Verleden tijd groep 7 en 8

Werkwoorden
Tegenwoordige tijd 
Verleden tijd
1 / 22
suivant
Slide 1: Diapositive
SpellingBasisschool

Cette leçon contient 22 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min

Éléments de cette leçon

Werkwoorden
Tegenwoordige tijd 
Verleden tijd

Slide 1 - Diapositive

Zoek de werkwoorden

Slide 2 - Diapositive

De juffrouw heeft vanochtend alle kinderen een toets laten maken.

Slide 3 - Question ouverte

De jongens hebben vanmorgen lopen strooien met zout.

Slide 4 - Question ouverte

We hebben gefietst en gewandeld.

Slide 5 - Question ouverte

Sterk of zwak?
Scheppen
A
Sterk
B
Zwak

Slide 6 - Quiz

Sterk of zwak?
Redden
A
sterk
B
zwak

Slide 7 - Quiz

Sterk of zwak?
geven
A
Sterk
B
Zwak

Slide 8 - Quiz

Sterk of zwak?
zwaaien
A
Sterk
B
Zwak

Slide 9 - Quiz

Verleden Tijd
Mijn vader ........ het glas op tafel.
A
zet
B
zette

Slide 10 - Quiz

Verleden Tijd
Zij ........ hem in zijn zij.
A
port
B
porde
C
porte
D
pordde

Slide 11 - Quiz

Verleden Tijd
Het vuur ....... al een poosje
A
brande
B
brandde

Slide 12 - Quiz

Verleden Tijd
Zij ....... een ijsje.
A
eisde
B
eistte
C
eiste

Slide 13 - Quiz

Verleden Tijd
De jongens ....... hun tante
A
bezochten
B
bezochte
C
bezochtten

Slide 14 - Quiz

Gisteren ....... hij tegen de auto
A
botste
B
bodste
C
botstte

Slide 15 - Quiz

Vorige week ....... hij zich bij de baas.
(melden)

Slide 16 - Question ouverte

Vroeger..........de ridders om de winst.
(strijden)

Slide 17 - Question ouverte

Vorige keer ........ we de hele middag.
(feesten)

Slide 18 - Question ouverte

Laatst ........ wij de boompjes in het bos.
(planten)

Slide 19 - Question ouverte

Vroeger ......... hij elke week.
(sporten)

Slide 20 - Question ouverte

Verleden Tijd
Hij........ met pijl en boog.

Slide 21 - Question ouverte

Verleden Tijd
Ik ........ het goede antwoord.
(raden)

Slide 22 - Question ouverte