week 12 unité 5 grammaire II bijvoeglijk nw

Salut et bienvenue
Maak een goede aantekening in je schrift over het bijvoeglijk naamwoord. 
Wat weet jij straks te vertellen over de vormen van het Franse bijvoeglijk naamwoord, en wat weet je over de plaats in de zin? 
1 / 16
suivant
Slide 1: Diapositive
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

Cette leçon contient 16 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 60 min

Éléments de cette leçon

Salut et bienvenue
Maak een goede aantekening in je schrift over het bijvoeglijk naamwoord. 
Wat weet jij straks te vertellen over de vormen van het Franse bijvoeglijk naamwoord, en wat weet je over de plaats in de zin? 

Slide 1 - Diapositive

Lesdoelen ; aan het einde van de les...
(niet overnemen in schrift)
- herken ik Franse bijvoeglijk naamwoorden
- weet ik de verschillende vormen van bijvoeglijke naamwoorden in het Frans
- kan ik zelf in een Franse zin het bijvoeglijk naamwoord plaatsen

Slide 2 - Diapositive

Welke Franse bijvoeglijke
naamwoorden ken ik al?

Slide 3 - Carte mentale

Unité 5 - grammaire II: het bijvoeglijk naamwoord
Wat is het bijvoeglijk naamwoord?
Het bijvoeglijk naamwoord zegt iets over het zelfstandig naamwoord (= personen en dingen).

Het bijvoeglijk naamwoord in het Frans past zich aan, aan het zelfstandig naamwoord.




BV:  Marie is klein     - Marie est petite

Slide 4 - Diapositive

Unité 5 - grammaire II: het bijvoeglijk naamwoord
MAAR:
Eindigt het bijvoeglijk naamwoord op een –e? Dan krijg je geen extra –e bij vrouwelijke woorden enkelvoud!
BV: La voiture est rouge en niet rougee

Eindigt het bijvoeglijk naamwoord op een –s? Dan krijg je geen extra –s bij mannelijke woorden meervoud!
BV: Les pantalons sont gris en niet griss

Slide 5 - Diapositive

Unité 5 - grammaire II: het bijvoeglijk naamwoord
UITZONDERING
De volgende woorden krijgen geen extra –e bij vrouwelijk enkelvoud. Deze woorden veranderen helemaal.


Slide 6 - Diapositive

Unité 5 - grammaire II: het bijvoeglijk naamwoord
De plaats van het bijvoeglijk naamwoord:
1. het bijvoeglijk naamwoord komt ACHTER het zelfstandig naamwoord
BV: Ma mère porte une jupe verte 

2. Onderstaande bijvoeglijk naamwoorden komen VOOR het znw:
     Joli                                 mooi, leuk                          petit                          klein 
     grand                            groot                                    bon, bonne            goed, lekker 
     nouveau, nouvelle   nieuw                                  vieux, vieille           oud 
BV: Mon père a acheté un nouveau pantalon 
 


Slide 7 - Diapositive

Even oefenen

Slide 8 - Diapositive

J'ai une ..... soeur (klein)

Slide 9 - Question ouverte

C'est une ...... idée! (goed)
A
bon
B
bonne
C
bons
D
bonnes

Slide 10 - Quiz

Tu veux un jean ...... ? (blauw)

Slide 11 - Question ouverte

Yannick porte toujours des pantalons.... (grijs)

Slide 12 - Question ouverte

Sa veste est très...... (groot)

Slide 13 - Question ouverte

Sa jupe est ...... (nieuw)
A
nouveau
B
nouvelle
C
nouveaux
D
nouvelles

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Vidéo

Les devoirs: jeudi le 20 mars
Faire: ex. 16A t/m E
Apprendre: apprendre 1 t/m 5 + 10

Slide 16 - Diapositive