4.7.2: voorzetsels

Hallo allemaal
- Berg je telefoon op in de tas en ga op je plaats zitten
- Leg je spullen voor Nederlands op je tafel
- Ga alvast lezen in je leesboek



1 / 13
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

Cette leçon contient 13 diapositives, avec diapositives de texte.

Éléments de cette leçon

Hallo allemaal
- Berg je telefoon op in de tas en ga op je plaats zitten
- Leg je spullen voor Nederlands op je tafel
- Ga alvast lezen in je leesboek



Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Lezen
timer
10:00

Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Lezen en huiswerk check
Tijdens het stillezen, controleer ik het huiswerk van enkele leerlingen. Leg dus je werk open voor je op tafel bij opdr 5, 6, 7
Huiswerk niet gemaakt is voor de volgende les 1x overschrijven van de woordenlijst. 
1mB
1mC
timer
10:00

Slide 3 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Mondelinge overhoring
1mB
1mC

Slide 4 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Woorden leren
Je krijgt 3 minuten om de  woorden van de woordenlijst te leren. Je doet dat in stilte. 

Leer de woorden uit de woordenlijst

• Je bedenkt welke betekenis het woord heeft: bedek zelf met je hand de betekenissen of woorden af.
• Woorden waar je moeite mee hebt, schrijf je op een los vel.
• Spreek de woorden waar je moeite mee hebt en de betekenis ervan zachtjes uit.
• Herhaal dit totdat je alle woorden kent.


timer
3:00

Slide 5 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Terugblik
Bijvoeglijke naamwoorden, wat zijn dat voor woorden?

Klopt de stelling en leg met een voorbeeld uit.

- Een bijvoeglijk naamwoord staat altijd voor een zelfstandig naamwoord.
- Elk bijvoeglijk naamwoord heeft een korte vorm en een lange vorm met -e.
- Sommige bijvoeglijke naamwoorden beginnen met een hoofdletter









Slide 6 - Diapositive

nee, kan er ook achter = de bal is rond. 

nee, bij stoffelijk bn kan dat niet = een houten boot

ja, als ze afgeleid zijn van een eigen naam = de Syrische jongen


Lesdoelen 
In deze les leer je: 

  • de woordsoorten bijvoeglijk naamwoord, voorzetsel en telwoord benoemen.

Slide 7 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Voorzetsel

Zelfstandig lezen van de leertekst op blz. 50



Slide 8 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Enkele voorbeelden
  1. De sleutel ligt op de tafel.
  2. Wij wandelen door het park.
  3. Hij woont naast de supermarkt.
  4. Ik heb een cadeau gekregen van mijn oma.
  5. De auto staat voor het huis.
  6. Ze fietst over de brug.
  7. De kat zat onder de stoel.
  8. Wij wachten bij de bushalte.

Hij liep snel naar de uitgang.

Ze praten tijdens dede pauze.

Slide 9 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Aan het werk
Hoofdstuk 4, §4.7 grammatica, opdr 8 en 9

Klaar? 
  1. nakijken
  2. woorden oefen met de woordtrainer of lezen in je leesboek

Niet klaar? dan is dit je huiswerk

Slide 10 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Afsluiting
Tot welke woordsoort horen de volgende woorden: 

liggen, fietsen, lopen
tafel, fiets, stoel
de, het, een
voor, met, ondanks, vanwege
hoge, snelle, lieve

Slide 11 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Huiswerk
Hoofdstuk 4, §4.7 grammatica, opdr 8 en 9 maken en nakijken.

Leer de eerste woorden van de woordenlijst en de stof voor de toets!

Slide 12 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 13 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions