Les 31

Detailhandel - klas 3
Les 31
1 / 26
suivant
Slide 1: Diapositive
EconomiePraktijkonderwijsLeerjaar 3

Cette leçon contient 26 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 2 vidéos.

time-iconLa durée de la leçon est: 135 min

Éléments de cette leçon

Detailhandel - klas 3
Les 31

Slide 1 - Diapositive

Gedragsverwachtingen
Ik luister naar de uitleg.
Ik gebruik mijn Chromebook op de juiste manier.
Ik steek mijn vinger op als ik iets wil vragen.
Tijdens het zelfstandig werken ben ik stil.


Ik blijf bij mijn eigen werkplek.
Ik verlaat het lokaal alleen met toestemming van mevr. Martens.

Slide 2 - Diapositive

Doelen:
- Aan het eind van de les weet ik meer over de begrippen: wisselgeld, afronden, terugtellen en geld bijvragen. 
- Aan het eind van de les heb ik geoefend in de praktijk.

Slide 3 - Diapositive

Werken achter de kassa
Kassa
Elektronische kassa
Streepjescode
Scanner
UV-lamp
Afrekenen
Contant

Afrekensysteem
Computerkassa
Barcode
Echtheidskenmerk
Moneychecker
Wisselgeld
Pinnen

Slide 4 - Diapositive

Herhalen/nakijken
We gaan herhalen en nakijken wat we vorige week gemaakt hebben. Pak bladzijde 162 erbij!

Slide 5 - Diapositive

Noem alle munten en biljetten die we in Nederland kennen:

Slide 6 - Question ouverte

Vraag 11
a. Welke verschillende kleuren hebben de biljetten van €5,00, €10,00, €20,00 en €50,00?

b. Welke 2 euromunten hebben 2 kleuren?

Slide 7 - Diapositive

Hoe noem je de kenmerken waaraan je kunt zien of een biljet echt is?
A
Echtheidskenmerken
B
Echt biljet
C
Perfect biljet
D
Echtheidsbiljet

Slide 8 - Quiz

Vraag 12
a. Waaraan kun je zien of een biljet van €100,00 echt of vals is? Trek pijlen naar de echtheidskenmerken van dit biljet.

b. Welke manieren zijn er nog meer om een vals briefje te ontdekken? Noem 2 manieren:
1.
2.

Slide 9 - Diapositive

Vraag 13
Waarom nemen winkels meestal geen biljetten aan van €100,-, €200,- en €500,-?

Slide 10 - Diapositive

Vraag 14
Hoe zorg je ervoor dat een klant zijn/haar pinpas niet vergeet, als hij/zij gepind heeft?

Slide 11 - Diapositive

Vraag 15
Wat is het voordeel voor de winkel en voor de klant, als de klant met een pinpas betaalt? Noem 1 reden voor de winkel en 1 voor de klant:

Winkel:
Klant:

Slide 12 - Diapositive

Vraag 16
a. Teken de voorkant van een bankpasje
b. Welke gegevens staan er allemaal op de voorkant van het bankpasje?
c. Welke gegevens staan op achterkant van het bankpasje?

Slide 13 - Diapositive

Vraag 17
Onderzoek de eigenschappen van een aantal eurobiljetten. Zet de resultaten in het schema.

Slide 14 - Diapositive

Vraag 18
Wat kun je tegen klanten zeggen om het pinnen te stimuleren? Bedenk 3 voorbeelden:
1.
2.
3.

Slide 15 - Diapositive

Nieuwe theorie!
Eens kijken wat jullie al weten :)

Slide 16 - Diapositive

Bij pinnen wordt het bedrag afgerond:
Ja
Nee

Slide 17 - Sondage

Slide 18 - Vidéo

Wisselgeld is...
A
afronden
B
pinnen
C
alleen 1 en 2 euromunten
D
het geld dat je uit de kassa terug moet geven, omdat de klant meer geld geeft dan nodig is

Slide 19 - Quiz

Ze hebben het vaak over 'terugtellen' als je iemand wisselgeld geeft. Wat betekent dat?

Slide 20 - Question ouverte

Slide 21 - Vidéo

Geld bijvragen
Soms is het handig om geld bij te vragen aan de klant, omdat je dan een makkelijker bedrag wisselgeld kunt geven. 
Bijvoorbeeld:

De klant moet €2,10 betalen en geeft een briefje van €5,00. Als je €0,10 bijvraagt, kun je €3,00 teruggeven. Anders moet je €2,90 teruggeven en dat zijn heel veel muntjes. Als je dat bij heel veel klanten moet doen, is op een gegeven moment je kassalade te leeg en kun je klanten geen wisselgeld meer geven. Probeer op ronde bedragen uit te komen of op bedragen met €0,50. 

Slide 22 - Diapositive

Zelfstandig werken (vorige week)

Maak in je boek:
- Opdracht 11 t/m 18 (blz. 162 t/m blz. 165)

EduHint:
- Echtheidskenmerken
- Pinnen
- Kassawerk

Klaar?
- Praktijk


Zelfstandig werken (deze week)

Maak in je boek:
- Opdracht 19 t/m 24 (blz. 169 t/m blz. 173)

EduHint:
- Wisselgeld

Klaar?
- Praktijk


Slide 23 - Diapositive

Praktijk
- In de linkse kast liggen allemaal praktijkopdrachten.
- Je kiest één opdracht uit en werkt hier een aantal weken aan (max. 3 weken).
- Na 3 weken laat je deze opdracht aftoetsen en krijg je een cijfer.
- Dit cijfer telt mee voor je rapport.
- Daarna begin je met een nieuwe opdracht.

Slide 24 - Diapositive

Dit vond ik vandaag het leukste:

Slide 25 - Question ouverte

Hier ga ik volgende week beter op letten:

Slide 26 - Question ouverte