9.6 Het hormoonstelsel

Hoofdstuk 9 Regeling
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 9 Regeling

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?

Herhalen
Uitleg basisstof 9.6
Opdrachten maken

Slide 2 - Tekstslide

Grote hersenen
Hersenstam
Kleine hersenen
Ruggenmerg

Slide 3 - Sleepvraag

Sleep de juiste betekenis naar het juiste begrip. 
Grote hersenen 
Kleine hersenen 
Hersenstam
Hersencentra voor waarnemingen, bewegingen en geheugen. 
Coördinatie en evenwicht houden.
Verbindingen tussen de hersenen en het ruggenmerg, onbewuste reacties.

Slide 4 - Sleepvraag

ruggenmerg
wervel
zenuw

Slide 5 - Sleepvraag

cellichaam

celkern

korte uitloper
lange uitloper

Slide 6 - Sleepvraag

Bij een bewuste reactie bepaal je zelf hoe je reageert
A
Juist
B
Onjuist

Slide 7 - Quizvraag

Hoe noem je de signaaltjes waarmee je zenuwstelsel communiceerd?
A
Prikkels
B
Impulsen
C
Stroompjes
D
Hormonen

Slide 8 - Quizvraag

De reflexboog van je knie reflex gaat via ....
A
het ruggenmerg
B
de hersenstam
C
de kleine hersenen
D
de grote hersenen

Slide 9 - Quizvraag

De reflexboog van je ooglidreflex gaat via.....
A
het ruggenmerg
B
de hersenstam
C
de kleine hersenen
D
de grote hersenen

Slide 10 - Quizvraag

Reflex
Bewuste reactie

Slide 11 - Sleepvraag

Alcohol heeft invloed op:
A
alleen de grote hersenen
B
alleen de kleine hersenen
C
zowel de grote hersenen als de kleine hersenen
D
niet op de grote hersenen en ook niet op de kleine hersenen

Slide 12 - Quizvraag

Leerdoelen
 - Je kunt de bouw en functie van het hormoonstelsel beschrijven en je kunt in een afbeelding de belangrijkste hormoonklieren benoemen.
- Je kunt de werking beschrijven van hormonen uit de hypofyse en uit de schildklier.
- Je kunt de werking beschrijven van hormonen uit de eilandjes van Langerhans en uit de bijnieren.
Tip: maak onder de les aantekeningen

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Hormoonklieren
  • Produceren hormonen
  • Vervoeren deze via het bloed
  • Regelen werking van organen
  • Alleen de organen die gevoelig zijn voor het hormoon reageren hierop

Slide 15 - Tekstslide

Klier(en)
= een groep cellen in het lichaam dat een stof produceert en afgeeft

1. Klieren met afvoerbuizen: zoals speekselklier, zweetklier
 2. Klieren zonder afvoerbuizen: hormoonklieren geven hormonen af aan het bloed

Slide 16 - Tekstslide

Hypofyse
  1. De hypofyse is een hormoonklier in de hersenen.
  2. Het maakt o.a. het groeihormoon
  3. De hypofyse beïnvloedt andere hormoonklieren (zoals de geslachtsorganen)
Als de hypofyse niet goed werkt, heeft dat invloed op andere hormoonklieren

Slide 17 - Tekstslide

Eierstokken en teelballen

Eierstok --> het hormoon regelt de rijping van folikels en ovulatie

Teelbal --> het hormoon regelt de productie van zaadcellen

Vorming van secundaire geslachtskenmerken

Slide 18 - Tekstslide

Schildklier

Schildklierhormoon stimuleert de verbranding in je lichaamscellen.

Te veel hormoon = te veel verbranding = rusteloos + afvallen
Te weinig hormoon = te weinig verbranding = moe + snel koud
Maakt het schildklierhormoon 

Slide 19 - Tekstslide

Eilandjes van Langerhans
Groepjes cellen in alvleesklier die hormonen maken

Regelen hoeveelheid 
suiker (glucose) in je bloed

Houden bloedsuikerspiegel constant, altijd rond de 0,4%

Slide 20 - Tekstslide

Diabetes
- Eilandjes van Langerhans maken te weinig insuline of
- Het lichaam reageert niet meer goed op insuline. 

--> Te hoog glucosegehalte in je bloed

Slide 21 - Tekstslide

Bijnieren
Produceren het hormoon adrenaline
  • Doel: zorgen dat je snel kunt handelen
  • Wordt gemaakt als je schrikt/ bang bent/ spanning voelt.
  • Gevolg: extra glucose in bloed
  • Hartslag verhoogt, ademhaling versnelt --> spieren reageren (bijv. snel weg kunnen rennen) 


 

Slide 22 - Tekstslide

Verschil in werking van het zenuwstelsel en het hormoonstelsel

Slide 23 - Tekstslide

Samenvatting/aantekening basisstof 9.6 (het hormoonstelsel)
adrenaline: Hormoon dat de glucosespiegel in het bloed snel verhoogt en de hartslag en ademhaling versnelt.
bijnieren: Hormoonklieren die het hormoon adrenaline produceren.
eilandjes van Langerhans: Groepjes cellen in de alvleesklier die hormonen (glucagon en insuline) produceren.
.

Slide 24 - Tekstslide

Deel 2
glucagon: Hormoon dat ervoor zorgt dat de reservestof glycogeen wordt omgezet in glucose.
insuline: Hormoon dat ervoor zorgt dat glucose wordt omgezet in de reservestof glycogeen.
groeihormoon: Hormoon dat de groei van de botten van het skelet regelt.
hypofyse: Hormoonklier aan de onderzijde van de hersenen die verschillende hormonen produceert.
schildklierhormoon: Hormoon dat de stofwisseling en de groei en ontwikkeling beïnvloedt

Slide 25 - Tekstslide

Aan het (huis)werk

Mk 9.6 opdr 1, 2, 3, 6, 7 

Klaar?
Begrippen flitsen
Test jezelfs maken
Samenvattingsopdrachten maken









Slide 26 - Tekstslide