3HV - Logica en Geldigheid


Logica & Geldigheid

1 / 24
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

Cette leçon contient 24 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon


Logica & Geldigheid

Slide 1 - Diapositive

Logisch geldende redenering 
In een logisch geldige redenering is er sprake van een uitgangspunt (vaak het verzwegen argument) en een daarop gebaseerde uitspraak. Als die beide met elkaar overeenkomen, dan is de redenering geldig. We gebruiken hiervoor de symbolen p resp. q. Een foute redenering ligt al snel op de loer…

Slide 2 - Diapositive

Oefenen: voorbeeld van een redenering

Als ik ziek ben, dan lig ik in bed.
Ik ben ziek. 
Dus lig ik in bed. 

Slide 3 - Diapositive

Teken in je schrift het schema dat bij de redenering hoort (tip: je begint met p --->).


Als ik ziek ben, dan lig ik in bed.
Ik ben ziek.
Dus lig ik in bed. 

Slide 4 - Diapositive


Klopt deze redenering?
Ja
Nee

Slide 5 - Sondage

Logische geldigheid
In tekens
Spreek uit als
Voorbeeldzin
p --> q
Als p het geval is, dan is q het geval
Als ik ziek ben, dan lig ik in bed. 
p is het geval
Ik ben ziek.
dus q is het geval
Dus lig ik in bed. 

Slide 6 - Diapositive

Voorbeeld van een redenering
Alle mensen zijn sterfelijk.
Socrates is een mens.
Dus Socrates is sterfelijk.

Slide 7 - Diapositive


Is het een geldige redenering?
Ja
Nee

Slide 8 - Sondage

Voorbeeld van een redenering
Als Bente thuis is, staat haar fiets in de schuur.
Bentes is thuis.
Dus haar fiets staat in de schuur.

Slide 9 - Diapositive


Is het een geldige redenering?
Ja
Nee

Slide 10 - Sondage

Voorbeeld van een redenering
Als je de toets goed hebt geleerd, dan haal je een voldoende.
Je hebt een voldoende.
Dus je hebt de toets goed geleerd.

Slide 11 - Diapositive

Teken in je schrift het schema dat bij de redenering hoort (tip: je begint met p --->).

Als je de toets goed hebt geleerd, dan haal je een voldoende.
Je hebt een voldoende.
Dus je hebt de toets goed geleerd.

Slide 12 - Diapositive

Ongeldigheid
In tekens
Spreek uit als
Voorbeeldzin
p --> q
Als p het geval is, dan is q het geval
Als je de toets goed hebt geleerd, haal je een voldoende.
q
q is het geval
Je haalt een voldoende.
p
dus p is het geval
Dus je hebt de toets goed geleerd.

Slide 13 - Diapositive


Is het een geldige redenering?
Ja
Nee

Slide 14 - Sondage

Voorbeeld van een redenering
Als je de toets goed hebt geleerd, dan haal je een voldoende.
Je hebt het proefwerk niet goed geleerd.
Dus je haalt geen voldoende.

Slide 15 - Diapositive


Is het een geldige redenering?
Ja
Nee

Slide 16 - Sondage

Verzwegen argumenten
  • Vaak zijn redeneringen niet compleet:
Willem rijdt in een Tesla, dus hij is erg milieubewust.

  • Er wordt een argument verzwegen:
Als je in een elektrische auto rijdt, dan ben je milieubewust. 

Slide 17 - Diapositive


Een verzwegen argument is impliciet in de argumentatie aanwezig.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 18 - Quiz


Wat is het verzwegen argument?
'Hij zorgt goed voor zichzelf, want hij doucht elke dag.'
A
Als je elke dag doucht, dan zorg je goed voor jezelf.
B
Iedereen die niet elke dag doucht, zorgt niet goed voor zichzelf.
C
Als je niet goed voor jezelf zorgt, dan douch je niet elke dag.
D
Als je van douchen houdt, dan ruik je lekker.

Slide 19 - Quiz


Hoe zou je tegen dit verzwegen argument in kunnen gaan?

Slide 20 - Question ouverte


Wat is het verzwegen argument?
'Hij is een waardeloos politicus, want hij komt nooit na wat hij gezegd heeft.'
A
Als je een waardeloos politicus bent, dan kom je nooit na wat je zegt.
B
Als je niet nakomt wat je zegt, ben je een waardeloos politicus.
C
Als je waardeloos bent, dan kom je niet na wat je zegt.
D
Alle politici zijn leugenaars.

Slide 21 - Quiz


Wat is het verzwegen argument?
Anna Woltz is een goede schrijver, zij is zo populair bij leerlingen.
A
Anna Woltz is de beste jeugdboekenschrijfster
B
Leerlingen hebben een slechte smaak
C
Een schrijver die populair is bij leerlingen, is een goede schrijver
D
Anna Woltz is populair bij leerlingen, en is dus een goede schrijver

Slide 22 - Quiz

Verzwegen argumenten
  • Door een verzwegen argument boven water te halen, zie je dat kritiek mogelijk is.
(Bijvoorbeeld: veel douchen is slecht voor je huid.)

  • Let op! De tegenwerping is inhoudelijk en gaat niet in op de logische geldigheid van de redenering. 

Slide 23 - Diapositive

Aan de slag! 
3h: Leesvaardigheid § 33. Logica en geldigheid
- Je maakt opdr. 1 tm 7
- Schrijf de woorden van woordenschat in je schrift met de betekenis erachter, of voeg ze toe aan je Quizlet. 

3v: Leesvaardigheid § 5. Logica en geldigheid
- Je maakt opdr. 1 tm 6
- Schrijf de woorden van woordenschat in je schrift met de betekenis erachter, of voeg ze toe aan je Quizlet. 

Slide 24 - Diapositive