H4 18-03-2025

Programme du cours de mardi 9/2
Sujet: 
1. la meilleure innovation de ces derniers temps (description, fonctionnalité(s), influence sur notre vie, ton opinion)
  • Comment utiliser les sources de la méthode
  • Rétroaction à propos des réactions du cours de lundi.

2. l'innovation la plus inutile ou la plus inquiétante (description, fonctionnalité(s), influence sur notre vie, ton opinion (aspects positifs et négatifs)
Bienvenue au cours 
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Programme du cours de mardi 9/2
Sujet: 
1. la meilleure innovation de ces derniers temps (description, fonctionnalité(s), influence sur notre vie, ton opinion)
  • Comment utiliser les sources de la méthode
  • Rétroaction à propos des réactions du cours de lundi.

2. l'innovation la plus inutile ou la plus inquiétante (description, fonctionnalité(s), influence sur notre vie, ton opinion (aspects positifs et négatifs)
Bienvenue au cours 

Slide 1 - Tekstslide

Mardi, le 18 mars 2025 
K: Nakijken/ bespreken oefentoets JIJ! 
Jij oefentoets FRANS, deze moet je voor volgende week dinsdag af hebben! 
https://www.jijlvs.nl/inloggen/leerling
K: Wat gaan we doen in de komende periode?
1 Leesvaardigheid (einde van het schooljaar leestoets voor PTA)
2 Idioom (toets icm leestoets) SSL Woordenlijst p. 4 t/m 12
3 Literatuur (literatuurtoets) 
4 KLV (JIj toetsen & het boek)
K: Tekst 1 Examen vmbo (hierna gaan we beslissen of je met vmbo of havo verder gaat)
Z: Maak tekst 2,3,4  (volgende uur bespreking)
     Donderdag: inzage & bespreking van de formatieve checks 

Slide 2 - Tekstslide

Geef voorbeelden van persoonlijke voornaamwoorden in het Nederlands

Slide 3 - Woordweb

Onderwerp / Lijdend voorwerp / Meewerkend voorwerp 

  • Mijn zus geeft haar zoon een game voor zijn verjaardag.

  • Zij geeft hem een game voor zijn verjaardag.

  • Zij geeft het hem voor zijn verjaardag.

Slide 4 - Tekstslide

Onderwerp: Vraag aan jezelf wie of wat + persoonsvorm

Lijdend voorwerp: wie / wat + onderwerp + gezegde.

Meewerkend voorwerp:  aan wie/ voor wie + gezegde + onderwerp (+ lijdend voorwerp)?

Slide 5 - Tekstslide

Jean donne un cadeau à sa copine.
Welk woord is het onderwerp?

Slide 6 - Open vraag

Jean donne un cadeau à sa copine.
Welk woord is het lijdend voorwerp?

Slide 7 - Open vraag

Jean donne un cadeau à sa copine.
Welk woord is het meewerkend vw.?

Slide 8 - Open vraag

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Je regarde la télé
A
Je la regarde
B
Je le regarde
C
Je lui regarde

Slide 14 - Quizvraag

Elle rend visite à sa tante
A
Elle la rend visite
B
Elle le rend visite
C
Elle lui rend visite

Slide 15 - Quizvraag

On invite les élèves de la classe
A
On l'invite
B
On lui invite
C
On les invite
D
On leur invite

Slide 16 - Quizvraag

Slide 17 - Tekstslide

Floor donne la lettre à son petit ami.
Vervang la lettre
A
Floor la donne à son petit ami.
B
Floor lui donne à son petit ami.
C
Floor donne la à son petit ami.

Slide 18 - Quizvraag

Floor donne la lettre à son petit ami.
Vervang à son petit ami
A
Floor la donne la lettre.
B
Floor le donne la lettre.
C
Floor lui donne la lettre.

Slide 19 - Quizvraag

Floor va donner la lettre à son petit ami.
Vervang la lettre
A
Floor va la donner à son petit ami.
B
Floor va le donner à son petit ami.
C
Floor la va donner à son petit ami.

Slide 20 - Quizvraag

Vervoeg:
apprendre - présent - il
timer
0:25

Slide 21 - Open vraag

Vervoeg:
apprendre - imparfait - nous
timer
0:25

Slide 22 - Open vraag

Vervoeg:
apprendre- passé composé - il
timer
0:25

Slide 23 - Open vraag

apprendre - conditionnel - vous
timer
0:25

Slide 24 - Open vraag

Vervoeg:
croire - présent - tu
timer
0:25

Slide 25 - Open vraag

Vervoeg:
croire - imparfait - nous
timer
0:25

Slide 26 - Open vraag

Vervoeg:
croire - passé composé - elles
timer
0:25

Slide 27 - Open vraag

Vervoeg:
croire - futur simple - vous
timer
0:25

Slide 28 - Open vraag

croire - conditionnel - je
timer
0:25

Slide 29 - Open vraag

Vervoeg:
devenir - présent - tu
timer
0:25

Slide 30 - Open vraag

Vervoeg:
devenir - imparfait - nous
timer
0:25

Slide 31 - Open vraag

Vervoeg:
devenir - passé composé - elles
timer
0:25

Slide 32 - Open vraag

Vervoeg:
devenir - futur simple - tu
timer
0:25

Slide 33 - Open vraag

Vervoeg:
devenir - conditionnel - il
timer
0:25

Slide 34 - Open vraag