A5 Terreur en terrorisme

Terreur en terrorisme
1 / 49
suivant
Slide 1: Diapositive
GeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

Cette leçon contient 49 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 4 vidéos.

time-iconLa durée de la leçon est: 100 min

Éléments de cette leçon

Terreur en terrorisme

Slide 1 - Diapositive

Terreur

Slide 2 - Carte mentale

Les 1: Introductie
Definiëren en concretiseren/visualiseren 
van het begrip terrorisme

Slide 3 - Diapositive

Opdrachten bij paragraaf 1: Wat is terreur?

1. Noem de vijf kenmerken van terreur en beschrijf hoe deze bij de drie besproken voorbeelden van terreur in het verleden een rol speelden.
2. Beschrijf de overeenkomsten tussen de drie besproken voorbeelden.
3. Beschrijf op welke manier ze van elkaar verschillen.

Slide 4 - Diapositive

Bespreken antwoorden
- Terroristen zijn ergens heilig van overtuigd.
- Terroristen hebben geen schijn van kans om met andere middelen hun doel te bereiken. 
- Terroristen willen angst zaaien om het gedrag van veel mensen te beïnvloeden. 
- Terroristen kiezen doelwitten met een belangrijke symbolische waarde.
- Terroristen kiezen voor gebeurtenissen in het openbaar die veel aandacht trekken.

Slide 5 - Diapositive

Terreur en terrorisme

Slide 6 - Question ouverte

Les 2: Staatsterreur (1/2)
Afbeelding vorige les
Kan een staat terroristisch van aard zijn?
Machiavelli

Slide 7 - Diapositive

Kenmerken terrorisme
- Terroristen zijn ergens heilig van overtuigd.
- Terroristen hebben geen schijn van kans om met andere middelen hun doel te bereiken. 
- Terroristen willen angst zaaien om het gedrag van veel mensen te beïnvloeden. 
- Terroristen kiezen doelwitten met een belangrijke symbolische waarde.
- Terroristen kiezen voor gebeurtenissen in het openbaar die veel aandacht trekken.

Slide 8 - Diapositive

Slide 9 - Vidéo

Kan een staat dan terreur uitoefenen?

Slide 10 - Diapositive

Welk beeld van een goede vorst heeft Machiavelli?

Slide 11 - Question ouverte

Verwerking
4. Beschrijf waarom sommigen vinden dat terreur uitgeoefend door overheden niet echt gezien kan worden als terrorisme.
5. Beschrijf Machiavelli’s ideeën over de staat.
6. Leg uit waarom het optreden van Alva gezien kan worden als machiavellistisch.
Neem blz. 152-156 door. Noteer vragen in deze LessonUp.
Luister de Podcast 'Bewijs: mainstream media = de staat' van De Jensen Show op Spotify

Slide 12 - Diapositive

Les 3: Staatsterreur (2/2)

Slide 13 - Diapositive

De Jensen Show
Luister een kwartier uit de Podcast 'Bewijs: mainstream media = de staat' van De Jensen Show op Spotify. Jensen gelooft dat in Nederland sprake is van een vorm van controle/terreur is van de overheid.
- Geef drie citaten waaruit dat blijkt.
- Bedenk bij elk citaat een kritische vraag.
- Bekijk de titels van de andere afleveringen en zoek op wie Robert Jensen is. Hoe beoordeel je de betrouwbaarheid van de informatie uit De Jensen Show?

Slide 14 - Diapositive

Huiswerk
4. Beschrijf waarom sommigen vinden dat terreur uitgeoefend door overheden niet echt gezien kan worden als terrorisme.
5. Beschrijf Machiavelli’s ideeën over de staat.
6. Leg uit waarom het optreden van Alva gezien kan worden als machiavellistisch.

Slide 15 - Diapositive

Robespierre

Slide 16 - Carte mentale

Robespierre: grondlegger van staatsterreur?
- Maak een vergelijking met de Hertog van Alva (eigen criteria en/of kenmerken terreur uit les 1)
- Beschrijf hoe het optreden van Robespierre voortvloeide uit het denken van Rousseau.
- Beschrijf het belangrijkste verschil tussen de opvattingen van Machiavelli en die van Robespierre.

Slide 17 - Diapositive

Les 4: Beroepsterroristen

Slide 18 - Diapositive

Bespreking huiswerk
- Maak een vergelijking tussen Robespierre en de Hertog van Alva (eigen criteria en/of kenmerken terreur uit les 1)
Overtuiging: Alva handelde in opdracht van Filips II en vanuit godsdienstige overtuigingen; Robespierre vanuit ideologische overtuigingen (Rousseau)
Symbolische doelwitten: Alva minder dan Robespierre > onthoofding Lodewijk XVI en Marie-Antoinette
Beide mannen maken mensen bang om hun doel te bereiken

Slide 19 - Diapositive

Bespreking huiswerk
- Beschrijf hoe het optreden van Robespierre voortvloeide uit het denken van Rousseau.
Robespierre geloofde dat de revolutie voor geluk en deugd voor iedereen zou zorgen. Dat idee vloeit voort uit het denken van Rousseau over de Algemene Wil.
Rousseau gelooft dat een vorst overbodig is en mensen tot slaaf maakt; onthoofding koningin door Robespierre

Slide 20 - Diapositive

Bespreking huiswerk
- Beschrijf het belangrijkste verschil tussen de opvattingen van Machiavelli en die van Robespierre.
Het ging Machiavelli alleen om gehoorzaamheid van onderdanen om de machtspositie van de vorst te waarborgen. Robespierre wilde ook ideologische gehoorzaamheid > burgers moesten fanatiek in de idealen van de Franse revolutie geloven.

Slide 21 - Diapositive

Les 5 en 6: Beroepsterroristen
Expertmethode over aanslagen

Slide 22 - Diapositive

Expertmethode
Zie magister - huiswerk voor de opdracht

Slide 23 - Diapositive

Les 7: Moordaanslagen

Slide 24 - Diapositive

Bespreken moordaanslagen

Slide 25 - Diapositive

Les 8: Jihadistische terreur (1/2)

Slide 26 - Diapositive

Jihad
De term jihad heeft binnen de islam twee betekenissen:

- de innerlijke of grote jihad is de innerlijke strijd van een gelovige om als goed moslim te leven;
- de uiterlijke of kleine jihad betekent de gewapende strijd om de islam te verdedigen.

Slide 27 - Diapositive

Jihadist of terrorist?
Lees het artikel.
Neem een standpunt in. Gebruik inhoudelijke argumenten (uit de lesstof) en een voorbeeld van een aanslag uit deze eeuw die je standpunt ondersteunt.

Slide 28 - Diapositive

Les 9: Jihadistische terreur (2/2)

Slide 29 - Diapositive

Slide 30 - Vidéo

9/11, de dag die de wereld veranderde

Slide 31 - Diapositive

Islamitisch terrorisme
Monotheïstisme vs polytheïsme
Christendom: overeenkomsten en verschillen / historische continuïteit?

Slide 32 - Diapositive

Opdrachten
10. Beschrijf hoe het zich houden aan de sharia logisch voortvloeit uit de uitgangspunten van de islam.
11. Leg met behulp van de Verlichting, de Industriële Revolutie en de afloop van de Eerste Wereldoorlog uit waarom de positie van de islam in de wereld, volgens orthodoxe moslims, verslechterde.

Is 9/11 een escalatie van de ontwikkelingen uit opdracht 11 of een incident?


Slide 33 - Diapositive

Les 10: Wereldpositie islam

Slide 34 - Diapositive

Bespreking opdracht 10
Verlichting: verlies dominante positie op wetenschap/cultuur aan christelijk Europa.
Industriële Revolutie: Europa ging het Midden-Oosten voorbij op economisch en industrieel gebied.
Eerste Wereldoorlog: opheffing van Turkse rijk + mandaatgebied Groot-Brittannië. Ondanks Britse en Franse beloften geen groot Arabisch rijk. Uitroepen staat Israël (1948)

Slide 35 - Diapositive

Slide 36 - Vidéo

Iran anno 2022
Verplichte hijab
Onderdrukking
Kernwapens

Is een dictatuur per
definitie terroristisch?



Slide 37 - Diapositive

Waarom Amerika als doelwit?

Slide 38 - Diapositive

Ibn Taymiyya en Sayyid Qutb

Slide 39 - Diapositive

Les 12 
Toets bespreken
Joods-Palestijnse conflict

Slide 40 - Diapositive

Slide 41 - Vidéo

Les 13: KKK

Slide 42 - Diapositive

Programma
29-3 KKK
31-3 Hedendaags terrorisme
1-4 Herhaling/voorbereiding pw
5-4 Proefwerk Terreur


Slide 43 - Diapositive

Herhaling
Ontdekking van Amerika > autochtone bevolking sterft door Europese ziektes

Stichting plantages, maar wie werkt daar? > historisch gezien logische oplossing: Afrikanen

Verhouding tussen zwart-blank is sindsdien zeer hiërarchisch

Onder invloed van Verlichting ontstaat abolitionisme

Abolitionisme leidt tot Amerikaanse Burgeroorlog > Noorden wint > afschaffing slavernij
Vooral onvrede in Zuidelijke Staten > KKK

Slide 44 - Diapositive

Slide 45 - Lien

20e eeuw
Jimmy Crow-wetten > discriminatie vastgelegd in de wet

Na WOII > Rosa Parks en Martin Luther King 
> 1968: gelijkheid voor de wet

Slide 46 - Diapositive

Een ansichtkaart

Slide 47 - Diapositive

Les 14: Hedendaags terrorisme

Slide 48 - Diapositive

Spotprenten
Wat is de boodschap van de prenten?

Welke prenten vind je acceptabel en welke gaan te ver?

Waar ligt de grens van vrijheid van meningsuiting?

Klaar? Neem het boekje door en noteer evt. vragen

Slide 49 - Diapositive