Examentraining 2F - Feit, mening en argument

Centraal examen Lezen & Luisteren 
1 / 37
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMBOStudiejaar 1,2

Cette leçon contient 37 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 3 vidéos.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min

Éléments de cette leçon

Centraal examen Lezen & Luisteren 

Slide 1 - Diapositive

Wat gaan we vandaag doen?
Herintroduceren
  • 1. Tekstdoel 
  • 2 Hoofdgedachte/onderwerpen/hoofdzaak & bijzaak 
  • 3 Betrouwbaarheid van een tekst




Slide 2 - Diapositive

De vorige keer...
De functies van beeld
  • Aandacht trekken
  • Verduidelijken van informatie
  • Extra informatie toevoegen
  • Sfeer oproepen 


Slide 3 - Diapositive

Hoe zat het ook al weer?

Slide 4 - Diapositive

Slide 5 - Vidéo


Tekstdoel?
A
Informeren
B
Overtuigen/Betogen
C
Instrueren
D
Overhalen/Activeren

Slide 6 - Quiz

Wat is:
1. Het onderwerp van dit filmpje?
2. De hoofdgedachte van dit filmpje?

Slide 7 - Question ouverte

Elke tekst heeft een onderwerp en een hoofdgedachte

Hoe herken je het onderwerp
  • Het onderwerp geeft in één woord aan waar een tekst over gaat.
  • Je kunt het onderwerp vaak al uit de titel halen.

Hoe herken je de hoofdgedachte?
  • De hoofdgedachte is één zin die het belangrijkste over het onderwerp aangeeft.
  • Je kunt de hoofdgedachte meestal in de inleiding terugvinden.

Slide 8 - Diapositive

Soorten vragen: Hoofd- en bijzaken

Slide 9 - Diapositive

Hoe onderscheid je de hoofdzaken in een tekst?

Hoofdzaken in een tekst hebben een vaste plek:
  • De titel geeft het onderwerp weer.
  • De eerste zin van de inleiding is vaak de hoofdgedachte.

Hoofdzaken in een alinea hebben een vaste plek:
  • Begint meestal met de kernzin (de hoofdgedachte van een alinea)
  • Daarna komt veelal een opsomming van feiten, meningen, voorbeelden en/of argumenten.
  • De alinea sluit veelal af samen te vatten wat er allemaal opgesomd is.




Slide 10 - Diapositive

Slide 11 - Vidéo

Noem een hoofdzaak uit dit nieuwsitem.


Slide 12 - Question ouverte

Bijzaken
De tekst kan zijn doel bereiken zonder bijzaken.
Bijzaken kun je dus weglaten.

Bijzaken zijn:  extra uitleg en voorbeelden.
Bijzaken maken de tekst duidelijker, of leuker.
Bijzaken staan NOOIT in een samenvatting.
Bijzaken staan NOOIT in een kopje.

Slide 13 - Diapositive

Wat is een bijzaak uit dit nieuwsitem?


Slide 14 - Question ouverte

Hoe komt dit terug op je examen?

Slide 15 - Diapositive

Feiten, meningen en argumenten
  • Je weet wat een feit is.
  • Je weet wat een mening/standpunt is.
  • Je weet wat en argument is.

Slide 16 - Diapositive

Slide 17 - Diapositive

Slide 18 - Diapositive

Slide 19 - Diapositive

Slide 20 - Diapositive


Staat hier een feit, mening, of argument?
Als je te laat bent, dan moet je je melden.  
A
Feit
B
Mening
C
Argument

Slide 21 - Quiz


Staat hier een feit, mening,  of argument?
....., omdat hij goede standpunten heeft.
A
Feit
B
Mening
C
Argument

Slide 22 - Quiz


Staat hier een feit, mening,  of argument?
Ik vind 'The Cell' een spannende film.
A
Feit
B
Mening
C
Argument

Slide 23 - Quiz

4

Slide 24 - Vidéo

02:07
Leuk is een typisch woord voor een...
A
feit
B
mening
C
argument

Slide 25 - Quiz

03:37
Wanneer is lezen moeilijk?
Als je...
A
laaggeletterd bent
B
Netflix hebt
C
niet leert hoe je moet kijken
D
woordenschat beperkt is

Slide 26 - Quiz

05:57
Welke (drie) argumenten noemt hij waarom ook geoefende lezers netflixen?

Slide 27 - Question ouverte

06:30
Wat biedt een boek dat Netflix niet heeft volgens jou?

Slide 28 - Carte mentale

Noem een verschil tussen Netflixen en lezen dat je hoorde in deze video

Slide 29 - Carte mentale

Overleg met je buurman of -vrouw: wat is de hoofdgedachte van deze video?

Slide 30 - Question ouverte

Deze video is gemaakt met hulp van Stichting Lezen. Verandert dat de betrouwbaarheid van de tekst voor jou?
Ja
Nee

Slide 31 - Sondage

Tips bij kijk-luisterfragmenten op je examen NED
  • Luister gericht door eerst de vragen te lezen en daarna het fragment te beluisteren.
  • Pauzeer het fragment om een vraag te beantwoorden 
  • Let op signaalwoorden: deze geven een verband aan
  • Let goed op het beeld: dit kan extra informatie bevatten of iets duidelijker maken.

Slide 32 - Diapositive

In de titel van een (gesproken) tekst vind je meestal
A
de hoofdgedachte
B
de mening van de maker
C
het onderwerp
D
een argument over het onderwerp

Slide 33 - Quiz

Waar in de (gesproken) tekst vind je de hoofdgedachte meestal?
A
in het slot
B
in het middenstuk
C
in de inleiding

Slide 34 - Quiz

Een feit is geen mening omdat het ...
A
argumenten heeft.
B
controleerbaar is.
C
een standpunt is.
D
een stelling is.

Slide 35 - Quiz

Wat is de functie van een bijzaak in een (gesproken) tekst?
A
maken de tekst duidelijker
B
om op te nemen in de samenvatting
C
tekst voor de koppen / onderdelen

Slide 36 - Quiz

De rest van de les... Zelfstandig werken
  • Ga naar Studiemeter
  • Maak van Starttaal Compact 2F
    de opdrachten (af)  die voor je
    zijn klaargezet

Slide 37 - Diapositive