4.1 Zoutformules en namen

H4.1 : Zoutformules en namen
1 / 24
suivant
Slide 1: Diapositive
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

Cette leçon contient 24 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 80 min

Éléments de cette leçon

H4.1 : Zoutformules en namen

Slide 1 - Diapositive

4.1 leerdoelen
Voorkennis
• aan de formule van een stof herkennen of het een zout, metaal of moleculaire stof is.
• de algemene eigenschappen en microstructuur van moleculaire stoffen, metalen en zouten. 
• berekeningen uitvoeren aan chemische reacties, mbv molverhoudingen. 

4.1 formules en naamgeving van zouten 
4.1.1 de systematische namen en verhoudingsformules
         van zouten geven en gebruiken.

Slide 2 - Diapositive

Herhaling:
Wat betekent de octetregel?

Slide 3 - Question ouverte

Vorming van ionen
  • Na heeft 1 valentie-elektron ->   zal er dus 1 weg willen doen vanwege octetregel                              -> Wordt zelf dan een Na+-ion
  • Cl heeft 7 valentie-elektronen -> zal er dus nog 1 bij willen vanwege octetregel                                                   -> Wordt zelf dan een Cl--ion

Slide 4 - Diapositive

Vorming van een zout
  • Ionen die ontstaan trekken elkaar sterk aan: ionbinding
    (par 2.4)
  • Ionen zitten in een ionrooster (par 2.4)

Slide 5 - Diapositive

Vorming van een zout
  • Een zout bestaat uit een positief en een negatief ion
  • Zouten bestaan uit een metaal & een niet-metaal
  • 1 uitzondering:
    ammonium-ion = NH4+-ion

Slide 6 - Diapositive

Enkelvoudige ionen
  • Ionen die bestaan uit 1 atoomsoort
  • Bestaan atoomsoorten met verschillende ionladingen
  • Aangeven met Romeinse cijfers ALS een ion meerdere ladingen KAN hebben: ijzer(II)ion of ijzer(III)ion (zie Binas T99) 
  • Leer de namen van deze ionen beide kanten op; dat scheelt je tijd bij de opgaven van het boek en de toetsen!


Slide 7 - Diapositive

Enkelvoudige ionen
  • Negatieve ionen eindigen op -ide
  • Leer de namen van deze ionen beide kanten op; dat scheelt je tijd bij de opgaven van het boek en de toetsen!

Slide 8 - Diapositive

Samengestelde ionen
  • Ionen die uit twee of meer verschillende atoomsoorten bestaan.
  • Leer de namen van deze ionen beide kanten op; dat scheelt je tijd bij de opgaven van het boek en de toetsen!
    (Binas T66B)

Slide 9 - Diapositive

  1. Schrijf de naam van het zout op.
  2. Schrijf de ionen met ladingen in symbolen.
  3. Bereken de verhouding van de ladingen, zodat de totale netto lading samen 0 is.
  4. Schrijf de verhoudingsformule op
  5. Schrijf de zoutformule van het vaste zout op zonder ladingen en met de fase. 
Hoe stel je een zoutformule op?

Slide 10 - Diapositive

herhalen namen, formules en oplosbaarheid
geef de formule



geef de naam



Slide 11 - Diapositive

Voorbeeld 1
Wat is de zoutformule van magnesiumchloride? 



  1. Schrijf de naam van het zout op.
  2. Schrijf de ionen met ladingen in symbolen.
  3. Bereken de verhouding van de ladingen, zodat het samen 0 is.
  4. Schrijf de verhoudingsformule op
  5. Schrijf de zoutformule op zonder ladingen en met de fase. 

Slide 12 - Diapositive

Voorbeeld 1
Wat is de zoutformule van magnesiumchloride?
  1. Magnesiumchloride
  2. Mg2+              Cl-

  3. 2 plus en 1 min dus verhouding: 1x Mg2+ en 2x Cl-
  4. (Mg+2)(Cl-)2
  5. MgCl2 (index 1 schrijven we niet op)


Slide 13 - Diapositive

Wat is de zoutformule van ijzer(III)oxide? 


Voorbeeld 2

Slide 14 - Diapositive

1. ijzer(III)oxide
2. 
3.    2     :     3
4. 
5. 
Voorbeeld 2
Fe3+
O2
(Fe3+)2(O2)3
Fe2O3(s)

Slide 15 - Diapositive

Naamgeving van een zout
  • Systematische naam: naam van het positieve ion + naam van het negatieve ion.
  • Let daarbij (in de oude naamgeving) op Romeinse cijfers als die nodig mogen zijn
  • Triviale namen van zouten: Binas tabel 66A

Slide 16 - Diapositive

Geef de juiste verhoudingsformule (zoutformule)
Ben je klaar, geef ook de systematische naam van de zouten met een sterretje

Cl-
O2-
OH-
SO42-
Ca2+
*
K+
*
Fe2+
*
Fe3+
*

Slide 17 - Diapositive

Geef de juiste verhoudingsformule (zoutformule)
Cl-
O2-
OH-
SO42-
Ca2+
CaCl2
CaO
Ca(OH)2
CaSO4
K+
KCl
K2O
KOH
K2SO4
Fe2+
FeCl2
FeO
Fe(OH)2
FeSO4
Fe3+
FeCl3
Fe2O3
Fe(OH)3
Fe2(SO4)3

Slide 18 - Diapositive

Hoeveel goede verhoudingsformules heb jij opschreven?
1-3
4-6
7-9
10-12

Slide 19 - Sondage

Wat is de systematische naam van
?
FeCl3

Slide 20 - Question ouverte

Wat is de systematische naam van
?
Al2O3

Slide 21 - Question ouverte

Wat is de systematische naam van
?
Fe(OH)3

Slide 22 - Question ouverte

Wat is de systematische naam van
?
Fe(OH)2(NO3)

Slide 23 - Question ouverte

Je kunt nu:
  • Uitleggen hoe een zout wordt gevormd uit een metaal- en een niet-metaal ion 
  • Uitleggen hoe een ionbinding tot stand komt en hoe een inrooster eruitziet
  • De naam en formule geven van een aantal veelvoorkomende enkelvoudige en  samengestelde ionen
  • De verhoudingsformule opstellen van een zout en de naam van het zout afleiden uit de verhoudingsformule

Slide 24 - Diapositive