4H 5.3 Zenuwstelsel les 2

1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toets regeling = woensdag 2 april

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3 Soorten zenuwcellen
3 soorten zenuwcellen:
Gevoelszenuwcel / sensorische zenuwcel
 (Zintuigen → centraal zenuwstelsel)
Bewegingszenuwcel / motorische zenuwcel
 (Centraal zenuwstelsel → spier of klier)
Schakelzenuwcellen
 (Geleiden impulsen in de hersenen of in het
ruggenmerg van zenuwcel naar zenuwcel)

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doorgeven van impulsen
Prikkel
Spier trekt samen --> beweging
De schakelcellen en de cellichamen van de bewegingszenuw-cellen liggen in het centrale zenuwstelsel. Het cellichaam van de gevoelszenuwcel ligt meestal in de zenuwknoop van het ruggenmerg.

Slide 4 - Tekstslide

Vul voor jezelf aan
Substraat: is wat wordt omgezet/verwerkt in een enzym
Active centrum: waar substraat bind met enzym
reactieproduct: wat uit de reactie komt
Thema 5 Regeling
5.1 Homeostase en regelkringen 
5.2 Het hormoonstelsel
5.3 Het zenuwstelsel les 2
5.4 Reflexen en het autonome zenuwstelsel
5.5 Impulsegeleiding
5.6 Spieren en beweging

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
  • Quizvragen zenuwstelsel les 1
  • Leerdoelen
  • Uitleg basisstof 5.3 Het zenuwstelsel les 2
  • Opdrachten maken
  • Afsluiting 


BiNaS tabel 88

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ruggenmerg
Hersenstam
Hersenen
Grote hersenen
Kleine hersenen
Perifere zenuwstelsel

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het autonome zenuwstelsel wordt ook wel het vegetatieve zenuwstelsel genoemd. 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ella wordt geknepen door haar zusje, ze trekt haar arm terug.
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ruggenmerg
Spieren
Bewustwording
Zintuigcel
Hersenen
Impulsen in motorische zenuwcellen
Prikkel
Impulsen in sensorische zenuwcellen

Slide 9 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schakelcel
Bewegingszenuwcel (motorisch)
Gevoelszenuwcel (sensorisch)
Sleep de juiste namen naar de zenuwcellen

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het autonome zenuwstelsel bestaat uit 2 delen: para- en orthosympatisch. Welk deel zorgt ervoor dat je lichaam in rust komt?
A
parasympatisch
B
othosympatisch

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het autonome zenuwstelsel wordt ook wel het vegetatieve zenuwstelsel genoemd. 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De impuls kan doorgegeven worden van cel..
A
A naar B
B
B naar A
C
van A naar B en terug

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk nummer wijst neurotransmittors aan?
A
nummer 2
B
nummer 3
C
nummer 5
D
nummer 8

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen 
  • Je kunt de bouw, werking en functies van de hersenen en het ruggenmerg beschrijven

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De hersenen
  • Grote hersenenkleine hersenen en hersenstam
  • Omgeven door drie hersenvliezen ter 
     bescherming
  • Linker en rechter helft verbonden door 
     de hersenbalk
  • Hersenschors = het buitenste deel, grijze stof 
(cellichamen van schakelcellen)
  • Hersenmerg = het binnenste deel, witte stof 
(uitlopers van schakelcellen)
De witte 'kleur' wordt veroorzaakt door de myelineschede die om de axonen heen liggen.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hersenvocht
Hersenvocht wordt in de holten van de hersenen aangemaakt:
  • Beschermt hersenen en ruggenmerg tegen schokken
  • Zorgt voor transport van voedingsstoffen en afvalstoffen 
  • Speelt een rol bij het handhaven van de 
temperatuur voor deze organen.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hersenstam
Verbinding tussen grote hersenen, kleine hersenen en ruggenmerg.

Hierin liggen: 
  • Centra voor alle autonome lichaamsfuncties (hartritme, snelheid ademhaling, bloeddruk).
  • Centra die te maken hebben met instinct en emoties


In de overgang van hersenstam naar ruggenmerg kruisen de impulsbanen elkaar --> links naar rechts en rechts naar links.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Grote hersenen
  • Linker en rechter hersenhelft
  • Waarnemingen worden verwerkt (bewustwording)
  • Schakelcellen in groepen bij elkaar = hersencentra
Impulsen komen binnen in hersencentra:
  • Gevoelscentra
  • Bewegingscentra

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BiNaS 88C

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kleine hersenen
De kleine hersenen coördineren de samenwerking van je spieren  (beweging en evenwicht) -->
coördinatie


Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hersenen
De linkerhersenhelft is heel belangrijk voor taal, spraak en complexe bewegingen. Deze hersenhelft richt zich meer op details. Deze helft bestuurt de rechterkant van je lichaam.

De rechterhersenhelft is heel belangrijk voor het waarnemen van emoties. Deze hersenhelft is sterk in ruimtelijk inzicht, zoals richting en afstand.  Deze helft bestuurt de linkerkant van je lichaam.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het ruggenmerg
  • Ruggenmerg is een verzameling van zenuwcellen en hun uitlopers.
  • Het ruggenmerg ligt goed beschermd in het wervelkanaal
  • In het midden van het ruggenmerg zit een holte: het centrale kanaal
  • Het centrale kanaal is gevuld met vocht en 
staat in verbinding met het hersenvocht.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ruggenmerg
Witte stof = uitlopers schakelcellen
Grijze stof = cellichamen schakelcellen

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ligging van de verschillende typen zenuwcellen in het ruggenmerg

Ruggenmergzenuwknopen --> opeenhoping van cellichamen van gevoelszenuwcellen

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bewegingszenuw
schakelcel
ruggenmerg
Gevoelszenuw

Slide 26 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zintuig = Receptor
Spier = effector
Centraal zenuwstelsel
Motorische zenuwcel
Sensorische zenuwcel

Slide 27 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Centrale zenuwstelsel
Perifeer zenuwstelsel
Grote hersenen
Hersenstam
Hersenzenuw
Ruggenmergzenuw
Kleine hersenen

Slide 28 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de functie naar het juiste hersendeel.
Grote hersenen
Kleine hersenen
Hersenstam
Motorische schors
Sensorische schors
Verweking zintuigimpulsen
Kruising zenuwen
Verwerking bewust processen
Aanmaak effectorimpulsen
Coördineren bewegingen 

Slide 29 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk

Lezen 5.3 
Maken opdracht 26 t/m 32

Klaar?
Lees Gif als medicijn
 Maak opdracht 33 t/m 36



Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies