Congruent of incongruent

Incongruentie
Een aantal studenten gaan dit onderwerp heel leuk vinden!
1 / 25
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMBOStudiejaar 2

Cette leçon contient 25 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

Éléments de cette leçon

Incongruentie
Een aantal studenten gaan dit onderwerp heel leuk vinden!

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoe vind je de persoonsvorm in een zin?

Slide 2 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoe vind je het onderwerp in een zin?

Slide 3 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Congruent of incongruent ?
Onderwerp en persoonsvorm moeten dezelfde vorm hebben.​
Onderwerp meervoud? 
Dan persoonsvorm ook meervoud  
Congruent
Is dat niet het geval?  Incongruent




Slide 4 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wanneer komt incongruentie voor ?
Bij woorden als (het) aantal, (de) groep, … procent enz.​

Dat zijn allemaal woorden en uitdrukkingen die een meervoud uitdrukken, maar toch enkelvoud zijn!​

Ik hoop dat het publiek dit goed begrepen …​
... heeft.​

Slide 5 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Let op voor incongruentie...
... als er een meewerkend voorwerp in de zin staat wordt dat aangezien wordt voor een onderwerp.






Slide 6 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Voor deelname aan de workshop wordt / worden de bezoekers een bijdrage van 150 euro gevraagd.
A
wordt
B
worden

Slide 7 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Veel illegale drugs kunnen gevaarlijke stoffen bevatten.
A
congruent
B
incongruent

Slide 8 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Bijna tachtig procent van de Nederlanders noemt zich gelukkig.
A
Congruent
B
Incongruent

Slide 9 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Het blijkt dat de jeugd in ons land tamelijk veel alcohol drinken.
A
Congruentie
B
Incongruentie

Slide 10 - Quiz

Incongruent, want 'de jeugd' is enkelvoudig en dus 'drinkt'.
Het merendeel van de leerlingen maakten het huiswerk gelukkig goed.
A
congruentie
B
incongruentie

Slide 11 - Quiz

Incongruentie, want het merendeel maakt; enkelvoudige kern. 
De verliezende deelnemers werd nog een kopje koffie aangeboden in het nabijgelegen café.
A
congruent
B
incongruent

Slide 12 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Omdat overleg niets opleverde, legden een aantal leraren het werk neer.


A
congruent
B
incongruent

Slide 13 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Een kudde paarden graast in de wei van de buurman.
A
congruent
B
incongruent

Slide 14 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

De media is er weer als de kippen bij om een schuldige aan te wijzen.
A
congruent
B
incongruent

Slide 15 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Dat stelletje stonden te zoenen onder de oude eik aan de Lindenlaan.
A
congruentie
B
incongruentie

Slide 16 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

De oorzaak van de steeds weer voorkomende ruzies tussen die meiden waren voor niemand duidelijk.
A
congruentie
B
incongruentie

Slide 17 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Op het platteland wordt echt heel veel drugs gebuikt.
A
congruent
B
incongruent

Slide 18 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

De winnaars worden een jaarabonnement op een dagblad naar keuze geschonken.
A
congruent
B
incongruent

Slide 19 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 20 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Ga aan de slag in duo's - 10 min
Schrijf op:
- Wat betekent congruentie?
- Wat betekent incongruentie?
- Maak zelf vijf zinnen met een incongruentie-fout erin. Denk aan veelgemaakte fouten zoals:
Enkelvoud/meervoud
Onderwerp en persoonsvorm die niet overeenkomen
Werkwoordsvormen die verkeerd gekozen zijn


Slide 21 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Groepen wisselen uit - 10 min
- Wissel jullie vel papier uit met een andere groep.
- Lees de incongruente zinnen van de andere groep goed door.
- Probeer samen te ontdekken wat de fout is.
- Verbeter de zin zodat deze congruent wordt.
Bespreek en vergelijk daarna jullie verbeteringen met elkaar.

Slide 22 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Klassikale terugkoppeling (5 minuten)
Iedere groep presenteert kort één opvallende zin en de verbeterde versie daarvan aan de klas.

Vertel waarom dit voorbeeld interessant of uitdagend was.
Leg kort uit waarom jullie de zin op deze manier verbeterden.

Slide 23 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Evaluatie
Welke fouten kwamen het meest voor?
Wat vonden jullie lastig of juist gemakkelijk?
Welke tips hebben jullie om congruentie-fouten te voorkomen?

Slide 24 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Aan de slag
Hoofdstuk Taalverzorging
Paragraaf 4.4
Maak opdracht 1 t/m 5 

Slide 25 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions