3. Feiten, meningen, argumenten en stukje herhaling van de verbanden

3. Feiten, meningen, argumenten en stukje herhaling van de verbanden
1 / 12
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

Cette leçon contient 12 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 25 min

Éléments de cette leçon

3. Feiten, meningen, argumenten en stukje herhaling van de verbanden

Slide 1 - Diapositive

feit
mening / standpunt
argument
waarmee je iets onderbouwt
iets wat waar of niet waar is
wat iemand vindt

Slide 2 - Question de remorquage

feiten/meningen/argumenten
Feiten: kun je controleren (is het waar / niet waar?)

Meningen: iets wat iemand vindt (eens of oneens zijn)

Argumenten: uitleg waarom iemand iets vindt (signaalwoorden: want, omdat, namelijk...)


Slide 3 - Diapositive


De school heeft 2 gymzalen.
A
feit
B
mening
C
argument

Slide 4 - Quiz


De school ligt op een gunstige locatie,
A
feit
B
mening
C
argument

Slide 5 - Quiz


want de school is goed bereikbaar.
A
feit
B
mening
C
argument

Slide 6 - Quiz

Staat hier een feit, mening of argument?

Ik vind 'The Cell' een spannende film.
A
Feit
B
Mening
C
Argument

Slide 7 - Quiz

Staat hier een feit, mening of argument?

Morgen moet ik naar de tandarts.
A
Feit
B
Mening
C
Argument

Slide 8 - Quiz

Staat hier een feit, mening of argument?

Het huis ligt aan een drukke weg.
A
Feit
B
Mening
C
Argument

Slide 9 - Quiz

De alinea
  • Een tekst is verdeeld in alinea's.
  • De zin die het belangrijkste van een alinea weergeeft, noem je de kernzin.
  • De kernzin is vaak de eerste, tweede of de laatste zin van een alinea!

Slide 10 - Diapositive

 Tekstverbanden
  • Zinnen in een tekst staan met elkaar in verband. Zinnen die bij elkaar horen vormen samen een alinea
  • In een goede tekst hangen woorden, zinnen en alinea's met elkaar samen, dit noem je tekstverband
  • Enkele voorbeelden: chronologisch, concluderend , opsommend, tegenstellend, oorzakelijk. 
  • Tekstverbanden kun je herkennen aan signaalwoorden-> zie NN  blz 258-259

Slide 11 - Diapositive

Welke tekstverbanden?

chronologisch
opsommend
toelichtend
tegenstellend
redengevend


oorzakelijk
concluderend
doel-middel
samenvattend
vergelijkend

Slide 12 - Diapositive