Les 7: Quiz + afronding module

Les 7: Begeleiden bij wonen 
1 / 40
suivant
Slide 1: Diapositive
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

Cette leçon contient 40 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 2 vidéos.

time-iconLa durée de la leçon est: 60 min

Éléments de cette leçon

Les 7: Begeleiden bij wonen 

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Terugblik vorige les
Ondersteunen bij geldzaken

Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Planning deze les 
  • Week van het geld 
  • Hoe duur is het? 
  • Uitleg presentaties
  • Uitleg afronden module Dulon online 

Slide 3 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 4 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Mijn gelddroom

Slide 5 - Carte mentale

Cet élément n'a pas d'instructions


Geldgeluk
Welke uitgaven maken gelukkig?
Follow the money

Slide 6 - Sondage

10 minuten

Soms geef je geld uit aan iets, maar denk je achteraf: waarom heb ik dit eigenlijk gekocht? En een andere keer denk je: dit is de aankoop van het jaar! Is dit herkenbaar? Welke aankopen maken je echt gelukkig?

Vul de poll in met de klas. Worden ze gelukkiger van het betalen van hun zorgverzekering, van shoppen of van een avondje naar de bioscoop?

Laat studenten daarna de geluksmeter per uitgave invullen. De studenten geven hun uitgaven een cijfer tussen 0 en 10. Als de studenten de bank-app van Finn hebben gebruikt, doen ze net alsof het hun eigen uitgaven waren.

De studenten bespreken de geluksmeters in groepjes na. Denken ze hetzelfde over geldgeluk? Laat ze nadenken over vragen als:
  • Met welke aankoop ben je heel erg blij? Is het gevoel van blijdschap tussen de aankoop en nu hetzelfde gebleven?
  • Waarom geef je geld uit aan dingen die je niet echt gelukkig maken? Is dit gemak, groepsdruk of verveling?
  • Is er een verband tussen geluk en vaste lasten, geluk en dagelijkse uitgaven en geluk en incidente uitgaven? Zijn vaste lasten bijvoorbeeld minder leuk dan incidentele uitgaven? Zijn ze daardoor ook minder belangrijk?
Houd er rekening mee dat er ook studenten zijn die alleen geld kunnen uitgeven aan vaste lasten en weinig geld kunnen uitgeven aan leuke dingen.

Slide 7 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoe maak jij je gelddromen waar?
Hoe zou jij dit aanpakken?
Het lijkt alsof iedereen iets van je wil. De een vraagt of je meegaat naar de film, de ander wil een weekendje weg. En dan krijg je ook nog de vraag wie er mee wil op een surfreis naar Spanje. Je wilt het allemaal doen, maar daar heb je niet genoeg geld voor.
  • Wat zou jij doen?
First things first
Wist je dat ...
Wist je dat uit onderzoek is gebleken dat 42% van de mbo-studenten geen belastingaangifte doet en daardoor belastingteruggave misloopt. Dat is nog eens een makkelijke manier om geld (terug) te verdienen. 45% van de jongeren geeft aan rijk te willen worden. Om geld te verdienen zien veel jongeren beleggen, een eigen onderneming starten en handelen in crypto’s als een effectieve manier om hun doel te bereiken.
  1. Ik moet kiezen, dus dat doe ik ook.
  2. Ik zeg overal ja op en zie vanzelf hoe ik dat geld bij elkaar ga krijgen.

Slide 8 - Diapositive

5 minuten

Bespreek de situatie, wat zouden de studenten doen en waarom? Welke afweging hebben ze gemaakt? Stel vragen als:
  • Als je besluit het allemaal te doen, dan heb je waarschijnlijk extra geld nodig. Hoe kun je extra geld verdienen? Denk out of the box!
  • Wat voor soorten baantjes hebben de studenten gehad?
  • Welke manieren om geld te besparen hebben de studenten ooit uitgeprobeerd?
  • Hoe heeft jouw keuze invloed op je gelddroom?
Wist je dat uit onderzoek is gebleken dat 42% van de mbo-studenten geen belastingaangifte doet en daardoor belastingteruggave misloopt? Dat is nog eens een makkelijke manier om geld (terug) te verdienen! 45% van de jongeren geeft aan rijk te willen worden. Ze zien beleggen, een eigen onderneming starten en handelen in crypto’s als een effectieve manier om dit doel te bereiken. 
Hoe is dat voor de studenten in jouw klas? Weten ze waar je op moet letten en welke risico’s dit met zich mee kan brengen? Neem eens een kijkje op deze site.


Hoe maak jij je gelddromen waar?
Hoe zou jij dit aanpakken?
Je hebt schulden bij je beste vriend en op je spaarrekening staat niets. Je telefoon gaat stuk en je wilt vandaag nog een nieuwe kopen.
    • Wat zou jij doen?
    First things first
    Wist je dat ...
    Wist je dat 49% van de studenten weleens geld uitleent aan vrienden of vriendinnen. Het terugbetalen gaat lang niet altijd goed: 39% van de studenten betaalt op tijd terug, de rest komt soms iets te laat! Ook geeft 34% van de studenten aan het soms of altijd lastig te vinden om geld terug te vragen.
    1. Ik heb toch al schulden, een paar honderd euro meer of minder maakt nu ook niet meer uit.
    2. Ik heb geen geld, dus ik koop geen nieuwe telefoon. 

    Slide 9 - Diapositive

    5 minuten

    Bespreek de situatie, wat zouden de studenten doen en waarom? Welke afweging hebben ze gemaakt? Stel vragen als:
    • Wie zou er nog een lening aangaan? Bij wie en wat zijn de risico’s hiervan?
    • Welke oorzaken kun je bedenken voor het ontstaan van schulden bij jongeren? (Denk aan AfterPay, het afsluiten van abonnementen, crypto, beleggen, druk voelen om mee te gaan in de nieuwste trends, het aangaan van een lening (bij vrienden), het moeten betalen van een verzekering voor je scooter, reiskosten en gokken.)
    • Waar let je op bij het kopen van een nieuwe telefoon? Moet het van een bepaald merk zijn? Is een tweedehands of refurbished telefoon ook goed? Welke afweging maak jij?
    • Hoe heeft jouw keuze invloed op je gelddroom?
    Wist je dat 49% van de studenten weleens geld uitleent aan vrienden of vriendinnen? Het terugbetalen gaat lang niet altijd goed: 39% van de studenten betaalt op tijd terug, de rest komt soms iets te laat! Ook geeft 34% van de studenten aan het soms of altijd lastig te vinden om geld terug te vragen. Hoe is dat voor de studenten in jouw klas? Bron.

    Hoe maak jij je gelddromen waar?
    Hoe zou jij dit aanpakken?
    Iedereen draagt de nieuwste sneakers. Zelfs je tijdlijn staat vol influencers die ze promoten. De sneakers zijn nu ook nog te koop met twintig procent korting.

    • Wat zou jij doen?
    First things first
    Wist je dat ...
    Wist je dat veel jongeren zich laten beïnvloeden door influencers bij het nemen van financiële beslissingen? Dit pakt niet altijd slecht uit hoor! 39% van de jongeren heeft hier geld mee verdiend, 46% geld bespaard en 29% heeft geld verloren.
    1. Ik ben niet gevoelig voor trends en kortingen. Ik koop ze niet.
    2. Dit is het moment, ze zijn nog nooit zo goedkoop geweest. Natuurlijk koop ik ze!

    Slide 10 - Diapositive

    5 minuten

    Bespreek de situatie, wat zouden de studenten doen en waarom? Welke afweging hebben ze gemaakt? Stel vragen als:
    • Wie heeft er weleens iets gekocht na het bekijken van een video op social media?
    • Wat is er nodig om jou een product te laten kopen?
    • Hoe kun je advertenties op social media herkennen?
    • Reclamemakers zijn uit op jouw geld! Ze proberen je te verleiden. Wie kan er een voorbeeld noemen of een reclame laten zien waar jij echt gevoelig voor was?
    • Hoe kun je achterhalen of een webshop echt is?
    • Hoe heeft jouw keuze invloed op je gelddroom?
    Achtergrondinformatie
    Influencers zijn mensen die invloed hebben op hun volgers op sociale media, zoals YouTube, TikTok, Snapchat en Instagram, doordat ze hun mening of aanbevelingen volgen. Reclame, vooral via influencers, is vaak subtieler dan traditionele reclame. In plaats van een directe advertentie, is de boodschap verweven in de content die mensen toch al graag bekijken. Dit maakt het moeilijker om het verschil te zien tussen reclame en 'echte' inhoud. Influencers spelen vaak in op psychologische technieken zoals sociale bewijskracht (iedereen koopt het, dus het moet wel goed zijn) en schaarste (beperkte aanbiedingen). Dit kan ervoor zorgen dat mensen iets kopen dat ze eigenlijk niet nodig hebben.

    Ook het algoritme speelt een grote rol in welke reclames je te zien krijgt. In je feed zie je vooral mensen die op jou lijken en producten die jij ook graag zou willen hebben. Deze reclame op maat maakt de verleiding nog groter.

    Het is belangrijk dat consumenten, zoals jongeren, leren om kritisch te kijken naar reclame en de invloed van influencers. Dit houdt in dat ze zich bewust moeten zijn van de technieken die gebruikt worden om hen te verleiden iets te kopen en dat ze moeten nadenken over wat ze echt nodig hebben versus wat hen wordt aangepraat.

    Wist je dat veel jongeren zich laten beïnvloeden door influencers bij het nemen van financiële beslissingen? Dit pakt niet altijd slecht uit hoor! 39% van de jongeren heeft hier geld mee verdiend, 46% geld bespaard en 29% heeft geld verloren. Hoe is dat voor de studenten in jouw klas?
    Jongeren die (een deel van) hun geld zelf verdienen, denken dat ze zich beter kunnen weren tegen de invloed van influencers. Hoe denken de studenten in jouw klas hierover? Bron.
    Hoe maak jij je gelddromen waar?
    Hoe zou jij dit aanpakken?
    Je hebt een lange dag gehad en snakt naar een blikje frisdrank. Je hebt jezelf beloofd geen onnodige uitgaven te doen, omdat je wilt sparen voor je gelddroom, maar een blikje fris is wel heel lekker nu.
    • Wat zou jij doen?
    First things first
    Wist je dat ...
    Wist je dat 30% van de jongeren het lastig vindt om zich te wapenen tegen impulsaankopen en dat online aankopen sneller worden gedaan dan in een fysieke winkel. Van impulsaankopen heb je vaker spijt dan van geld dat je aan een gelddroom hebt uitgegeven. 83% van de jongeren heeft weleens spijt van iets dat ze gekocht hebben
    1. Ik houd me aan mijn afspraak. Ik doe het niet.
    2. Ik vind dat ik het echt verdiend heb en één blikje kan toch geen kwaad? Ik koopt het én dan kan er ook nog wel een snack bij.

    Slide 11 - Diapositive

    5 minuten

    Bespreek de situatie, wat zouden de studenten doen en waarom? Welke afweging hebben ze gemaakt? Stel vragen als:
    • Heb jij bepaalde gewoontes waar je elke maand geld aan uitgeeft?
    • Heb je weleens iets gekocht waar je later spijt van had? Iets dat je niet nodig had of nooit hebt gebruikt? Hoe zou je kunnen voorkomen dat je zulke aankopen doet?
    • Hoe heeft deze keuze invloed op je gelddroom?
    Achtergrondinformatie
    Vraag of iemand weet wat de ‘latte-factor’ is. Vertel: latte is een soort koffie met melk die overal ‘to go’ verkocht wordt. Met de ‘latte-factor’ wordt bedoeld dat als je geld wilt besparen, je naar al je kleine, soms onnodige, uitgaven moet kijken. Als je het geld waar je dagelijks een latte to go voor koopt op je spaarrekening zet, dan kan dit op lange termijn een groot bedrag worden. Niet alleen omdat je het geld spaart, maar ook doordat je rente op rente krijgt. Wat valt bij de studenten onder hun ‘latte-factor’? Hoeveel zou je per jaar kunnen besparen als je je meer bewust bent van deze uitgaven? Is dat meer of minder dan je verwacht had?

    Wist je dat 30% van de jongeren het lastig vindt om zich te wapenen tegen impulsaankopen en dat online aankopen sneller worden gedaan dan in een fysieke winkel. Geldt dat ook voor de leerlingen in jouw klas? 
    Van impulsaankopen heb je vaker spijt dan van geld dat je aan een gelddroom hebt uitgegeven. 83% van de jongeren heeft weleens spijt van iets dat ze gekocht hebben. Ligt dit percentage in jouw klas hoger, lager of komt het overeen? Bron.

    Hoe maak jij je gelddromen waar?
    Hoe zou jij dit aanpakken?
    Je ouders vinden het belangrijk dat je je bewust bent van de vaste lasten die zij elke maand hebben. Ze vinden dat je erg lang doucht. Een douchebeurt kost gemiddeld € 0,51. Ze besluiten dat jij dit bedrag per douchebeurt naar hen moet overmaken.
    • Wat zou jij doen?
    First things first
    1. Dit ga ik dus echt niet doen! Ik ga in gesprek.
    2. Ik begrijp de keuze van mijn ouders. Ik ga het geld naar ze overmaken.

    Slide 12 - Diapositive

    5 minuten

    Bespreek de situatie, wat zouden de studenten doen en waarom? Welke afweging hebben ze gemaakt? Stel vragen als:
    • Welke vaste lasten hebben je ouders, of jijzelf? Denk aan kosten voor water, huur of hypotheek en elektriciteit.
    • Welke vaste lasten hebben de studenten per maand? Is er een manier om deze te verlagen? Denk aan het afsluiten van een goedkoper abonnement of abonnementen die je niet gebruikt opzeggen, het laten checken of je niet te veel huur betaalt, of buiten sporten in plaats van naar de sportschool gaan.
    • Wie kan zich vinden in de keuze van de ouders om een bijdrage per douchebeurt te vragen? Zou je per douchebeurt betalen of liever een groter bedrag vooruitbetalen? Waarom?
    • Wie moet er thuis kostgeld betalen? Wat vind je daarvan?
    • Hoe heeft deze keuze invloed op je gelddroom?
    Wat is het gevolg?
    -
    +
    Kleine spontane uitgaven zoals naar de film of een drankje in de stad kunnen best.
    Een lening aangaan bij een vriend. Why not?! Ik betaal hem later terug.
    Als iets in de aanbieding is, mag ik het best kopen. Het is dan tenslotte goedkoper.
    4. Gewoontes zijn lastig af te leren, maar je gaat je best doen! 
    Ik kijk kritisch naar mijn vaste lasten, misschien valt hier winst te behalen.
    First things first

    Slide 13 - Question de remorquage

    5 minuten

    De situaties van net staan weergegeven op het bord. De studenten slepen de kaartjes naar een plek op de lijn. Waar past het kaartje het best volgens hen? De lijn loopt van ‘negatieve invloed op het bereiken van je gelddroom’ tot ‘positieve invloed op het bereiken van je gelddroom’.

    Geef de studenten als tip dat ze de stelling die de meest negatieve invloed heeft op hun gelddroom als eerste op de lijn plaatsen. Anders kunnen er mogelijk wat problemen binnen het programma ontstaan.

    Bekijk samen de lijnen die de studenten hebben neergelegd. Komt de volgorde van de kaartjes overeen of zijn er grote verschillen? Stel vragen als:
    • Oranje. Ga in op de frequentie van bepaalde uitgaven. Stel, je gaat elke week naar de film, zou je het kaartje dan op een andere plek zetten?
    • Geel. Aan hoeveel geld denk je bij een lening? Is er een verschil tussen een lening van € 100 of € 50?
    • Blauw. Kennen de studenten onlogische redeneringen die soms bij geld uitgeven horen? Zoals: ‘Ik bestel meer, want dan hoef ik geen verzendkosten te betalen’ of ‘Ik heb € 10 korting in de supermarkt, dus van die tien euro kan ik nu iets anders kopen. Dat is dan gratis’. Wie herkent deze creatieve, maar onlogische berekeningen?
    • Roze. Welke afweging maak je in je hoofd als je iets wel of niet koopt? Bij wie gaan uitgaven soms spontaan, zonder er echt over na te denken?
    • Paars. Kijk terug in je rekeningoverzicht, waar geef je elke maand een vast bedrag aan uit? Is dat echt nodig?

    Hoeveel kost een heel boeren tarwebrood?


    A
    € 0,65
    B
    € 2,29
    C
    € 1,29
    D
    € 3,97

    Slide 14 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost 1,5 kilo Jonagold handappels?

    A
    € 0,65
    B
    € 2,99
    C
    € 3,49
    D
    € 2,75

    Slide 15 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost een pak Campina halfvolle melk van 1 liter?

    A
    € 0,60
    B
    € 2,30
    C
    € 0,40
    D
    € 1,49

    Slide 16 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost een blik Unox knakworsten?
    A
    € 1,88
    B
    € 0,39
    C
    € 3,45
    D
    € 2,89

    Slide 17 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost een krat Amstel bier?

    A
    € 5,35
    B
    € 8,67
    C
    € 17,99
    D
    € 19,73

    Slide 18 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost een 1,5 liter fles
    Coca Cola?
    A
    € 0,95
    B
    € 2,79
    C
    € 1,20
    D
    € 3,95

    Slide 19 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost een stuk Goudse Jong Belegen kaas 48+ van 1 kilo?
    A
    € 10,17
    B
    € 8,24
    C
    € 4,10
    D
    € 6,39

    Slide 20 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost een doos Ola Festini fruitijsjes Peer van 12 stuks?
    A
    € 2,89
    B
    € 3,95
    C
    € 1,75
    D
    € 4,39

    Slide 21 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost een pak boerencake van 800 gram?
    A
    € 0,97
    B
    € 2,49
    C
    € 0,35
    D
    € 1,80

    Slide 22 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost een potje Jozo Tafelzout van 125 gram?
    A
    € 1,49
    B
    € 1,95
    C
    € 2,25
    D
    € 0,59

    Slide 23 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost een blik Unox Stevige Erwtensoep van 800 ml?
    A
    € 2,51
    B
    € 1,15
    C
    € 3,69
    D
    € 4,23

    Slide 24 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost 1 courgette?
    A
    € 1,20
    B
    € 1,95
    C
    € 1,45
    D
    € 0,95

    Slide 25 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost een zak aardappelen van 2,5 kg?
    A
    € 3,10
    B
    € 2,50
    C
    € 5,74
    D
    € 3,66

    Slide 26 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost een bakje Hollandse garnalen?
    A
    € 2,99
    B
    € 6,49
    C
    € 4,99
    D
    € 2,55

    Slide 27 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost een fles vers geperste jus d'orange van 1 liter?
    A
    € 1,25
    B
    € 2,99
    C
    € 1,99
    D
    € 3,99

    Slide 28 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost een bakje Italiaanse Salade van 250 gram?
    A
    € 3,99
    B
    € 2,99
    C
    € 1,69
    D
    € 2,10

    Slide 29 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost een kuipje Blue Band Halvarine van 500 gram?
    A
    € 1,36
    B
    € 2,19
    C
    € 0,80
    D
    € 2,49

    Slide 30 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost een reep Verkade Romige Melk chocolade?
    A
    € 0,45
    B
    € 0,90
    C
    € 2,59
    D
    € 1,45

    Slide 31 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost een pizza Salame
    van Dr. Oetker?
    A
    € 2,15
    B
    € 0,95
    C
    € 1,95
    D
    € 2,99

    Slide 32 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost een pak Kellogg's cornflakes van 500 gram?
    A
    € 1,65
    B
    € 2,99
    C
    € 3,45
    D
    € 4,10

    Slide 33 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kosten 6 danoontjes?
    A
    € 1,45
    B
    € 0,98
    C
    € 1,59
    D
    € 2,98

    Slide 34 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost halve een
    appelkruimelvlaai?
    A
    € 2,99
    B
    € 7,99
    C
    € 3,99
    D
    € 4,99

    Slide 35 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Hoeveel kost een zak Lay's naturel chips van 200 gram?
    A
    € 0,55
    B
    € 1,95
    C
    € 2,25
    D
    € 2,19

    Slide 36 - Quiz

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Afronding module 
    • Alle gevraagde opdrachten af in Learnbeat.
    • Presentaties 

    Slide 37 - Diapositive

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Presentaties 
    • Maximaal groepjes van 4 
    • Hoe draag je zorg voor de woonsituatie van de cliënt en het functioneren in de samenleving?

    Slide 38 - Diapositive

    Cet élément n'a pas d'instructions

    De presentatie 
    • 4 (of meer) activiteiten die horen bij het zorgdragen voor de woonsituatie en het functioneren in de maatschappij. (ondersteunen bij schoonmaak/voeding/textiel/geld)
    • 4 (of meer) vormen van domotica en digitale hulpmiddelen die kunnen bijdragen aan het langer zelfstandig wonen van de zorgvrager. 
    • Hoe je als verpleegkundige de zorgvrager ondersteunt in het zorgdragen voor de woonsituatie en het functioneren in de samenleving.
    • Taken die jullie in je BPV hebben bij het zorgdragen voor de woonsituatie en het functioneren in de samenleving en hoe hierin wordt samengewerkt met andere disciplines. 

    Zie beoordelingsformulier 

    Slide 39 - Diapositive

    Cet élément n'a pas d'instructions

    Aan de slag!  
    Learnbeat opdrachten. 
    Presentaties

    Slide 40 - Diapositive

    Cet élément n'a pas d'instructions