Er zijn nog meer stofeigenschappen maar dit zijn voor nu de belangerijkste.
Slide 2 - Diapositive
Wat zijn de stofeigenschappen?
A
geur en massa
B
geur en brandbaarheid
C
geur en vorm
Slide 3 - Quiz
Wat zijn stofeigenschappen?
A
Kleur, geur, brandbaarheid, vierkant
B
Geur, kleur, brandbaarheid, smaak
C
Brandbaarheid, hardheid, rondheid
D
Hardheid, kleur, geur, doorzichtigheid
Slide 4 - Quiz
Een stofeigenschap
Géén stofeigenschap
Kleur
Geur
Massa
Smaak
Hardheid
Dichtheid
Volume
Vorm
Slide 5 - Question de remorquage
Met welke stofeigenschappen kun jij water van cola onderscheiden?
Slide 6 - Question ouverte
Je kunt een stof herkennen aan bepaalde eigenschappen. Alleen niet elke eigenschap is een stofeigenschap.
Maak de zinnen kloppend.
In de supermarkt kun je suiker kopen. Een pak suiker weegt één kilo en smaakt zoet. Het gewicht van het pak suiker is .................... stofeigenschap en de zoete smaak is .................... stofeigenschap.
geen
wel een
Slide 7 - Question de remorquage
Zijn onderstaande eigenschappen wel of geen stofeigenschap?
Stofeigenschap
Geen stofeigenschap
Smaak
Geur
Vloeibaar
Brandstof
Oplosbaarheid
Plastic
Slide 8 - Question de remorquage
Maak de zin kloppend.
........................................ is een stofeigenschap, omdat
........................................ per eenheid van .........................................
altijd hetzelfde is.
volume
de massa
dichtheid
Slide 9 - Question de remorquage
Met welke stofeigenschappen kan je onderscheid maken tussen goud en zilver?
Slide 10 - Question ouverte
stofeigenschap
geen stofeigenschap
volume
massa
dichtheid
smeltpunt
poeder
elastisch
goed oplosbaar in water
temperatuur
fase bij kamertemperatuur
kleur
geur
Slide 11 - Question de remorquage
Dichtheid
Wat is dichtheid?
Dichtheid is hoeveel iets weegt voor hoe groot iets is.
een kilo lood en een kilo veren zijn allebij een kilo, maar een kio veren is veel groter.
Hoe bereken je de dichtheid?
De dichtheid bereken je door de massa (hoe zwaar iets is) te delen door het volume (hoe groot iets is).
dichtheid=massa/volume
Je moet opletten dat je de massa in gram hebt, en het volume kubieke centimeter.
Voorbeeld
Een stuk hout met een volume van 40 cm3.
Het stuk hout heeft een massa van 25 gram.
Dichtheid = massa / volume
dichtheid = 25 / 40 = 0,625 g/cm3
Slide 12 - Diapositive
drijven, zweven of zinken.
Drijven, zweven of zinken
Of een stof blijft zweven zinken of drijven is afhankelijk van de dichtheid. Als iets een kleinere dichtheid heeft dan blijft het drijven op een grotere dichtheid. Op het moment dat een stof dezelfde dichtheid heeft zal deze zweven in de stof er omheen. En als een stof een grotere dichtheid heeft zal deze zinken,
Waarom hout drijft?
Het stuk hout van het vorige voorbeeld drijft op het water.
Dat komt omdat de dichteid van water altijd 1 g/cm3 is.
De dichtheid van het hout is 0,625 g/cm3.
De dichtheid van het hout is dus kleiner dan die van het water.
Slide 13 - Diapositive
Als de dichtheid van de vloeistof en het voorwerp gelijk zijn zal het voorwerp ...
Als de dichtheid van de vloeistof kleineris dan de dichtheid van het voorwerp zal het voorwerp ...
Als de dichtheid van de vloeistof groter is dan de dichtheid van het voorwerp zal het voorwerp ...
Zweven
Drijven
Zinken
Slide 14 - Question de remorquage
De sleepvraag gaat over een blokje dat je in een vloeistof laat zakken. Wat gebeurt er met het blokje?
De dichtheid is groter dan de vloeistof
De dichtheid is gelijk aan de vloeistof
De dichtheid is kleiner dan de vloeistof
zinken
drijven
zweven
Slide 15 - Question de remorquage
Sleep de beschrijving naar het juiste woord
Drijven
Zweven
Zinken
De dichtheid van een voorwerp is kleiner dan de dichtheid van een vloeistof
De dichtheid van een voorwerp is groter dan de dichtheid van een vloeistof
De dichtheid van een voorwerp is even groot als de dichtheid van een vloeistof
Slide 16 - Question de remorquage
Wat is de formule om de dichtheid mee te bereken.
A
Dichtheid = volume / massa
B
Dichtheid = volume x massa
C
Dichtheid = massa / volume
D
Dichtheid = massa x volume
Slide 17 - Quiz
welke vloeistof heeft de ...
laagste dichtheid
hoogste dichtheid
Slide 18 - Question de remorquage
dichtheid =
Formule voor dichtheid:
Dezelfde formule in symbolen:
volume
massa
:
x
ρ = m x V
ρ = m : V
ρ = V : m
ρ = V x m
Slide 19 - Question de remorquage
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Stap 5
Volume = 4.5 cm3
Dichtheid = 3 g/cm3
massa =
massa = dichtheid x volume
massa = 4.5 x.3
13.5 g
massa = dichtheid : volume
0.7 g
1.5 g
Massa = volume : dichtheid
Massa = 3 : 4.5
massa = 4.5 : 3
Slide 20 - Question de remorquage
Bereken de dichtheid en geef aan of het materiaal drijft zweeft of zinkt. Een vis heeft een massa van 100 gram en een volume van 100 cm3.
Slide 21 - Question ouverte
Bereken de dichtheid en geef aan of het materiaal drijft zweeft of zinkt. Een olievlek heeft een massa van gram en een volume van 50 cm3.
Slide 22 - Question ouverte
Bereken de dichtheid en geef aan of het materiaal drijft zweeft of zinkt. Een plasticfles heeft een massa van 8 gram en een volume van 30 cm3.
Slide 23 - Question ouverte
Bereken de dichtheid en geef aan of het materiaal drijft zweeft of zinkt in water. Een steen heeft een massa van 800 gram en een volume van 50 cm3.