les 10 opvul les

Voorlezen blz. 208

Neem na de meivakantie een leesboek mee naar de Nederlands lessen. 
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Voorlezen blz. 208

Neem na de meivakantie een leesboek mee naar de Nederlands lessen. 

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoel


Je leert: wat moedertaal, tweede taal en vreemde taal zijn.

Slide 2 - Tekstslide

Opdracht 1 blz. 86

Maak opdracht 1: vraag 1,2 en 3


timer
1:30

Slide 3 - Tekstslide

Moedertaal
Wat is een moedertaal?


Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Moedertaal
Wat is een moedertaal?

  • Taal waarin je hebt leren spreken vanaf je geboorte.

Slide 6 - Tekstslide

Moedertaal is de eerste taal die je hoort.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quizvraag

Met moedertaal maak je al kennis in de buik van je moeder.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Moedertaal is de eerste taal die je hoort.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Baby's die net geboren zijn, kunnen nog geen verschil in taal horen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quizvraag

Als baby's de moedertaal horen, zijn ze rustiger dan wanneer ze een vreemde taal horen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quizvraag

Vreemde taal
Wat is een vreemde taal?

  • Taal die je later leert spreken.

Slide 12 - Tekstslide

Tweede taal
Wat is een tweede taal?

  • Taal die je er later bij leert en bijna net zo goed leert spreken als je moedertaal.

Slide 13 - Tekstslide

Je moedertaal is:
A
De taal die je altijd met je moeder spreekt.
B
De taal waarin je hebt leren spreken vanaf je geboorte.
C
De tweede taal die je leerde.
D
Hetzelfde als je vadertaal.

Slide 14 - Quizvraag

Een tweede taal:
A
Is hetzelfde als een vreemde taal.
B
Is een taal die je weinig gebruikt.
C
Leer je spreken vanaf je geboorte.
D
Leer je er later bij.

Slide 15 - Quizvraag

Wanneer ben je meertalig?
A
Als je meer talen regelmatig gebruikt.
B
Als je één taal spreekt.
C
Als je je moedertaal vloeiend spreekt.
D
Als je in een andere taal alleen 'hallo' kunt zeggen.

Slide 16 - Quizvraag

Een vreemde taal
A
Is precies hetzelfde als een tweede taal.
B
Is hetzelfde als je moedertaal.
C
Is een buitenlandse taal die je later leert spreken.
D
Is een taal met gekke klanken.

Slide 17 - Quizvraag

Wat is volgens jou de meest gebruikte moedertaal ter wereld?
A
Arabisch
B
Mandarijn Chinees
C
Engels
D
Spaans

Slide 18 - Quizvraag

De meest gesproken
moedertalen 
ter wereld
1 - Mandarijn Chinees (1,2 miljard)
2 - Spaans (437 miljoen)
3 - Engels (372 miljoen)
4 - Arabisch (295 miljoen)
5 - Hindi (260 miljoen)
6 - Bengali (242 miljoen)
7 - Portugees (219 miljoen)
8 - Russisch (154 miljoen)
9 - Japans (128 miljoen)
10 - Punjabi (110 miljoen)

Slide 19 - Tekstslide

Opdracht 2 
* We lezen samen de tekst. 

* Maak daarna opdracht 2 , we kijken het meteen na. 


Slide 20 - Tekstslide

Opdracht 3 
* Maak opdracht 3, we kijken het meteen na. 

Slide 21 - Tekstslide

Afsluiter 
Blooket: zinsdelen 

Slide 22 - Tekstslide