Cette leçon contient 28 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.
Éléments de cette leçon
Les 17: figuurlijk taalgebruik
Slide 1 - Diapositive
Even een opwarmertje...
Slide 2 - Diapositive
Slide 3 - Vidéo
Welk spreekwoord gebruik jij wel eens en wat betekent het?
Slide 4 - Question ouverte
Lees de tekst op p 217 en beantwoord de vragen.
Maak oefening 2.
Slide 5 - Diapositive
Misschien heb je helemaal geen spreekwoord opgeschreven bij de vorige vraag, want een spreekwoord is niet hetzelfde als een uitdrukkig of gezegde. Zie hier het verschil:
Slide 6 - Diapositive
Slide 7 - Diapositive
Eens kijken wat je onthouden hebt...
Sleep de kenmerken op de volgende slide naar het juiste begrip.
Slide 8 - Diapositive
Spreekwoord
Uitdrukking
Gezegde
Algemene
levenswijsheid
Altijd een zinsdeel
Geen werkwoord
Vaste verbinding van woorden
Onveranderlijk
aangepaste formulering
O en PV
kunnen aangepast worden
Slide 9 - Question de remorquage
Dat was de theorie, maar kan je ze nu ook herkennen?
Quizen maar...
Slide 10 - Diapositive
Gaat het hier om een spreekwoord, een uitdrukking of een gezegde? "Jong geleerd, is oud gedaan."
A
Spreekwoord
B
Uitdrukking
C
Gezegde
Slide 11 - Quiz
Gaat het hier om een spreekwoord, een uitdrukking of een gezegde? "De moeite lonen."
A
Spreekwoord
B
Uitdrukking
C
Gezegde
Slide 12 - Quiz
Gaat het hier om een spreekwoord, een uitdrukking of een gezegde? "Met man en macht"
A
Spreekwoord
B
Uitdrukking
C
Gezegde
Slide 13 - Quiz
Gaat het hier om een spreekwoord, een uitdrukking of een gezegde? "van jetje geven"
A
Spreekwoord
B
Uitdrukking
C
Gezegde
Slide 14 - Quiz
Gaat het hier om een spreekwoord, een uitdrukking of een gezegde? "Joost mag het weten."
A
Spreekwoord
B
uitdrukking
C
Gezegde
Slide 15 - Quiz
Gaat het hier om een spreekwoord, een uitdrukking of een gezegde? "Het gelag betalen"
A
Spreekwoord
B
Uitdrukking
C
Gezegde
Slide 16 - Quiz
Gaat het hier om een spreekwoord, een uitdrukking of een gezegde? "beter laat dan nooit"
A
Spreekwoord
B
Uitdrukking
C
Gezegde
Slide 17 - Quiz
Gaat het hier om een spreekwoord, een uitdrukking of een gezegde? "Tot in de kleine uurtjes"
A
Spreekwoord
B
Uitdrukking
C
Gezegde
Slide 18 - Quiz
Weet je nog met welk 'spreekwoord' je zelf begonnen was? Noteer het hieronder nog eens opnieuw en noteer tussen haakjes of het een spreekwoord, een uitdrukking of gezegde is.
Slide 19 - Question ouverte
Spreekwoorden en uitdrukkingen zoek je in het woordenboek op op het eerste trefwoord.
Slide 20 - Diapositive
Bijvoorbeeld:
"Honger maakt rauwe bonen zoet"--> trefwoord = honger
"Het loopt de spuigaten uit." --> trefwoord = spuigaten
Slide 21 - Diapositive
Ga naar een online spreekwoordenboek.
1) Zoek de betekenis op van de gevraagde spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegdes.
2) Vermeld tussen haakjes of het een spreekwoord (SW), uitdrukking (UD) of gezegde (G) is.