Cette leçon contient 38 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.
La durée de la leçon est: 75 min
Éléments de cette leçon
vrijdag 4 april
Telefoonvrije opstart
Telefoon in je tas of in de box
Slide 1 - Diapositive
Hoe gaat het met je?
Slide 2 - Sondage
planning
9.30-10.00 uur binnenkomst/opstart
10.00- 10. 30 uur uitleg ontwikkelplan
10. 30 uur- 11.25 uur ZW verder werken
11.30 afsluiten
Slide 3 - Diapositive
Lesdoel
Je kunt een ontwikkelplan invullen.
De studenten die versnellen kunnen aan de slag met 5A
Slide 4 - Diapositive
Beroepstaak 5B en 5C
Slide 5 - Diapositive
5B & 5C
Slide 6 - Diapositive
Wat is een ontwikkelplan in de kinderopvang?
Slide 7 - Carte mentale
Pak pen en papier
Maak aantekeningen op het uitgedeelde formulier
Slide 8 - Diapositive
Inleveren beroepstaken
Slide 9 - Diapositive
Wat ga je nu doen?
Slide 10 - Question ouverte
Volgende week donderdag
Uitleg observatiemethodes in de kinderopvang
Slide 11 - Diapositive
Volgende week vrijdag:
Expertles:
ODD
CD
ADHD
ASS
PDDNOS
De twee belangrijkste gedragsstoornissen zijn de ODD (oppositional defiant disorder) en CD (conduct disorder).
Slide 12 - Diapositive
Einde les
Slide 13 - Diapositive
Wat doen we eigenlijk?
Slide 14 - Diapositive
Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker
Begeleiden
Observeren
Gesloten observeren met vraag/doel
Analyse/conclusie
Ontwikkelplan + evaluatie
Slide 15 - Diapositive
Het is Sara opgevallen dat een kind uit haar groep zich de laatste tijd anders gedraagt. Normaal is het kind erg vrolijk, maar de laatste weken komt het erg somber over. Ze besluit om het kind te observeren, maar wil dit niet te opvallend doen. Daarom gaat Sara het kind observeren terwijl ze samen bezig zijn met een knutselactiviteit. Ze besluit daarbij vooral te letten op hoe vaak het kind lacht tijdens de activiteit.
A
Participerende / gestructureerde observatie
B
Participerende / ongestructureerde observatie
C
Niet-participerende gestructureerde observatie
D
Niet - participerende / ongestructureerde observatie
Slide 16 - Quiz
Je wilt een kind observeren, omdat je de indruk hebt dat hij eenzaam is. Je wilt in verschillende situaties kijken op welke wijze hij contact makt met andere kinderen. Welke observatie is het meest geschikt?
A
continu
B
interval
Slide 17 - Quiz
Herhaal hier de 5 stappen die ik eerder heb genoemd, startend met 1. begeleiden
Slide 18 - Question ouverte
Wat moet je doen voor gevorderd 2D?
Slide 19 - Question ouverte
Waarom een ontwikkelplan schrijven
Kinderen die extra begeleiding nodig hebben
Kinderen die je een stapje verder wil helpen in hun ontwikkeling
Kinderen die opvallend gedrag vertonen
Slide 20 - Diapositive
Het ontwikkelplan
Ook wel plan van aanpak of begeleidingsplan genoemd
Wordt opgesteld als er bijzonderheden zijn bij het kind
Staat beschreven hoe je als organisatie gaat werken aan de ontwikkeling van de kinderen in de opvang
Gebruik verschillende bronnen om een helder en realistisch beeld te krijgen
Kinddossier: Algemene gegevens als: naam (letter), thuissituatie, thuistaal, culturele achtergrond, aantal dagen op de opvang, sinds wanneer op de opvang
Eerdere observaties/gesprekken en de hoofdpunten daarvan
Beschrijving van het kind per ontwikkelingsgebied
Gesprek met collega’s over: omgang met andere kinderen en pm’ers
Gesprek met ouders: gedrag thuis, plezier op de opvang etc
Tip: kijk of je informatie uit 2D kan gebruiken
Slide 22 - Diapositive
2. Probleemanalyse
Wat is het probleem?
Wie heeft het probleem?
Wat valt op, wie viel het op en waarom vind je het belangrijk om hier actie op te ondernemen.
Is het oplosbaar of neem je eerst een tussenstap
Slide 23 - Diapositive
3. Doel
SMART!
Beschrijf in 2 a 3 zinnen
Zorg voor een klein en haalbaar doel
Slide 24 - Diapositive
4. Aanpak
Hoe pak je het aan?
Welke activiteiten of handelingen ga je doen?
Wie gaat het begeleiden?
Wie doet welke taken?
Andere bijzonderheden
elke activiteit a.d.h.v. de 5xW+H methode: wie, wat, waar, wanneer, waarmee, wanneer, hoe?
Slide 25 - Diapositive
5. Uitvoering
Bedenk meerdere activiteiten om het doel te behalen. Met één activiteit behaal je het doel niet.
Bijvoorbeeld:
Slide 26 - Diapositive
Kind X. gaat bijna naar de basisschool, maar tijdens de observatie van beroepstaak 2D gevorderd heb je gezien dat hij de primaire kleuren nog niet kan benoemen. Kijkend naar de SLO- doelen, zou hij dit volgens zijn ontwikkeling straks wel moeten kunnen. Welke activiteiten kun je hierbij verzinnen?
Slide 27 - Question ouverte
Kind Y. lust alleen banaan. Dit heb je gezien tijdens je observatie van 2D gevorderd. Zijn ouders en jullie zouden haar kennis willen laten maken met meerdere fruitsoorten, zodat zij haar smaak kan ontwikkelen en verschillende vitamines binnenkrijgt. Welke activiteiten kun je hierbij verzinnen?
Slide 28 - Question ouverte
6. Evalueren
Einddoel behaald of moet het doel worden bijgesteld?
Hoe ga je nu verder?
Slide 29 - Diapositive
Oefenen met SMART!
Pak je laptop erbij en doe mee!
Slide 30 - Diapositive
Welke doelen zijn SMART? Sleep de doelen naar de juiste kolom.
WEL SMART geformuleerd
Niet SMART geformuleerd
Aan het einde van de les kunnen de kinderen zelfstandig een knutselwerk maken over het verhaal.
Nu kunnen de kinderen aan de slag.
Na de activiteit hebben de kinderen kennisgemaakt met het woord van de week.
De kinderen beter tot 10 laten tellen
Na het geven van de les zijn de studenten op hoogte van de inhoud van het ontwikkelplan.
Slide 31 - Question de remorquage
S
M
A
R
T
Wat is er Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden aan dit doel: 'Ik zal voor het einde van deze week drie keer op tijd in de les verschijnen.'?
Sleep het juiste tekstje naar het juiste vakje...
'voor het einde van deze week'
'drie keer'
'op tijd in de les verschijnen'
Dit is een haalbaar doel.
Ik ben gemotiveerd genoeg.
Slide 32 - Question de remorquage
Het ontwikkelplan
Wanneer schrijf je een ontwikkelplan?
Welke onderdelen horen in een ontwikkelplan?
Leg uit wat een SMART doel is?
Wat beschrijf je bij de beginsituatie?
Wat beschrijf je bij de evaluatie?
Slide 33 - Diapositive
Opdracht in 2 tallen
Ga met een medestudent op zoek naar een observatie- en registratiesysteem dat wordt gebruikt in de kinderopvang/PSZ
let op: kijk of je online kunt vinden welke jouw BPV gebruikt
Beschrijf deze in PP
Hoe heet het gekozen systeem en beschrijf kort het doel van het observatie- en registratiesysteem.
Leg uit waarom het belangrijk is om de ontwikkeling van kinderen in de kinderopvang te volgen en welke voordelen een goed observatiesysteem biedt voor zowel kinderen als pedagogisch medewerkers.
Hoe worden observaties vastgelegd? Is het systeem digitaal, op papier, of een combinatie van beide?
Laat een voorbeeld zien van een observatie/registratie
timer
30:00
Slide 34 - Diapositive
Slide 35 - Diapositive
Wat moet je voor 5B & 5C maken?
Slide 36 - Question ouverte
Volgende les
Terugblik deze les
Docent loopt langs voor PP over observatie/registratie