1.4 Rekenen met snelheid

1.4 Rekenen met snelheid
1 / 22
suivant
Slide 1: Diapositive
RekenenMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

Cette leçon contient 22 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min

Éléments de cette leçon

1.4 Rekenen met snelheid

Slide 1 - Diapositive

1.4 Snelheid berekenen
Wanneer je weet hoelang je over een afstand doet, kun je de snelheid berekenen.
Twee belangrijke eenheden van snelheid zijn kilometer per uur (km/uur) 
en meter per seconde (m/s).

Slide 2 - Diapositive

Snelheid berekenen.
Opgave: Ruud loopt 500 m in 55,99 seconden.
Bereken zijn snelheid in m/s. Rond af op twee decimalen.
Aanpak:
m/s betekent met per seconde.
Deel de afstand door het aantal seconden.

Slide 3 - Diapositive

Uitwerking:
500 (m): 55,99 (s)=8,93 (m/s)

Zijn snelheid is 8,93 m/s

Slide 4 - Diapositive

Met deze formule kan je de snelheid omrekenen.
leer deze formule uit je hoofd.

Slide 5 - Diapositive

Bereken en rond af op 1 decimaal.

3 m/s = ..... km/uur
A
3m/s = 3x3,5=10,5 km/uur
B
3m/s = 3x3,6=10,8 km/uur
C
3m/s = 3:3,5=0,9 km/uur
D
3m/s = 3:3,6=0,8 km/uur

Slide 6 - Quiz

berekening + antwoord
Van m/s naar km/uur 
=
x3,6
3x 3,6 = 10,8 km/uur

Slide 7 - Diapositive

Bereken en rond af op 1 decimaal
Hoeveel 50 km/uur=.... m/s
A
50x3,6=180.0 m/s
B
50x3,5=175,0 m/s
C
50:3,6=13,888=13.9 m/s
D
50:3,5=14,285=14.3 m/s

Slide 8 - Quiz

1.4Maak de volgende opdrachten:
61, 62, 63 en 67

Slide 9 - Diapositive

 1.5 Grote getallen
1 duizend = 1000
1 miljoen = 1000 000
1 miljard = 1000 000 000

Slide 10 - Diapositive

Voorbeeld
Hoe spreek je het getal 76613045489 uit?
Aanpak:
verdeel het getal van achter naar voren in groepjes van drie.
76 |       613  |   045 | 489
Zet de woorden eronder
miljard miljoen duizend
76 miljard 613 miljoen 045 duizend 489


Slide 11 - Diapositive

Spreek uit en schrijf op.
234 456 712 767

Slide 12 - Question ouverte

Spreek uit en schrijf op.
965 435 231 446

Slide 13 - Question ouverte

Schrijf 123 456 789 123 met het woord miljard en rond af op één decimaal.

Slide 14 - Question ouverte

schrijf 765 543 321 met het woord miljoen en rond af op één decimaal

Slide 15 - Question ouverte

Schrijf 657 772 met het woord duizend en rond af op 1 decimaal.

Slide 16 - Question ouverte

1.5 Maak de volgende opdrachten:
73, 74, 78, 79 en 80

Slide 17 - Diapositive

1.6 Eenheden van informatie
Op je telefoon kun je foto's, video's, documenten en andere gegevens opslaan. Een ander woord voor gegevens is data.
Bij opslagcapaciteit gebruik je eenheden van informatie.

Slide 18 - Diapositive

Eenheden van informatie zijn:
1 byte = 1 byte
1kB (kilobyte) = 1000 bytes
1MB (megabyte) = 1000 kB
1GB (gigabyte) = 1000 MB
1 TB (terabyte) = 1000 GB

Slide 19 - Diapositive

6,5 GB =.... MB

1 GB = 1000 MB

A
650 MB
B
6500 MB
C
65000 MB
D
650000 MB

Slide 20 - Quiz

8 MB = ..... kB

1 MB = 1000 kB
A
80 kB
B
800 kB
C
8000 kB
D
80 000 kB

Slide 21 - Quiz

1.6 Maak de volgende opdrachten:
90, 91, 92 en 93

Slide 22 - Diapositive