H4 03-04-2025

Programme du cours de mardi 9/2
Sujet: 
1. la meilleure innovation de ces derniers temps (description, fonctionnalité(s), influence sur notre vie, ton opinion)
  • Comment utiliser les sources de la méthode
  • Rétroaction à propos des réactions du cours de lundi.

2. l'innovation la plus inutile ou la plus inquiétante (description, fonctionnalité(s), influence sur notre vie, ton opinion (aspects positifs et négatifs)
Bienvenue au cours 
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Programme du cours de mardi 9/2
Sujet: 
1. la meilleure innovation de ces derniers temps (description, fonctionnalité(s), influence sur notre vie, ton opinion)
  • Comment utiliser les sources de la méthode
  • Rétroaction à propos des réactions du cours de lundi.

2. l'innovation la plus inutile ou la plus inquiétante (description, fonctionnalité(s), influence sur notre vie, ton opinion (aspects positifs et négatifs)
Bienvenue au cours 

Slide 1 - Tekstslide

Jeudi, le 3 avril 2025
K: bespreken Jij oefentoets & check idioom La relations 
K: Afmaken ex. 2 Chapitre 5 La médaille d'or
K: Bespreken ex. 5
Z: Aan de slag! Rond het examen lezen vmbo 2023 tijdvak I zoveel mogelijk af!

     Dinsdag 7 april inleveren bij je docent!
     Ben je al klaar?
     In overleg kiezen met je docent of je havo of vmbo teksten gaat maken.

Slide 2 - Tekstslide

Mardi, le premier avril 2025 cours 2
K: Afronden het examen lezen vmbo 2023 tijdvak I zoveel mogelijk af!
     Dinsdag 7 april inleveren bij je docent!
     Ben je al klaar? 
     In overleg kiezen met je docent of je havo of vmbo teksten gaat maken. 
Z: Maak uit examen havo 2021 II of vmbo 2021 II 
K: Mini check: Examenidioom 1 Les relations 

Slide 3 - Tekstslide

Geef voorbeelden van persoonlijke voornaamwoorden in het Nederlands

Slide 4 - Woordweb

Onderwerp / Lijdend voorwerp / Meewerkend voorwerp 

  • Mijn zus geeft haar zoon een game voor zijn verjaardag.

  • Zij geeft hem een game voor zijn verjaardag.

  • Zij geeft het hem voor zijn verjaardag.

Slide 5 - Tekstslide

Onderwerp: Vraag aan jezelf wie of wat + persoonsvorm

Lijdend voorwerp: wie / wat + onderwerp + gezegde.

Meewerkend voorwerp:  aan wie/ voor wie + gezegde + onderwerp (+ lijdend voorwerp)?

Slide 6 - Tekstslide

Jean donne un cadeau à sa copine.
Welk woord is het onderwerp?

Slide 7 - Open vraag

Jean donne un cadeau à sa copine.
Welk woord is het lijdend voorwerp?

Slide 8 - Open vraag

Jean donne un cadeau à sa copine.
Welk woord is het meewerkend vw.?

Slide 9 - Open vraag

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Je regarde la télé
A
Je la regarde
B
Je le regarde
C
Je lui regarde

Slide 15 - Quizvraag

Elle rend visite à sa tante
A
Elle la rend visite
B
Elle le rend visite
C
Elle lui rend visite

Slide 16 - Quizvraag

On invite les élèves de la classe
A
On l'invite
B
On lui invite
C
On les invite
D
On leur invite

Slide 17 - Quizvraag

Slide 18 - Tekstslide

Floor donne la lettre à son petit ami.
Vervang la lettre
A
Floor la donne à son petit ami.
B
Floor lui donne à son petit ami.
C
Floor donne la à son petit ami.

Slide 19 - Quizvraag

Floor donne la lettre à son petit ami.
Vervang à son petit ami
A
Floor la donne la lettre.
B
Floor le donne la lettre.
C
Floor lui donne la lettre.

Slide 20 - Quizvraag

Floor va donner la lettre à son petit ami.
Vervang la lettre
A
Floor va la donner à son petit ami.
B
Floor va le donner à son petit ami.
C
Floor la va donner à son petit ami.

Slide 21 - Quizvraag

Vervoeg:
apprendre - présent - il
timer
0:25

Slide 22 - Open vraag

Vervoeg:
apprendre - imparfait - nous
timer
0:25

Slide 23 - Open vraag

Vervoeg:
apprendre- passé composé - il
timer
0:25

Slide 24 - Open vraag

apprendre - conditionnel - vous
timer
0:25

Slide 25 - Open vraag

Vervoeg:
croire - présent - tu
timer
0:25

Slide 26 - Open vraag

Vervoeg:
croire - imparfait - nous
timer
0:25

Slide 27 - Open vraag

Vervoeg:
croire - passé composé - elles
timer
0:25

Slide 28 - Open vraag

Vervoeg:
croire - futur simple - vous
timer
0:25

Slide 29 - Open vraag

croire - conditionnel - je
timer
0:25

Slide 30 - Open vraag

Vervoeg:
devenir - présent - tu
timer
0:25

Slide 31 - Open vraag

Vervoeg:
devenir - imparfait - nous
timer
0:25

Slide 32 - Open vraag

Vervoeg:
devenir - passé composé - elles
timer
0:25

Slide 33 - Open vraag

Vervoeg:
devenir - futur simple - tu
timer
0:25

Slide 34 - Open vraag

Vervoeg:
devenir - conditionnel - il
timer
0:25

Slide 35 - Open vraag