Cette leçon contient 20 diapositives, avec diapositives de texte.
La durée de la leçon est: 45 min
Éléments de cette leçon
Introductie les
Ga rustig & stil klaar zitten.
Pak je boek, schrift en pen/potlood.
Geen jassen en tassen op tafel!
timer
2:00
Slide 1 - Diapositive
Vandaag
Huiswerk foutje!
H1.1 De industriële revolutie
Zelfstandig werken
Slide 2 - Diapositive
Huiswerk
Slide 3 - Diapositive
Huiswerk nakijken
H1.1
H1.1
Blz. 17 t/m 21
Opdracht 1 t/m 7
Slide 4 - Diapositive
Leerdoel
Ik kan uitleggen wat kapitalisme is en ten minste vier andere gevolgen noemen van de industrialisatie in de 19e eeuw.
Slide 5 - Diapositive
Wat gebeurd hier?
Slide 6 - Diapositive
Hoe werkt de stoommachine?
Slide 7 - Diapositive
De industriële revolutie
Slide 8 - Diapositive
Ervoor...
Slide 9 - Diapositive
In de winter - huisnijverheid
Slide 10 - Diapositive
Fabrieken - industrialisatie
Slide 11 - Diapositive
Maar waar begon dit?
Slide 12 - Diapositive
Groot Brittannië - textielnijverheid (1750)
De bevolking groeide daardoor steeg de vraag naar producten zoals kleding.
Britse uitvinders bedachten een aantal machines waarmee zij sneller kleding konden maken. Later ook anders machines voor andere producten!
Op het platteland waren minder mensen nodig. Daardoor waren er genoeg arbeiders die voor een laag loon in fabrieken konden werken.
Britse ondernemers konden gemakkelijk aan goedkope grondstoffen komen. -> Katoen uit plantages in Amerika/ Steenkool en ijzererts uit de grond
SCHRIJF DIT OP IN JE SCHRIFT!
Slide 13 - Diapositive
Nederland
Vanaf 1860 groeide aantal fabrieken in Nederland
Grondstoffen aan te voeren en producten af te voeren -> nieuwe kanalen en spoorwegen.
Rond 1900 eerste steenkoolmijnen in Zuid-Limburg -> steenkool niet meer uit het buitenland (goedkoper!)
Slide 14 - Diapositive
De gevolgen van industrialisatie
Slide 15 - Diapositive
Gevolgen van industrialisatie
Huisnijverheid en kleine werkplaatsen van ambachtslieden verdwenen, omdat er steeds meer fabrieken kwamen.
De mijnbouw en metaalindustrie werden heel belangrijk in de economie.
Veel producten werden goedkoper, want met een machine kon een arbeider in dezelfde tijd veel meer producten maken dan een ambachtsman.
Bij mijnen en fabrieken ontstonden nieuwe steden en die groeiden snel. Deze verstedelijking ontstond doordat steeds meer mensen van het platteland naar de stad trokken, op zoek naar werk.
Slide 16 - Diapositive
Gevolgen van industrialisatie
In de samenleving werden twee groepen belangrijk: de ondernemers die de fabrieken bezaten en de arbeiders die er werkten.
Het kapitalisme ontstond. In een kapitalistische economie proberen ondernemers zoveel mogelijk winst te maken met het produceren van goederen. Ondernemers gaan steeds op zoek naar manieren om geld te verdienen. Bijvoorbeeld door een nieuw product te maken of door goedkoper te produceren dan andere bedrijven. Deze concurrentie tussen ondernemers zorgt volgens kapitalisten voor een sterke economie.
Het milieu raakte op grote schaal vervuild. Alle fabrieken hadden bijvoorbeeld rokende schoorstenen, die vuile lucht uitstootten.
Slide 17 - Diapositive
leerdoel
Ik kan uitleggen wat kapitalisme is en ten minste vier andere gevolgen noemen van de industrialisatie in de 19e eeuw.
Slide 18 - Diapositive
Aan de slag!
H1.1
BLZ. 22 t/m 24
opdracht 8 t/m 12
Als je klaar bent mag je iets voor jezelf doen in stilte.