'Ik wist niet dat u graag naar voetbal keek?'
'Wel, ik ben nu wel benieuwd om te zien wie mijn record zal verbreken.'
'Uw record?'
'Ja, dat van mij. Drieënveertig goals. In 1965.'
'Echt?'
'Kan een oude man geen kampioen geweest zijn?'
'Eh...jawel. Ik bedoel: wat een toeval. Broertje zal mij niet geloven als ik hem vertel dat ik u ontmoet heb. Dat ik weet wie u bent.'
Dat weet je niet, Soumia.' (p. 232)
Waarom denkt Luc dit?