paragraaf 5 de regering regeert

5. De regering regeert
1 / 15
suivant
Slide 1: Diapositive
MaatschappijleerMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

Cette leçon contient 15 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min

Éléments de cette leçon

5. De regering regeert

Slide 1 - Diapositive

Slide 2 - Diapositive

Regering
Regering = Koning en ministers





Dagelijks bestuur

Slide 3 - Diapositive

Wat hoort bij elkaar? Sleep de taken naar de juiste personen
Minister-president
Ministers
Regering
Parlement
Zitten in de regering
Is samen met de regering de baas
Bestuurt het land
Leidt de regering

Slide 4 - Question de remorquage

De ministeries

IN de rijksbegroting worden de taken en de uitgaven van de landelijke overheid verdeeld over de ministeries.

Een ministerie is verantwoordelijk voor een klein deel van de taken van de overheid.

Er is bijvoorbeeld een ministerie van onderwijs, een ministerie van defensie en een ministerie van buitenlandse zaken.

Slide 5 - Diapositive

Ministeries of departementen: afdelingen van het Rijk.
  • Aan het hoofd van een ministerie staat een verantwoordelijk minister die zitting heeft in het kabinet. 
  • De taken die een ministerie heeft verschilt per kabinet.
  • Een minister wordt meestal bijgestaan door een staatssecretaris.
  • De hoogste ambtenaar van een ministerie heet de secretaris-generaal, met daaronder verschillende directeuren-generaal.
  • Momenteel zijn er 12 ministeries, daarnaast een aantal ministersposten.
  • Minister van financiën bewaakt de uitgaven van de overheid.

Slide 6 - Diapositive

We hebben (EINDELIJK!) een nieuw kabinet. Wie hoort op welke post?
Minister van Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening
Minister-president
Minister voor Klimaat en energie
Minister van Volksgezondheid

Slide 7 - Question de remorquage



De formatie van een kabinet


Slide 8 - Diapositive

Hoeveel zetels heb je minimaal nodig om te kunnen regeren?
A
51
B
76
C
101
D
150

Slide 9 - Quiz

Dan is nog niet duidelijk wie er gaan regeren. 
De partijen moeten daar over onderhandelen, dat noemen wij de kabinetsformatie. 

Slide 10 - Diapositive

Als je gaat stemmen maak je gebruik van je:
A
Actieve kiesrecht
B
Passieve stemrecht

Slide 11 - Quiz

Verloop kabinetsformatie:
  1. Onderzoek:
    De informateur, meestal een ervaren politicus gaat onderzoeken met welke partijen een coalitie mogelijk is. 
  2. De informatie:
    Als ze partijen hebben gevonden die willen samenwerken, overleggen ze over oplossingen en compromissen voor hun meningsverschillen. Ze stellen samen een regeerakkoord op. Hierin staan de plannen van de regering voor de komende vier jaar.

Slide 12 - Diapositive

De coalitie bestaat uit twee of meer partijen die samen de regering vormen. Zij moeten met elkaar afspraken maken. Alle andere partijen noem je oppositie.

Slide 13 - Diapositive

De formatie:
3. De  Tweede Kamer benoemt nu een formateur. Dat is meestal de leider van de grootste partij in het kabinet. 
De formateur overlegt de verdeling van de ministers en staatssecretarissen.

4. Als de posten verdeeld zijn dan wordt het nieuwe kabinet beëdigd door de koning. 

Slide 14 - Diapositive

Het regeerakkoord:
Ze stellen samen een regeerakkoord op. Hierin staan de plannen van de regering voor de komende vier jaar

Slide 15 - Diapositive