg uit wat met 'de hoofdgedachte' van een tekst wordt bedoeld.

Slide 12 - Question ouverte

Welke leesstrategie moet je gebruiken om de hoofdgedachte van een tekst te vinden?

Slide 13 - Question ouverte

Wat is het doel van de schrijver als hij jou wil overtuigen?

Slide 14 - Question ouverte

Wat is het doel van de schrijver als hij jou wil activeren?

Slide 15 - Question ouverte

Geef een voorbeeld van een tekst als de schrijver jou wil instrueren.

Slide 16 - Question ouverte

Geef een voorbeeld van een tekst als de schrijver jou wil amuseren.

Slide 17 - Question ouverte