Die aardige jongen gaf
gisteren aan het huilende meisje een bos bloemen.
=> Geeft antwoord op vragen die beginnen met vraagwoorden als wanneer, waar, waardoor, waarheen, hoe, hoelang, hoe ver, met wie, etc.
=> Geeft een plek, een tijd, een reden...
=> kunnen er meerdere in een zin zijn.
- Vanwege de sneeuw hoefden wij niet naar school
- Gisteren ben ik op het schoolplein gaan fietsen.