catullus

catullus 25B 
teksten D en E
1 / 22
suivant
Slide 1: Diapositive
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

Cette leçon contient 22 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

catullus 25B 
teksten D en E

Slide 1 - Diapositive

Slide 2 - Diapositive

Slide 3 - Diapositive

Slide 4 - Diapositive

Ik heb dit gedicht al zelf vertaald
ja
nee
ehm

Slide 5 - Sondage

Wat is het onderwerp in de r.1?
A
mens
B
culpa
C
Lesbia

Slide 6 - Quiz

welke naamval is culpa r.1 ?
A
nominativus
B
dativus
C
ablativus

Slide 7 - Quiz

welke stijlfiguur is mea tua r.1?
A
alliteratie
B
antithese (tegenstelling)
C
anafoor

Slide 8 - Quiz

  • alliteratie: woorden beginnen met dezelfde letter (v.b. veni, vidi, vici)
  • tegenstelling: woorden met tegengestelde betekenis staan vlak bij elkaar
  • anafoor: hetzelfde woord  wordt (aan het begin van de zin) herhaald

Slide 9 - Diapositive

welke naamval is officio suo r.2
A
nominativus
B
dativus
C
ablativus

Slide 10 - Quiz

Slide 11 - Diapositive

welke modus is queat /possit r.3?
A
indicativus
B
coniunctivus

Slide 12 - Quiz

welke modus zijn fias en facias r.3?
A
indicativus
B
coniunctivus

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Diapositive

Slide 15 - Diapositive

Lesbia mi dicit semper male nec tacet umquam
de me: Lesbia me dispeream nisi amat.
quo signo? quia sunt totidem mea: deprecor illam
assidue, verum dispeream nisi amo.

Slide 16 - Diapositive

welk werkwoord uit het gedicht wijkt af van de rest en waarom?

Slide 17 - Question ouverte

welk gebruik van de coniunctivus is dispeream?
A
dubitativus (twijfel)
B
optativus (wens)
C
prohibitivus (verbod)

Slide 18 - Quiz

Lesbia mi dicit semper male nec tacet umquam
de me: Lesbia me dispeream nisi amat.
quo signo? quia sunt totidem mea: deprecor illam
assidue, verum dispeream nisi amo.

Slide 19 - Diapositive

Slide 20 - Diapositive

Slide 21 - Diapositive

want ut + coniunctivus geeft een gevolg aan

Slide 22 - Diapositive