SCÈNE MAKEN | LES 4 Mise-en-scène

SCÈNE MAKEN | LES 4
Mise-en-scène
1 / 18
suivant
Slide 1: Diapositive
DramaMBOMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-3Studiejaar 1

Cette leçon contient 18 diapositives, avec quiz interactif et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 80 min

Éléments de cette leçon

SCÈNE MAKEN | LES 4
Mise-en-scène

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

OPWARMER | NAMENBAL
Onze afspraken tijdens drama
1. Luister naar elkaar en praat er niet doorheen.
2. Ga voorzichtig om met elkaar en ons materiaal.
3. Blijf bij je groepje en werk samen aan de opdracht.
4. Heb respect voor elkaar.
5. Telefoon in je kluisje.

Heeft docent hand omhoog? = wees stil en luister naar de uitleg.

Slide 2 - Diapositive

Bespreek kort de regels van drama.
Tijdens de vorige les heeft elke klas afspraken met elkaar gemaakt. Dit is een samenvatting van alle afspraken.
Wat gaan we doen?
  • Leren wat mise-en-scène is en hoe dit je scène meer betekenis geeft!

  • Eigen mise-en-scène maken van jouw scène a.d.h.v. de spelgegevens (5W's)

Slide 3 - Diapositive

Vallende ster - Rick Dros
wat is
mise-en-scène ?
A
spanning in de scene
B
Aankleding met kostuum en grime
C
ruimte gebruik van de acteurs
D
Het decor van een voorstelling

Slide 4 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Mise-en-scène
  • Mise-en-scene betekent letterlijk: 'in de scène zetten/plaatsen'
  • Je decor moet je scène helpen en de spelgegevens verduidelijken!
    Waar zet je de decorstukken neer? En wat gaat dat betekenen?
    In het midden van het speelvlak of juist niet? Voor of achter toneel?
    Een enkele bezem vooraan in het midden van het toneel zegt iets heel anders dan een bezem ver weg geplaatst tussen andere spullen in.
    Waar wil je dat de focus ligt? 
  • Mise-en-scene gaat over de vraag: waar plaats je wat op het toneel? 


Slide 5 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoe geef je de mise en scene weer?

Slide 6 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Mise-en-scene
  • Mise-en-scene gaat ook over hoe de personages zich op de vloer bewegen en waar ze staan in het toneelbeeld.
    Hoe verhouden de personages zich tot elkaar? Wat vinden zij van elkaar?

  • Mise-en-scene gaat ook over de vraag: waar plaats je wie op het toneel? 

  • Tip: tijdens het repeteren kun je experimenten met de mise-en-scene.
    Is de opkomst en afgang van de personages voor de hand liggend?

Slide 7 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 8 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 9 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Repeteren met mise-en-scène

Mise-en-scène: "Op toneel zetten" Wat zien we eerst?  Waar kom je op of af?  
Waarom beweeg je over het toneel? Wat wil je het publiek vertellen?

Ga tijdens het oefenen van je scène spelen met de mise-en-scène:
1. Spelgegevens: Is de wie-wat-waar duidelijk te zien?
2. Ruimtegebruik: Heb je nagedacht over wat er waar op toneel staat?
3. Maakt met spel duidelijk wat de personages willen en vinden van elkaar!
Tip: vraag om hulp van de docent!



Slide 10 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Vandaag heb je de 1e minuut van jouw scène af!
Maak de mise-en-scène van jullie scène voor de speltoets: 14-4
  1. Waar speelt jullie scène zich af? Hoe maak je dit duidelijk?
  2. Spreek af wie waar staat. Komen jullie op? Staat iemand al?
  3. Geef betekenis aan het decor en personages op toneel.
    Wat
    doen de personages hier? Waarom doen zij dit?
    Kan je dit laten zien in een interessant beeld op toneel?

 Bijv: A en B hebben ruzie, zij staan ver en met hun rug naar elkaar. OF dicht naast elkaar, maar kijken naar publiek.

Slide 11 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

OPWARMER | NAMENBAL
Afronding les 4

Wat betekent mise-en-scène?
  • Het toneelbeeld neerzetten van jouw scène!
  • Gaat mise-en-scène over:
     de plaatsing van acteurs of van decor?
  • Beide!! Denk na over de "aankleding" van jouw scène en welke betekenis alles op toneel heeft, zoals decor, opkomst en/of begin positie spelers, kijkrichting,
    licht en geluid, afgaan, etc)

Slide 12 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

MISE EN SCENE
De mise en scène is niets meer dan het ruimtegebruik van de spelers.
We noemen daar 3 verschillende manieren om de ruimte te gebruiken:
• De positie en/of beweging (looplijnen) op het speelvlak.
• De positie en/of beweging (looplijnen) ten opzichte van andere spelers. (afstanden en hoogteverschillen)
• De blikrichting/focus van de personages.
• Het op- en afgaan van de personages

Slide 13 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Verbale 
expressie met stem:
  • accent
  • klemtoon (nadruk)
  • pauzering
  • tempo
  • toonhoogte
  • volume
  • woordkeuze
Non-verbale expressie met het gebruik van het lichaam:
  • Handeling
  • Mimiek
  • Gebaren
  • Bewegingen
  • LichaamsHouding

Slide 14 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Het lichaam als instrument
Als acteur kun je non-verbale expressie inzetten.

Deze dingen zijn voor iedere acteur uniek, maar zijn wel getraind om ervoor te kunnen zorgen dat de acteur zijn personage zo precies mogelijk kan spelen.

Slide 15 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Non-verbale expressie: houding
Bij het beschrijven van de houding zeg je alleen wat je ziet, zonder dit te interpreteren.
Bijvoorbeeld: De vrouw zit rechtop in de stoel, terwijl de man rechtop staat en schuin in de camera kijkt.
En niet: Cercei Lannister kijkt arrogant, terwijl haar broer onzeker kijkt.

Slide 16 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Non-verbale expressie: Mimiek
Betekent gezichtsuitdrukking. Ook dit beschrijf je door te zeggen wat je ziet zonder interpretatie.
Dus: De man kijkt fronsend in de camera.
En niet: Louis van Gaal is geïrriteerd omdat de pers niet luistert.

Slide 17 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Non-verbale expressie: Beweging
Bij het beschrijven van bewegingen kun je het hebben over:
- zijn de bewegingen groot of klein?
- het tempo / ritme van de beweging
- zit er herhaling in?
- zijn de bewegingen synchroon? (tegelijk)
Ook hier weer alleen beschrijven wat je ziet en niet interpreteren!

Slide 18 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions