Fouten met verwijswoorden 4V

Vandaag: fouten met verwijswoorden
1 / 15
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

Cette leçon contient 15 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

Vandaag: fouten met verwijswoorden

Slide 1 - Diapositive



Herhaling: wat zijn verwijswoorden?

Slide 2 - Diapositive

Verwijswoorden wijzen terug naar een eerdergenoemd woord in een zin. Soms wijzen ze ook vooruit, naar een woord dat verderop in de zin staat
Voorbeeld: 
Saskia geniet van de warme zomerdagen. Ze gaat lekker zwemmen en eet heerlijke ijsjes.
Het centrum van Amsterdam is vannacht erg onrustig geweest; ik heb het vanmorgen in de krant gelezen
De Oranje Leeuwinnen werden kampioen en de koning gaf hun een onderscheiding.
De sturen van hun fietsen raakten elkaar heel even. In een flits vielen Sjoerd en Kas op de grond.


Slide 3 - Diapositive



Herhaling: wat is een antecedent?

Slide 4 - Diapositive

Antecedent
Het woord of de woordgroep waarnaar een verwijswoord terugwijst noemen we het antecedent.
Voorbeeld:
De regeringspartijen wilden het voorstel dat de oppositie deed, niet overnemen.
Mijn iPad deed het niet meer, maar gelukkig kon hij snel gerepareerd worden.

Slide 5 - Diapositive

Het schema

Slide 6 - Diapositive

Er zijn mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden. 

Bij veel woorden is het geslacht duidelijk: de jongen (m), het meisje (o), het eten (o), de minister (m). 

Maar soms is het lastig te bepalen wat het geslacht van een woord is. Dit kun je dan het beste opzoeken in een woordenboek.

Slide 7 - Diapositive

  • hij en zijn verwijzen naar mannelijke (m) woorden
  • zij en haar verwijzen naar vrouwelijke (v) woorden
  • het en zijn naar onzijdige (o) woorden

Slide 8 - Diapositive

Hen of hun?
Dit is iets wat enorm veel fout gaat!
Hen:
- als verwijswoord lv is
- na een voorzetsel
hun:
- bij mv (zonder voorzetsel!)
- NOOIT als onderwerp

Slide 9 - Diapositive

Je moet hen vragen of ze ook komen.
Goed
Fout

Slide 10 - Sondage

De vaas dat jij kapot hebt gestoten, is vervangen voor een nieuwe.
Goed
Fout

Slide 11 - Sondage

Ik zie hen al van verre aankomen.
Goed
Fout

Slide 12 - Sondage

Ik geef aan hen een compliment voor hun harde werk
Goed
Fout

Slide 13 - Sondage

Nadat de voetballers de wedstrijd hebben gespeeld, kan het publiek met hun op de foto.
Goed
Fout

Slide 14 - Sondage

Aan het werk!
  1. Lees nog eens rustig de theorie van H7 formuleren, par. 2 fouten met verwijswoorden
  2.  Maak opdracht 1 t/m 7.

Slide 15 - Diapositive