Periode 3 | les 8 | woordenschat

Nederlands
Periode 3
Les 7
werkwoordspelling
1 / 41
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMBOStudiejaar 1

Cette leçon contient 41 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 90 min

Éléments de cette leçon

Nederlands
Periode 3
Les 7
werkwoordspelling

Slide 1 - Diapositive

Beroepshouding
  • Boek mee -> vandaag lezen we niet
  • Lezen = lezen
  • Uitleg = opletten
  • Opdracht = doen
  • Werken = werken (geen spelletjes, geen socials)
  • Eten = niet in het lokaal 

Slide 2 - Diapositive

In deze les
  • Lesdoelen
  • Kijk op periode 3
  • Korte uitleg nieuwe woorden
  • Oefening in LessonUp
  • Opdracht in het lokaal
  • Opdracht aan tafel

Slide 3 - Diapositive

Lesdoelen
Aan het eind van deze les...
  • ... begrijp je de betekenis van de volgende woorden, wanneer je ze tegenkomt in een tekst:

beogen | de ontgoocheling | de recessie | de rivaliteit | intimideren | relatief | sceptisch | tarten | trotseren | uitbesteden | verloochenen | analyseren | controversieel | verwijten | relevant

Slide 4 - Diapositive

Periode 3
  • Les 1: CV maken
  • Les 2: CV afronden en beoordeling
  • Les 3: solliciteren
  • Les 4: solliciteren afronden en beoordeling
  • Les 5: TOETS
  • Les 6: feedback ontvangen en geven
  • Les 7: werkwoordspelling (laatste kans beoordeling CV en sollicitatie)
  • Les 8: woordenschat

Slide 5 - Diapositive

Woordenschat
beogen | de ontgoocheling | de recessie | de rivaliteit | relatief | sceptisch | tarten | trotseren | uitbesteden | verloochenen | analyseren | controversieel | verwijten | diagnose | relevant

Slide 6 - Diapositive

Woordenschat
Per woord een plaatje en een korte uitleg. 

Slide 7 - Diapositive

beogen

Slide 8 - Diapositive

de ontgoocheling

Slide 9 - Diapositive

de recessie

Slide 10 - Diapositive

de rivaliteit

Slide 11 - Diapositive

diagnose 

Slide 12 - Diapositive

diagnose
rivaliteit
recessie
ontgoocheling
beogen

Slide 13 - Question de remorquage

relatief 

Slide 14 - Diapositive

sceptisch 

Slide 15 - Diapositive

tarten 

Slide 16 - Diapositive

trotseren 

Slide 17 - Diapositive

uitbesteden 

Slide 18 - Diapositive

uitbesteden
relatief
sceptisch
tarten
trotseren

Slide 19 - Question de remorquage

verloochenen 

Slide 20 - Diapositive

analyseren 

Slide 21 - Diapositive

controversieel 

Slide 22 - Diapositive

verwijten

Slide 23 - Diapositive

relevant

Slide 24 - Diapositive

verloochenen
analyseren
relevant
verwijten
controversieel

Slide 25 - Question de remorquage

Wat is het woord?
.....  betekent eigenlijk het uitdagen of negeren van iets dat normaal gesproken wordt verwacht of gehoorzaamd. Stel je bijvoorbeeld voor dat er een regel is die zegt dat je niet op het gras mag lopen, maar iemand doet dat toch. Die persoon .... dan eigenlijk die regel door het gras te betreden, zelfs als het niet mag. Het gaat erom dat iemand bewust iets doet dat normaal gesproken wordt gezien als ongepast of niet toegestaan.

Slide 26 - Diapositive

Welk woord hoort op de puntjes?
A
beogen
B
intimideren
C
tarten
D
uitbesteden

Slide 27 - Quiz

Slide 28 - Diapositive

Welk woord hoort bij de afbeelding?
A
de woordspeling
B
de rivaliteit
C
sceptisch
D
de ontgoocheling

Slide 29 - Quiz

Wat is het woord?
..... betekent dat je iets ontkent of afwijst, vaak iets waar je eerder aan verbonden was of waar je voor stond. Het kan bijvoorbeeld betekenen dat je ontkent dat je iets hebt gezegd of gedaan, ook al heb je het eigenlijk wel gezegd of gedaan. Het kan ook betekenen dat je je band of relatie met iets of iemand verbreekt, alsof je zegt: "Ik ken die persoon niet" terwijl je eigenlijk wel met die persoon hebt gesproken. Het is als het ware het tegenovergestelde van erkennen of trouw blijven aan iets of iemand.

Slide 30 - Diapositive

Welk woord hoort op de puntjes?
A
verloochenen
B
trotseren
C
de recessie
D
relatief

Slide 31 - Quiz

Slide 32 - Diapositive

Welk woord hoort bij de afbeelding?
A
de ontgoocheling
B
de woordspeling
C
uitbesteden
D
sceptisch

Slide 33 - Quiz

Wat is het woord?
.... betekent eigenlijk dat iets afhankelijk is van andere dingen om te begrijpen of te waarderen. Stel je voor dat je naar de grootte van een vis kijkt. Als je zegt dat de vis groot is, is dat een .... beschrijving, omdat het afhangt van hoe groot andere vissen zijn die je hebt gezien. Als alle andere vissen die je hebt gezien kleiner zijn, lijkt deze vis groot in vergelijking. Dus, .....  helpt ons begrijpen hoe dingen zich tot elkaar verhouden, in plaats van ze op zichzelf te bekijken.

Slide 34 - Diapositive

Welk woord hoort op de puntjes?
A
uitbesteden
B
beogen
C
relatief
D
de ontgoocheling

Slide 35 - Quiz

Slide 36 - Diapositive

Welk woord hoort bij de afbeelding?
A
de woordspeling
B
de recessie
C
beogen
D
de ontgoocheling

Slide 37 - Quiz

Wat is het woord?
..... betekent simpelweg dat je iets probeert te bereiken of te doen. Het gaat over het hebben van een doel of een intentie om iets te bereiken. Stel je voor dat je een pijl afschiet en je probeert het doel te raken. Het doel dat je hebt, is wat je .... te raken. Dus, als je zegt: "Ik ..... een goed cijfer te halen op mijn examen," betekent dit dat je je richt op het behalen van een goed cijfer als doel. Het draait allemaal om het hebben van een doel voor ogen en actie ondernemen om dat doel te bereiken.

Slide 38 - Diapositive

Welk woord hoort op de puntjes?
A
beogen
B
de recessie
C
trotseren
D
uitbesteden

Slide 39 - Quiz

de achteruitgang van de economie
iemand bang maken, bedreigen
weerstaan
werk door iemand anders laten doen
uitbesteden
de recessie
trotseren
intimideren

Slide 40 - Question de remorquage

Opdracht
  • 15 teksten en 15 woorden hangen in het lokaal.
  • Op de achterkant van de teksten staan cijfers. 
  • Op de achterkant van de woorden staan letters. 
  • Maak de juiste combinaties. 
  • Zet de cijfers in volgorde. 
  • Goede combinaties gemaakt? Welk woord komt eruit?

Slide 41 - Diapositive