Les 6 (hoofdstuk 10)

Welkom bij les 6!
Wil je je camera aanzetten en je geluid uitzetten?
Pak alvast je lesboek.

Je kunt met je telefoon inloggen bij LessonUp.
1 / 26
suivant
Slide 1: Diapositive
OnderwijswetenschappenMiddelbare schoolvmbo lwoo, mavoLeerjaar 1

Cette leçon contient 26 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 90 min

Éléments de cette leçon

Welkom bij les 6!
Wil je je camera aanzetten en je geluid uitzetten?
Pak alvast je lesboek.

Je kunt met je telefoon inloggen bij LessonUp.

Slide 1 - Diapositive



Vragen over huiswerk

Hoofdstuk 10 (bij de fietsenmaker)
Woorden hoofdstuk 10 herhalen

Een tweedehands fiets kopen (spreken)

Imperfectum: uitleg en oefenen (spreken en schrijven)

Pauze

Imperfectum modale werkwoorden: uitleg en oefenen (spreken)

Huiswerk voor volgende week
Planning

Slide 2 - Diapositive

Heb je een vraag over les 5 of het huiswerk?
A
Ja
B
Nee

Slide 3 - Quiz

Scan de QR-code. 
Woorden oefenen

Slide 4 - Diapositive

  1. bagagedrager
  2. band
  3. bel
  4. trapper
  5. stuur
  6. wiel
  7. zadel
  8. remmen
  9. achterlicht
  10. voorlicht
  11. slot
  12. standaard 
Fietsonderdelen (blz. 147)

Slide 5 - Diapositive




Werk in tweetallen (in een breakoutroom). Je wil een tweedehands fiets kopen. Er zijn vier fietsen. Noem van elke fiets een voordeel en een nadeel. Welke fiets koop je? Waarom? Kies allebei een fiets (dit hoeft niet dezelfde fiets te zijn).


Spreken (opdracht 6, blz. 147) - een tweedehands fiets kopen
timer
1:00
kleur
model
hoe oud
prijs
bijzonderheden
problemen
wit
herenfiets
3 jaar
200,-
licht op batterij
geen versnellingen
zwart
racefiets
10 jaar
100,-
rijdt soepel
gladde banden
groen
mountainbike
4 jaar
150,-
10 versnellingen
remmen doen het niet goed
roze
damesfiets
6 jaar
75,-
leren zadel
geen bagagedrage
Een voordeel is... de kleur/de prijs/de leeftijd.
Een nadeel is... 

Slide 6 - Diapositive

Welke fiets heb jij gekozen?
A
De witte fiets
B
De zwarte fiets
C
De groene fiets
D
De roze fiets

Slide 7 - Quiz



  • Het regende gisteren. Ik fietste weg van onze praktijk en ik wilde rechtsaf slaan.

  • Eén werkwoord: ik-vorm + te(n) of de(n)
  • Laatste letter stam: 
  • wel in soft ketchup > -t
  • niet in soft ketchup > -d


  • infinitief > stam
  • fietsen > fiets
  • s is wel in soft ketchup > -t
  • ik-vorm = fiets
  • fiets + te (singularis) = ik fietste
  • fiets + ten (pluralis) = wij fietsten

  • infinitief > stam
  • bellen > bell
  • -l is niet in soft ketchup > -d
  • ik-vorm = bel
  • bel + de (singularis) = jij belde
  • bel + den (pluralis) = wij belden
10.5 Imperfectum (blz. 148) - regelmatige werkwoorden

Slide 8 - Diapositive

Wat is bestellen in het imperfectum in singularis en pluralis?

Slide 9 - Question ouverte

Wat is werken in het imperfectum in singularis en pluralis?

Slide 10 - Question ouverte



  • Uit het hoofd leren
  • Bijlage 3 - bladzijde 282

  • Leer de blauwe woorden (perfectum en imperfectum)
10.5 Imperfectum (blz. 148) - onregelmatige werkwoorden

Slide 11 - Diapositive

Wat is beginnen in het imperfectum in singularis en pluralis?

Slide 12 - Question ouverte



Werk in tweetallen (in een breakoutroom).  Kies wie A is en wie B is.

Ronde 1: lees de zinnen over vandaag en gisteren. 

Ronde 2: lees de zinnen nog een keer, maar B doet het boek dicht. 
Spreken (opdracht 7, blz. 148) - imperfectum
timer
1:00

Slide 13 - Diapositive

Pauze
timer
1:00

Slide 14 - Diapositive

We maken een deel van de opdracht samen (zin 1 t/m 3 en zin 11 t/m 13). De rest is huiswerk. 
Schrijven (opdracht 8, blz. 149)
timer
1:00

Slide 15 - Diapositive

Imperfectum - regelmatige werkwoorden

Hij _____________ (voelen) zich niet zo goed.

Slide 16 - Question ouverte

Imperfectum - regelmatige werkwoorden

Hans en Paul ________________ (stoppen) na twee maanden al met hun studie.

Slide 17 - Question ouverte

Imperfectum - regelmatige werkwoorden

Ik ________________ (vieren) mijn verjaardag altijd met mijn familie.

Slide 18 - Question ouverte

Imperfectum - onregelmatige werkwoorden

Tom ________________ (vragen) iets aan zijn buurvrouw.

Slide 19 - Question ouverte

Imperfectum - onregelmatige werkwoorden

Dat ________________ (weten) ik niet!

Slide 20 - Question ouverte

Imperfectum - onregelmatige werkwoorden

Waar ________________ (staan) je fiets? Bij het restaurant?

Slide 21 - Question ouverte

Heb je een vraag over de spelling van het imperfectum?
A
ja
B
nee

Slide 22 - Quiz

10.6 Imperfectum modale werkwoorden (blz. 150)
mogen
willen
moeten
kunnen
zullen
singularis (ik, jij, je, u, hij, zij, ze, het)
mocht
wilde / wou
moest
kon
zou
pluralis 
(wij, we, jullie, zij, ze)
mochten
wilden
moesten
konden
zouden

Slide 23 - Diapositive

Werk in drietallen (in een breakoutroom). Beantwoord de vragen.

Let op: moeten + niet/geen = hoeven + niet/geen + te + infinitief
imperfectum: hoefde(n)
Spreken (opdracht 9, blz. 150-151)
timer
1:00

Slide 24 - Diapositive

10.7 Perfectum en imperfectum

Slide 25 - Diapositive

  • Vragen? 
  • Stuur een e-mail! 


  • Schrijf ook je taalautobiografie.




Succes met het huiswerk en tot volgende week!
Huiswerk voor volgende week

Slide 26 - Diapositive