Cette leçon contient 44 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 6 vidéos.
La durée de la leçon est: 60 min
Éléments de cette leçon
4.3 Verspreiding van het christendom
Slide 1 - Diapositive
Herhaling
Slide 2 - Diapositive
Huiswerk leerdoelen P1 en P2 beantwoorden
Paragraaf 1 Leven op het platteland
Ik kan beschrijven hoe de economie in de vroege middeleeuwen in West-Europa veranderde en die veranderingen verklaren.
Ik kan beschrijven hoe een middeleeuws domein eruitzag.
Ik kan uitleggen hoe het hofstelsel werkte en welke plaats horigen in dat stelsel hadden.
Paragraaf 2 Keizers, koningen en heren
Ik kan uitleggen dat de samenwerking tussen koningen en kerkleiders belangrijk was voor het ontstaan van het Frankische Rijk.
Ik kan uitleggen hoe het leenstelsel werkte.
Ik kan uitleggen welk gevolg het leenstelsel had voor het bestuur in Europa.
Slide 3 - Diapositive
Huiswerk leerdoelen beantwoorden (hulp, maak er een vraag van!)
Paragraaf 1 Leven op het platteland
Hoe veranderde de economie in de vroege middeleeuwen in West-Europa en hoe komt dit?
Ik kan beschrijven hoe een middeleeuws domein eruitzag.
Ik kan uitleggen hoe het hofstelsel werkte en welke plaats horigen in dat stelsel hadden.
Paragraaf 2 Keizers, koningen en heren
Ik kan uitleggen dat de samenwerking tussen koningen en kerkleiders belangrijk was voor het ontstaan van het Frankische Rijk.
Ik kan uitleggen hoe het leenstelsel werkte.
Ik kan uitleggen welk gevolg het leenstelsel had voor het bestuur in Europa.
Slide 4 - Diapositive
Waarom was de samenwerking tussen koningen en kerkleiders belangrijk was voor het ontstaan van het Frankische Rijk.
Slide 5 - Question ouverte
Hoe veranderde de economie in de vroege middeleeuwen in West-Europa en hoe komt dit?
Slide 6 - Question ouverte
Leg met behulp van de bron uit dat een vroeg middeleeuw domein autarkisch was
Slide 7 - Question ouverte
Leg uit dat je bron kunt gebruiken om de volgende termen, die bij van de Middeleeuwen horen, uit te leggen: a standenmaatschappij; b autarkie.
Slide 8 - Question ouverte
Leerdoelen
Je kunt uitleggen:
- Hoe het christendom zich in de vroege middeleeuwen in West-Europa verspreidde
- Dat het christendom voor mensen in de middeleeuwen erg belangrijk was.
- wat een stand is en de drie standen in de middeleeuwse samenleving noemen.
Slide 9 - Diapositive
Filmpje
Verspreiding van het christendom
Slide 10 - Diapositive
Slide 11 - Vidéo
Heidenen
In de vroege middeleeuwen zijn veel mensen nog heidenen
Heidenen geloven niet niet christus, maar in natuurgoden
Christelijke missionarissen willen de heidenen gaan bekeren
1. Met hulp van de heer heidense gebruiken en feesten verbieden
2. Heidense gebruiken en feesten christelijk maken
Slide 12 - Diapositive
Filmpje
De heidenen bekeren
Slide 13 - Diapositive
Slide 14 - Vidéo
Slide 15 - Vidéo
Slide 16 - Vidéo
Slide 17 - Diapositive
Slide 18 - Diapositive
Slide 19 - Diapositive
Kloosters
Waar bekering lukt, worden kerken en kloosters gesticht
In kloosters wonen mensen die hun hele leven aan God wijden
Deze monniken en nonnen hebben strenge regels
Zo mogen ze niet trouwen en soms niet eens praten
Slide 20 - Diapositive
Filmpje
Op bezoek bij de monniken
Slide 21 - Diapositive
Slide 22 - Vidéo
In het klooster
Als je in het klooster komt hoor je vaak dit:
Monniken hebben twee grote taken: bidden en werken (ora et labora)
Bidden kan in stilte of in zang, zoals je hoort
Het klooster is op deze taken ingericht
Slide 23 - Diapositive
Hier is de slaapzaal. Alle monniken slapen in dezelfde ruimte.
Om het klooster staat een kloostermuur. De muur beschermt de monniken tegen rovers en wilde dieren.
Dit is de moestuin. De monniken verbouwen daar groente.
Dit is de kerk. Dit is het belangrijkste gebouw van het klooster. Hier bidden de monniken.
Dit is de eetzaal. Hier eten de monniken samen. Tijdens het eten leest één van de monniken voor uit de Bijbel.
Dit is de kloostergang. Alle gebouwen in het klooster worden verbonden door een kloostergang. Deze heeft een dak, zodat de monniken niet nat worden als het regent. De monniken gebruiken de kloostergang ook om te lezen en te bidden.
Dit is de kruidentuin. De monniken kweken zelf kruiden om te koken en om mensen beter te maken. Ze maken van sommige kruiden zalf, thee of olie. De monniken weten precies welk kruid zij nodig hebben.
In de ziekenboeg (hospitaal) zorgen de monniken ook voor de zieken. Alleen zij kunnen medische boeken lezen en hebben ervaring met het verzorgen van zieken.
In het scriptorium (schrijfzaal) schreven monniken boeken over. Doordat er geen drukpers was moest dit met de hand. Een monik kon jaren doen over één boek.
Slide 24 - Diapositive
Invloed van de kerk
Trouwen doe je in de kerk
Je kind laat je dopen in de kerk
Je wordt begraven op grond van de kerk
Op zondagen en feestdagen naar de kerk gaan
Iedere kerk heeft een priester. Hij heeft contact met God en kan heillige taken uitvoeren. Verder helpt de priester de gelovigen een goed leven te leiden door de regels uit te leggen, want alleen hij kan de Bijbel lezen
Slide 25 - Diapositive
Vermenging van culturen
- Kerstmis <-> midwinterfeest
- Pasen <-> lentefeest
- Tiwaz, Wodan, Donar, Freya
Slide 26 - Diapositive
Midwinterfeest werd Kerstmis
Germanen vierden het midwinterfeest:
Kortste dag van het jaar. 21 december
Lichtfeest. Vieren van vruchtbaarheid.
Slide 27 - Diapositive
Midwinterfeest werd Kerstmis
Germanen vierden het midwinterfeest:
De Germanen maakten licht en versieren bomen om te zorgen dat de lente terug zou komen.
De kerk maakte daar het kerstfeest van.
Om de geboorte van Jezus te vieren.
Slide 28 - Diapositive
4.3 Verspreiding van het christendom
Slide 29 - Diapositive
Hoe werd het christendom voornamelijk verspreid?
A
Verhalen uit de Bijbel vertellen en verspreiden
B
Vernielen van kloosters
C
Oorlog voeren
D
Heidenen omkopen
Slide 30 - Quiz
De verspreiding van het christendom is een ... verandering.
A
Economische
B
Politieke
C
Culturele
D
Sociale
Slide 31 - Quiz
Waar werd het christendom verspreid?
A
Overal in het oude West-Romeinse Rijk
B
ten noorden en oosten van het oude West-Romeinse Rijk
C
Noord-Afrika en het Midden-Oosten
D
Klein-Azië en Griekenland
Slide 32 - Quiz
Wie verspreidden het christendom?
A
bisschoppen
B
ridders
C
missionarissen
D
monniken
Slide 33 - Quiz
Hoe werd het Christendom verspreid?
A
Er werden een heleboel Bijbels gedrukt.
B
Predikers reisden rond en verspreidden het verhaal van Jezus.
C
Doordat de Christenen uit Judea zich verspreidden.
D
Het Christendom bleef alleen in de hoofdstad Rome.
Slide 34 - Quiz
Wie woonden er in een klooster?
Slide 35 - Question ouverte
Leg uit wat christenen bedoelen met heidenen
Slide 36 - Question ouverte
Een priester heeft in de middeleeuwen verschillende taken. Maak de juiste combinaties.
De priester...
Hoort bij...
Doopt deze mensen
Heeft met hem contact
Hoort bij een...
Zegt hoe je moet leven
Hemel en hel
God
Kerk
Baby
Slide 37 - Question de remorquage
De standenmaatschappij
In de middeleeuwen heb je in de samenleving drie standen:
1. Geestelijken
2. Adel
3. Boeren
Elke groep heet een stand. Letterlijk: waar jij staat in de maatschappij, wat jouw plek is
Slide 38 - Diapositive
Filmpje
Hoe de drie groepen verdeeld waren
Slide 39 - Diapositive
Slide 40 - Vidéo
Sleep de kenmerken naar de juiste standen
Eerste stand
Tweede stand
Derde stand
De geestelijken
De adel
De boeren
Moest vechten
Moest werken
Moest bidden
Slide 41 - Question de remorquage
www.npostart.nl
Slide 42 - Lien
De standenmaatschappij
In de middeleeuwen heb je in de samenleving drie standen:
1. Geestelijken
2. Adel
3. Boeren
Elke groep heet een stand. Letterlijk: waar jij staat in de maatschappij, wat jouw plek is