Ecologie

Ecologie

  • Ik kan uitleggen wat biotische en abiotische factoren zijn.
  • Ik kan zelf een voedselweb maken aan de hand van een bron.
  • Ik kan met behulp van een voedselweb uitleggen hoe de biodiversiteit is.
  • Ik kan verschillende ecosystemen vergelijken en de belangrijkste verschillen uitleggen.





1 / 31
suivant
Slide 1: Diapositive
Mens & NatuurMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

Cette leçon contient 31 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 80 min

Éléments de cette leçon

Ecologie

  • Ik kan uitleggen wat biotische en abiotische factoren zijn.
  • Ik kan zelf een voedselweb maken aan de hand van een bron.
  • Ik kan met behulp van een voedselweb uitleggen hoe de biodiversiteit is.
  • Ik kan verschillende ecosystemen vergelijken en de belangrijkste verschillen uitleggen.





Slide 1 - Diapositive

Biotische en Abiotische factoren
Biotische factor
biotische factoren zijn levende dingen die invloed hebben op het milieu. Je kan hierbij denken aan dieren en planten. 
Dat zijn levende wezens die ook invloed hebben op de omgeving om hun heen.
Abiotische factor
Abiotische factoren zijn levenloze dingen die invloed hebben op het milieu zoals de zon en water.
Er is een verschil tussen levenloos, en niet levend of dood. Levenloos heeft nooit geleefd, waar dingen die niet meer leven of dood zijn wel hebben geleefd. 

Slide 2 - Diapositive

de biotische en abiotische factoren die invloed kunnen hebben op de populatie staan hieronder aangegeven. Maar bij welk type horen ze? biotisch of abiotisch?
Abiotisch
Biotisch

Slide 3 - Question de remorquage

Sander zegt dat een dood hert een abiotische factor is, het leeft namelijk niet meer.
Anne zegt dat een dood hert een biotische factor is, het heeft namelijk geleefd. Wie heeft er gelijk?
A
Sander
B
Anne

Slide 4 - Quiz

Ronald zegt dat de zee biotische factor is, er leven namelijk vissen in.
Marlies zegt dat de zee een abiotische factor is, de zee zelf leeft namelijk niet. Wie heeft er gelijk?
A
Ronald
B
Marlies

Slide 5 - Quiz

Je ziet hier een gorilla in zijn/haar leefgebied. Geef de biotische en abiotische factoren in het gebied aan.
Biotische factoren
Abiotische factoren
Tropische temperatuur
Planten
Water
Gorilla
Bladeren
Wind

Slide 6 - Question de remorquage

               Abiotisch
                Biotisch

Slide 7 - Question de remorquage

X
biotisch
roofdier
a biotisch
roofdier
abiotisch
zonlicht
biotisch 
zonlicht

Slide 8 - Question de remorquage

Biotische factoren = biologisch
Abiotische factoren = niet biologisch
Sleep de woorden naar de juiste plek
licht
gras
soortgenoten
regen
konijnen
schimmels
Temperatuur
wind

Slide 9 - Question de remorquage

Leven
Levenloos
Dood

Slide 10 - Question de remorquage

Voedselketen
Voedselketen
Een voedselketen laat zien wat door welk dier word opgegeten. Het geeft in één oogopslag een beeld van hoe de "circle of life" werkt. 
In een voedsel keten wijst de pijl altijd van wat er gegeten word naar de eter.
Voorbeeld
De muis eet het plantje.
De slang eet de muis.
De roofvogel een de slang.

Slide 11 - Diapositive

voedselweb
Voedselweb
In een voedselweb zijn verschillende voedsel ketens verwerkt. 
Je krijgt hierdoor in één plaatje te zien welke dieren in een ecosysteem leven en hoe deze eten en gegeten worden.

Slide 12 - Diapositive

De pijlen in een voedselweb of keten lopen van wat word gegeten naar de eter.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 13 - Quiz

Een voedselweb heeft altijd maar één eind dier.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quiz

Maak de voedselketen kloppend

Slide 15 - Question de remorquage

Maak het voedselweb kloppend

Slide 16 - Question de remorquage

T3
kringloop
voedselketen
voedselweb

Slide 17 - Question de remorquage

Maak een voedselketen met de dieren uit onderstaand voedselweb
Acacia
Cheetah
Lion = Leeuw
Girvaffe = Giraffe

Slide 18 - Question de remorquage

Sleep de juiste organismen op de juiste plek in het voedselweb

Bladluis
Buizerd
Konijn
Lieveheersbeestje
Merel
Planten

Slide 19 - Question de remorquage

Sleep de plaatjes naar de juiste vakjes zodat het voedselweb klopt.
Het gras moet in vakje 1.

Slide 20 - Question de remorquage

Ecosysteem
Het individu
Het individu is één levend wezen. 
Het is de eerste laag in een ecosysteem. 
Als je naar een individu kijkt kijt jaar wat voor invloed het individu heeft op zijn omgeving en andersom.
De populatie
De populatie is een groep van dezelfde levend wezen in een gebied.
Het is de tweede laag in een ecosysteem.
Als je naar een populatie kijkt kijk je naar wat voor invloed de populatie heeft op zijn omgeving en andersom.
Een populatie is sterk afhankelijk van zijn omgeving. 
Bijvoorbeeld: Duiven in Rotterdam zijn een andere populatie dan duiven in Den haag of Dordrecht.
Een levensgemeenschap
De levensgemeenschap is een omgeving met verschillende diersoorten.
Het is de derde laag in een ecosysteem.
Een levensgemeenschap bestaat uit verschillende populaties van verschillende dieren. Binnen een levensgemeenschap kun je onderzoek doen naar hoe verschillende populaties op elkaar reageren.
Het ecosysteem
Het ecosysteem bestaat dus uit de drie hiervoor genoemde lagen. Het individu, de populatie, en de levensgemeenschap. 
Het verschil tussen een levensgemeenschap en het ecosysteem is dat je bij een levensgemeenschap kijkt naar de levende dieren en planten, en bij een ecosysteem neem je ook de abiotische factoren en de omgeving mee. 

Slide 21 - Diapositive

Een populatie bestaat uit allemaal individuen van dezelfde diersoort
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quiz

Individu
Ecosysteem
Populatie

Slide 23 - Question de remorquage

Een levensgemeenschap bestaat uit allemaal verschillende populaties van hetzelfde dier
A
Waar
B
Niet waar

Slide 24 - Quiz

wel ecosysteem
geen ecosysteem

Slide 25 - Question de remorquage

INDIVIDU
POPULATIE
ECOSYSTEEM

Slide 26 - Question de remorquage

Individu
Populatie
Ecosysteem

Slide 27 - Question de remorquage

Leg in je eigen woorden uit wat het verschil is tussen een levensgemeenschap en een ecosysteem.

Slide 28 - Question ouverte

Hoe ging de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 29 - Sondage

Wat heb je vandaag geleerd?

Slide 30 - Question ouverte

Waar wil je nog extra aandacht aan besteden?

Slide 31 - Question ouverte