Inleiding GHZ les 2

 Gehandicaptenzorg
1 / 47
suivant
Slide 1: Diapositive
GehandicaptenzorgMBOStudiejaar 3,4

Cette leçon contient 47 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 120 min

Éléments de cette leçon

 Gehandicaptenzorg

Slide 1 - Diapositive

Agenda Les 2


- Hoe gaat het? Waar behoefte aan? 
- Terugblik vorige les
- Geschiedenis van de GHZ 
- Zorg in relatie tot leeftijdsfasen
- Dagelijkse omgang
- Gedragsproblemen









Slide 2 - Diapositive

Hoe gaat het vandaag met iedereen?
Wensen of behoeften voor de middag?

Slide 3 - Carte mentale

Wat is het begrip van een verstandelijke beperking?

Slide 4 - Carte mentale

Het begrip verstandelijke beperking
= duidelijke beperking in zowel het intellectuele functioneren als het aanpassingsvermogen. Bij een beperking in het aanpassingsvermogen kan iemand niet handelen naar de normen die horen bij zijn leeftijd. Het gaat om normen op het gebied van sociale vaardigheden, verantwoordelijkheden, communicatie, onafhankelijkheid en zelfredzaamheid. De beperking treedt op vóór de leeftijd van 18 jaar

Slide 5 - Diapositive

Vorige week zagen we de grafiek van de IQ indeling.
Er zijn 3 verschillende delingen (LVB, MVB en EVB) in IQ waarin je mensen met een verstandelijke beperking kunt 'plaatsen'.
Is dit waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quiz

Mensen met een Licht verstandelijke beperking hebben een IQ tussen de 50 en de 70.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quiz

Slide 8 - Diapositive

We spraken over de begrippen stoornis, beperking en handicap.
Bij een stoornis gaat het over het defect of het ontbreken van een orgaan of een orgaanfunctie, rekening houdend met de leeftijd van de betrokkenen.
Is dit waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quiz

Een stoornis is subjectief te checken.
Is dit waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quiz

Wanneer ervaar je een handicap?

Slide 11 - Carte mentale

Handicap
Een handicap is een participatieprobleem. Het gaat om de nadelige positie van iemand met een beperking in de maatschappij. Mensen voelen zich gehandicapt als ze problemen ervaren bij deelname aan de samenleving.

Participatieproblemen: 
- Scholing; 
- Arbeid; 
- Het sociale leven; 
- Vrijetijdsbesteding. 

Slide 12 - Diapositive

Geschiedenis in de gehandicaptenzorg

Slide 13 - Diapositive

Opdracht
Maak 3 groepen en verdiep je in de geschiedenis van de GHZ
Groep 1: Vóór 1900
Groep 2: van 1900 tot 1955
Groep 3: van 1955 tot 1990


Slide 14 - Diapositive

Slide 15 - Diapositive

Geschiedenis vóór 1900
  • 1569 eerste 'Dolhuis' in Amsterdam. Ongewenste mensen worden hier geplaatst en ' weggestopt'.  Tijdens kermissen worden ze tentoongesteld. Ze worden soms aan kettingen vastgelegd en er is geen medische zorg.                                                                          

  • In 1800 Frans Arts Pinel is de grondlegger van het medische model --> wie ziek is heeft zorg nodig. Hij stelt diagnoses en bepaalt welke behandeling nodig is. 

  • 1841 eerste krankzinnigenwet: In deze wet staat dat 'krankzinnigen' recht hebben op verpleging en genezen moeten worden. 

Slide 16 - Diapositive

Van 1900 tot 1955
  • Vanaf 1900 is er een grote vooruitgang in medische kennis en kunde, vooral orthopedische zorg (beugels, prothesen e.d.) 
  • Er komt een verschil in ' geesteszieken' en ' zwakzinnigen'. 
  • Na de tweede wereldoorlog kregen LVB (debielen) en MVB (imbecielen) kinderen eigen scholen. 
  • Het Ontwikkelingsmodel neemt zijn intrede. Mensen met een  beperking zijn kwetsbaar en kunnen zich niet op eigen kracht in de samenleving handhaven. 
  • Grote instelling waar soms 60 tot 100 mensen leven per afdeling, 2 zusters, mannen en vrouwen gescheiden, wie kan werken moet werken.

 

Slide 17 - Diapositive

Van 1955 tot 1990
  •  Vanaf 1955 vernieuwingen in de zorg. Men komt erachter dat het niet te maken heeft met afkomst of milieu. Hierdoor is er minder schaamte over kinderen met een VB. 

  • Vanaf 1960 veel aandacht voor onderzoek, diagnoses  en behandeling. Met straffen en belonen wordt ongewenst gedrag geprobeerd af te leren (stroomschokjes). De instellingen liggen nog achteraf en ouders zijn nog nauwelijks betrokken. 

  • 1970-1974: de Dennendal affaire. Paviljoen voor mensen met een VB. Directie en groepsleiders wilden een gemeenschap waar werkers, bewoners en buitenstaanders werken, en wonen.  Nieuw dennendal werd nooit opgericht. De politie ontruimde het pand in 1974 na een ongeluk met een bewoner. 

Slide 18 - Diapositive

Vanaf 1990
 Hoe wordt er nu gekeken naar mensen met een VB, op het gebied van integratie, arbeid, zorg? 

Slide 19 - Diapositive

Vanaf 1990
  • Steeds meer aandacht voor zelfbeschikking en zorg op maat.
  • Van aanbodgerichte zorg naar vraaggerichte zorg
  • Integratie is het uitgangspunt
  • Nadruk op mogelijkheden i.p.v. beperkingen

Slide 20 - Diapositive

Zorg in relatie tot leeftijdsfasen

    Slide 21 - Diapositive

    De zuigelingenfase
    Complex proces met lichamelijk groei, cognitieve groei, hechting, psychische ontwikkeling, taal en zintuigen. Als er op één van deze gebieden afwijkend verloopt dan is er sprake van een ontwikkelingsstoornis. 


    Meestal merken ouders de achterstand en/of het consultatiebureau de achterstand op —> IVH (integrale vroeghulp). 


    Slide 22 - Diapositive

    Het jongere kind
    De achterstand begint meer op te vallen.
    
Taalontwikkeling blijft achter zowel de passieve als de actieve taal. 

    Gebrek aan zelfstandig gedrag passend bij de kalenderleeftijd.
    
Opvoedingsproblemen door overvraging.
     —> Belangrijk om de begeleiding af te stemmen op de ontwikkelingsleeftijd. 

    

Diagnostiek en behandeling door gespecialiseerde instellingen 
    zowel dagbehandeling, ambulant en intramuraal.

    Slide 23 - Diapositive

    Het schoolgaande kind
    Afhankelijk van de mate van VB wordt een passende school gekozen. 
De leeftijd waarin kinderen met een VB onderwijs krijgen varieert van 4-6 jaar tot 20 jaar. 


    Doel: Het onderwijs is primair gericht op het bereiken van een zo groot mogelijke zelfstandigheid of sociale redzaamheid. 


    Slide 24 - Diapositive

    Soorten onderwijs
    Soorten onderwijs: 
Regulier (passend onderwijs), inclusief onderwijs met sociale inclusie als doel.

    Speciaal basisonderwijs: kleine groepen, meer tijd en aandacht. 
    Doel: doorstromen 
naar regulier vervolgonderwijs.

    Speciaal onderwijs is ingedeeld in 4 Clusters:

    1) Scholen voor kinderen die blind of slechtziend zijn.
  
    2)Scholen voor kinderen die doof of slechthorend zijn.

    3) Scholen voor kinderen met een lichamelijk of verstandelijke beperking.

    4) Scholen voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen.

    Slide 25 - Diapositive

    Wat zijn voor -en nadelen van passend onderwijs? 

    Slide 26 - Diapositive

    De volwassene
    Deze fase staat in het teken van werk en het vormgeven van hun eigen leven, integratie. 

    Voorbeelden van werkmogelijkheden; 
    Dagbesteding, arbeidsmatige dagbesteding, beschut werk, sociale werkvoorzieningen, arbeidsparticipatie.


    Wajong uitkering =   is de uitkering die mensen met een ziekte of handicap kunnen aanvragen waarbij ze niet kunnen werken of alleen met hulp of begeleiding kunnen werken. 

    Slide 27 - Diapositive

    De oudere
    Zolang mogelijk vasthouden van de geleerde vaardigheden, echter de behoefte aan zorg neemt normaliter toe. 
Bij mensen met een zware VB blijft dit veelal gelijk, hier was de zorg immers al intensief. 

    Nieuwe vraagstukken komen hier naar voren: 
huisvesting, groepssamenstelling, overplaatsingsnoodzaak, opnamebeleid, diagnostiek. 

    Specifieke behoeften: 
- rustige en comfortabele woonomgeving met overzichtelijke indeling; 
- toename van de behoefte aan zekerheid en herkenbaarheid in de eigen omgeving met vast personeel, vaste medebewoners, vaste dagindeling; 
- afname van prikkels en stimulering; 
- meer behoefte aan medische verpleging. 


    Slide 28 - Diapositive

    Slide 29 - Diapositive

    Dagelijkse omgang en gedragsproblemen

    Slide 30 - Diapositive

    Wat is bejegening?

    Slide 31 - Carte mentale

    Bejegening
    =
    het zich op een bepaalde manier jegens iemand gedragen of iemand op een bepaalde manier benaderen. 

    Slide 32 - Diapositive

    Wat is volgens jou belangrijk in de bejegening naar mensen met een VB?

    Slide 33 - Carte mentale

    Gewenste bejegening
    - Respect voor iemands zijn; gelijkwaardigheid nastreven en iemand serieus nemen; 
    - Afgestemd op de individuele behoeften en wensen; 
    - Aandacht besteden aan alle aspecten van het leven; 
    - De bejegening sluit aan op persoonlijkheid, achtergronden, gewoonten en levensovertuiging;
    - Maak zorgvragers bewust dat ze keuzes kunnen maken en geeft hen de ruimte om dat te doen. 
    - Neem de regie over als dat nodig is (bijvoorbeeld bij gevaar).  

    Slide 34 - Diapositive

    Slide 35 - Diapositive

    Gedragsproblemen
    Kijken naar: 

    Cliëntfactoren:  (ziekte, pijn, trauma)
    Sociale omgeving: overvraging, 
    Fysieke omgeving: leefruimte, privacy
    Organisatie: medewerkers voldoende kennis, is er rust? 

    Maar ook:
    Beleving van het probleemgedrag
    Betekenisgeving hieraan.
    Je normen en waarden als professional. 

    Slide 36 - Diapositive

    Welke medische oorzaken kunnen gedragsverandering teweegbrengen?

    Slide 37 - Carte mentale

    Medische oorzaken van gedragsproblemen

    Algemene oorzaken: 
    Onbehagen: knellende kleding, verkeerde houding. 
    Pijn: bijvoorbeeld keel of kiespijn kan tot uiting komen in eetproblemen. 
    Jeuk: door bv huidaandoeningen.
    Problemen in de zintuigfunctie: bv doofheid en slechthorendheid

    Slide 38 - Diapositive

    Medische oorzaken van gedragsproblemen

    Stofwisselingsproblemen: 
    Ook de complicaties gepaard met de stofwisselingsziekte kunnen afwijkend gedrag veroorzaken. 
Bijvoorbeeld honger en dorst bij een beginnende suikerziekte.

    Slide 39 - Diapositive

    Medische oorzaken van gedragsproblemen
    Stoornissen circulatie van het hersenvocht.
    Hoofdpijn, misselijkheid, achteruitgang in de ontwikkeling en onzindelijkheid
. 

    Slide 40 - Diapositive

    Medische oorzaken van gedragsproblemen
    Epilepsie
    Voor en na een grand-mal aanval komt nogal eens afwijkend gedrag voor. Tijdens een aanval kan iemand soms lastig of agressief gedrag vertonen. Na een aanval zijn de meeste mensen slaperig of in de war. 

    Slide 41 - Diapositive

    Medische oorzaken van gedragsproblemen
    Medicijnen
    Gedragsbeïnvloedende medicijnen die averechts werken.

    Slide 42 - Diapositive

    Medische oorzaken van gedragsproblemen
    Voedings -en genotmiddelen
    Mensen met een VB kunnen een uitgesproken
    voorkeur hebben voor bepaalde 
    voedingsmiddelen dat er tekorten aan 
    andere voedingsstoffen ontstaan.

    Slide 43 - Diapositive

    Medische oorzaken van gedragsproblemen
    Psychiatrische aandoeningen
    Vaak worden de aandoeningen niet goed herkend omdat ze hun klachten zich niet goed kunnen uitdrukken. 

    Slide 44 - Diapositive


    Bedankt voor de aandacht!!

    - Zijn er vragen?
    - Feedback over de les

    Slide 45 - Diapositive

    Slide 46 - Diapositive

    Slide 47 - Diapositive