In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Onderdelen in deze les
Water
Slide 1 - Tekstslide
De waterkringloop
De voortdurende verplaatsing van water over de aarde heet kringloop van het water.
De waterkringloop wordt aangedreven door de zon.
Slide 2 - Tekstslide
Wat is er nodig voor de waterkringloop?
Slide 3 - Woordweb
Water, waterdamp en ijs
Water (H2O) komt voor in drie toestanden:
Vast (sneeuw en ijs)
Vloeibaar (water)
Gasvormig (waterdamp)
Elke dag gaan er grote hoeveelheden water van de ene toestand in de andere = waterkringloop
Slide 4 - Tekstslide
Waterdamp
Vloeibaar
water
sneeuw en ijs
door verwarming
het kan stollen en verdampen
door
afkoeling onder nul
Slide 5 - Sleepvraag
Er zijn drie fasen waarin een stof kan voorkomen. Welke van de onderstaande woorden is GEEN fase
A
vast
B
vloeibaar
C
condenseren
D
gas
Slide 6 - Quizvraag
Waar begint de kringloop van het water?
A
Water verdampt
B
Het regent
C
Waterdamp wordt een wolk
D
Water stroomt naar de rivier
Slide 7 - Quizvraag
Stroomgebied A Stroomgebied B
Stroomgebied
het verzamelgebied van een rivier waarbinnen alle neerslag en grondwater via de zijrivieren uiteindelijk in de hoofdrivier stroomt
Slide 8 - Tekstslide
De waterscheiding is de grens tussen 2 stroomgebieden
Slide 9 - Tekstslide
Een stroomstelsel
het geheel van de hoofdrivier met al zijn zijtakken
Blauw = Stroomstelsel
Rood = Stroomgebied
Slide 10 - Tekstslide
Waar ligt hier de waterscheiding?
A
B
C
D
A
A
B
B
C
C
D
D
Slide 11 - Quizvraag
Het stroomgebied is
A
De hoofdrivier en alle zijrivieren
B
hetzelfde als het stroomstelsel
C
Het hele gebied dat afwatert op een rivier en de zijrivieren
Slide 12 - Quizvraag
Een stroomstelsel bestaat uit drie delen, die samen het lengteprofiel vormen
Bovenloop
Middenloop
Benedenloop
Slide 13 - Tekstslide
Wat is de juiste volgorde als je kijkt vanaf de bron?
A
Benedenloop, middenloop, bovenloop
B
Bovenloop, beneden-loop, middenloop
C
Middenloop,beneden-loop,bovenloop
D
Bovenloop, midden-loop, benedenloop
Slide 14 - Quizvraag
1. De bovenloop: hoog in de bergen, waar de rivier ontspringt. Door het grote hoogteverschil stroomt de rivier snel en is de erosieve kracht groot.
2. De middenloop: het middelste deel waar de rivier door een dal loopt waar hij zich heeft ingesneden.
3. De benedenloop: dicht bij de monding waar de rivier door een riviervlakte stroomt. De stroomsnelheid is laag en hierdoor neemt de sedimentatie toe.
Slide 15 - Tekstslide
Slide 16 - Tekstslide
A
Bovenloop
B
Middenloop
C
Benedenloop
Slide 17 - Quizvraag
A
Bovenloop
B
Middenloop
C
Benedenloop
Slide 18 - Quizvraag
Bovenloop
Middenloop
Benedenloop
Slide 19 - Tekstslide
Slide 20 - Tekstslide
Rijn: motor van onze economie
Rotterdam--> haven
de Rijn verbindt het ACHTERLAND =afzet gebied van de producten die in de Rotterdamse haven Nederland binnenkomen en die per binnenvaartboot naar Duitsland gaan (Ruhrgebied)
Ijsselmeer: grootste drinkwater voorraad zoet water
open de link over de Rotterdamse haven op volgende blad
Slide 21 - Tekstslide
Toekomst:
vraag naar water stijgt:
- stijging aantal inwoners
- toename welvaart
Aanbod blijft gelijk: gevolg:
- waterstress
- fysiek watertekort
- economisch watertekort
Leg uit hoe door toename van de welvaart de vraag naar water stijgt.
Wat is lastiger op te lossen: fysiek watertekort of economisch watertekort? Leg uit waarom.
Werk samen met je buur. Schrijf het antwoord in jullie schrift.
Alle problemen die zich voordoen als gevolg van een tekort aan schoon water.
Slide 22 - Tekstslide
Leg uit hoe door toename van de welvaart de vraag naar water stijgt.