werkwoordspelling

Werkwoordspelling
1 / 20
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

Cette leçon contient 20 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 120 min

Éléments de cette leçon

Werkwoordspelling

Slide 1 - Diapositive

Planning
Pitch verhaal uitleg en planning
werkwoordspelling oefenen klassikaal
werkwoordspelling oefenen zelfstandig
verhaal lezen 
Schrijven

Slide 2 - Diapositive

werkwoordspelling
Je krijgt gemengde vragen over werkwoordspelling. 

Slide 3 - Diapositive

Open vragen
In de volgende open vragen staan steeds 1 òf 2 werkwoorden foutief gespeld. Geef de correcte spelling. 

Bij meerdere antwoorden: Geef de antwoorden in de zinsvolgorde met een spatie tussen de antwoorden; denk om hoofdletters (?)

Slide 4 - Diapositive

Vervolg open vragen 
Let op! Alleen pvtt als dit blijkt uit de zin.
Gebruik een hoofdletter als dit nodig is in de zin.

Slide 5 - Diapositive

...(Vergoeden) de verzekering de ...(lijden) schade?

Slide 6 - Question ouverte

Gisteren (landen) er geen enkel vliegtuig op Schiphol omdat het zo (misten).

Slide 7 - Question ouverte

Heeft Tim zijn hand ernstig (verwonden) aan dat (breken) glas?

Slide 8 - Question ouverte

Bij het ontbijt eet ik graag ... (bakken), ... (koken) of ... (pocheren) eieren.

Slide 9 - Question ouverte

... (Redden) jij de levens van de ... (oversteken) padden?

Slide 10 - Question ouverte

Nu volgen quizvragen
Geef aan wat voor type werkwoord de werkwoorden* zijn.

Slide 11 - Diapositive

De uitgeputte* toerist zat* op de Dam met een uitgevouwen* plattegrond voor zich.
A
vd, pvvt, bn
B
bn, pvvt, bn
C
bn, pvtt, bn
D
bn, pvvt, vd

Slide 12 - Quiz

Strompelend* en zingend* zwalkte* de dronken man over straat.
A
OD, OD, pvtt
B
BN, BN, pvtt
C
OD, OD, pvvt
D
VD, VD, pvvt

Slide 13 - Quiz

Toen Stefan zijn telefoon kapot liet* vallen* moesten zijn vrienden lachen*.
A
pvvt, inf, inf
B
pvvt, inf, pvtt
C
pvvt, inf, pvvt
D
pvtt, inf, inf

Slide 14 - Quiz

"Loop* naar de pomp", beet* de winkelbediende de klant toe.
A
GW, pvtt
B
OD, pvvt
C
OD, inf
D
GW, pvvt

Slide 15 - Quiz

ww- definities
Onvoltooid deelwoord: hele werkwoord + d
Gebiedende wijs: ik-vorm van het werkwoord
Infinitief: hele werkwoord dat niet verandert in de ovt/ott
Persoonsvorm: werkwoord in de zin dat verandert van tijd en getal
pvvt: persoonsvorm verleden tijd
pvtt: persoonsvorm tegenwoordige tijd


Slide 16 - Diapositive

ww-definities (vervolg)
voltooid deelwoord (zwak): ge + ik-vorm + d/t (taxikofschip)
voltooid deelwoord (sterk): ge + hele ww/ pv ovt (geworden/ gedacht). Voltooid deelwoord heeft altijd een hww.

vd/od bijvoeglijk gebruikt: verkochte spullen/verkopende vrouw spelling = zo kort mogelijk.
 

Slide 17 - Diapositive

werkwoordspelling zelfstandig
Maak opdracht 10 (p. 37)
Maak opdracht 9 + 10 (p. 69)

Slide 18 - Diapositive

Lees een verhaal
Maak weer een samenvatting in 1 zin.

Slide 19 - Diapositive

creatief schrijven
Zie: de kopie!

Slide 20 - Diapositive