H8.3 en 8.4

Formules van zuren
&
pH berekenen
1 / 20
suivant
Slide 1: Diapositive
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

Cette leçon contient 20 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 60 min

Éléments de cette leçon

Formules van zuren
&
pH berekenen

Slide 1 - Diapositive

Slide 2 - Diapositive

Sterk zuur
Zwak zuur
waterstofjodide
fosforzuur
zwavelzuur
Ammoniumion

Slide 3 - Question de remorquage

Welk van de zuren uit de vorige vraag is 3-waardig?

Slide 4 - Question ouverte

Fosforzuur in water is een zwak zuur!
In praktijk treedt alleen stap 1 op, de andere twee zijn verwaarloosbaar.

Slide 5 - Diapositive

Welk van de zuren was 2-waardig?

Slide 6 - Question ouverte

In examenvragen mag je ervan uitgaan dat het wel 2H+ionen afstaat. Tenzij anders aangegeven!

Slide 7 - Diapositive

Antwoord
Vraag

Slide 8 - Diapositive

Slide 9 - Diapositive

De stof zwaveldioxide ontstaat bij het verbranden van zwavelhoudende brandstoffen. Ook komt het vrij bij vulkanen, wat je daar ook kunt ruiken. Het gas werkt irriterend op de longen. Als zwaveldioxide in water oplost, ontstaat er een oplossing van zwaveligzuur, een zwak zuur.

Geef de reactievergelijking van de reactie die optreedt als zwaveldioxide in water oplost.

Slide 10 - Question ouverte

Leg uit waarom je niet altijd kunt zeggen dat een zwavelzuuroplossing een hogere [H3O+] heeft dan een salpeterzuuroplossing.

Slide 11 - Question ouverte

Samenvatting 8.3

Slide 12 - Diapositive

Hoe bereken je de pH?
Voorbeeld 1
Voorbeeld 2 (sterk zuur)

Slide 13 - Diapositive

Evenwichtsconstante zwak zuur
Rekenvoorbeeld zwak zuur
Rekenvoorbeeld 2 zwak zuur
Rekenvoorbeeld 3 zwak zuur

Slide 14 - Diapositive

rekenvoorbeeld

Slide 15 - Diapositive

Samenvatting

Slide 16 - Diapositive

De H3O+‑concentratie in drie oplossingen a, b en c bedraagt respectievelijk 1,0·10−4, 5,0·10−4 en 6,7·10−3 mol L−1.

Bereken de pH voor elk van de drie oplossingen.

Slide 17 - Question ouverte

Vragen
Bereken de H3O+‑concentratie in geconcentreerd zoutzuur met pH = −1,05
[H3O+] = 10+1,05 = 11 mol L−1
Bereken de H3O+‑concentratie in regenwater met pH = 4,42
[H3O+] = 10−4,42 = 3,8·10−5 mol L−1
Bereken de H3O+‑concentratie in maagsap met pH = 1,4
[H3O+] = 10−1,4 = 4·10−2 mol L−1

Slide 18 - Diapositive

Nico lost 89,6 g waterstofjodide op in 150 mL water. Bereken de pH van de oplossing.

Slide 19 - Diapositive

Bereken de pH van een 0,06‌ M oplossing van HNO2.
Rekenvoorbeeld

Slide 20 - Diapositive