Cette leçon contient 26 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 2 vidéos.
La durée de la leçon est: 45 min
Éléments de cette leçon
Geluid
Geluid
Slide 1 - Diapositive
Leerdoelen:
- Korte herhaling
- Welke tonnen kun je horen
- Hoe kan je de frequentie berekenen
- Hoe kan je geluidsnelheid berekenen
Slide 2 - Diapositive
Geluidsbron
Een geluidsbron is iets wat zelf geluid maakt.
Een radio is dus een geluidsbron.
Slide 3 - Diapositive
Trillingen
Geluid bestaat uit trillingen. Deze trillingen komen door de lucht heen in jouw oor.
Slide 4 - Diapositive
Slide 5 - Vidéo
Hoge en lage tonen
De toonhoogte van een geluid meet je in Hertz (Hz). Dit noem je de frequentie. Dat komt omdat het woord frequentie betekent hoe vaak iets voorkomt.
Hoe hoger de frequentie, hoe meer trillingen er per seconde voorkomen.
Slide 6 - Diapositive
Trillingstijd en Frequentie
Slide 7 - Diapositive
Amplitude
Slide 8 - Diapositive
Frequentie
Met de juiste frequentie kun je glas kapot laten trillen. Dan moet je dus de juiste toonhoogte zingen.
Slide 9 - Diapositive
Slide 10 - Vidéo
Frequentie Berekenen
frequentie= 1/trillingstijd
of
f=1/T
Slide 11 - Diapositive
Opdracht 1:
Een trillende gitaarsnaar maakt twaalf trillingen in 42 ms.
a.) Laat met berekening zien dat de trillingstijd T=0,0035s.
b.) Bereken de frequentie van deze trilling.
timer
4:00
Slide 12 - Diapositive
Gehoorbereik
Slide 13 - Diapositive
Eigenschappen van geluid
Geluid kan hard of zacht klinken. Dat noem je geluidssterkte.
Geluid kan ook hoog of laag zijn. Dat noem je toonhoogte.
Slide 14 - Diapositive
Rekenen met de geluidsnelheid
De snelheid van het geluid reken je uit door:
afstand = snelheid x tijd
s=v x t
De geluidsnelheid in lucht bij ongeveer 20 ˚C = 340 m/s
Iedere seconde legt het geluid dus 340 m af.
Slide 15 - Diapositive
Opdracht 2:
Een landmeter slaat een houten paal in de grond met een grote hamer. Zijn collega staat 300 m. Verderop en ziet de hamer neerkomen op de paal. Het geluid van de klap hoort hij iets later. De geluidssnelheid in lucht is 340 m/s.
Hoe lang is het geluid precies onderweg naar de collega?
timer
10:00
Slide 16 - Diapositive
Berekening manier 1:
Gegevens: afstand = 300 m of (s=300 m)
geluidsnelheid = 340 m/s of v = 340 m/s
Gevraagd: de tijd
Formule: afstand = snelheid x tijd of s= v . t
Invullen: 300 = 340 x t
Berekenen: t = 300 : 340 = 0,86 s
Slide 17 - Diapositive
Slide 18 - Diapositive
Wat is hier geen geluidsbron?
A
Radio
B
Iemand die praat
C
Tafel
D
De bel
Slide 19 - Quiz
Wat is hier geen geluidsbron?
A
Microfoon
B
Gitaar
C
Luidspreker
D
De bel
Slide 20 - Quiz
Waar kan geluid zich niet doorheen bewegen?
A
Lucht
B
Water
C
Beton
D
Vacuüm
Slide 21 - Quiz
Geluid bestaat uit...
A
Trillingen
B
Elektronen
C
Botsingen
D
Stoffen
Slide 22 - Quiz
Hoe heet het velletje in je oor dat gaat trillen als je geluid hoort?