I.2 aantrekkelijk spreken + introductie informatieve (2.1) en overtuigende (2.2) presentaties ROC Flevo 2F

Stillezen
  • We gaan straks eerst 15 minuten stillezen 
  • Hoeveel pagina's kun je denk je lezen in 15 min?
  • Vind je dat veel of weinig?
  • Dan krijg je 2 minuten om samen te vatten. Schrijf voor jezelf op: wie deed er wat met wie, hoe, waar en wanneer en waarom in de bladzijden die je gelezen hebt.
  • Deel jouw samenvatting met de klas.

timer
15:00
timer
2:00
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Stillezen
  • We gaan straks eerst 15 minuten stillezen 
  • Hoeveel pagina's kun je denk je lezen in 15 min?
  • Vind je dat veel of weinig?
  • Dan krijg je 2 minuten om samen te vatten. Schrijf voor jezelf op: wie deed er wat met wie, hoe, waar en wanneer en waarom in de bladzijden die je gelezen hebt.
  • Deel jouw samenvatting met de klas.

timer
15:00
timer
2:00

Slide 1 - Tekstslide

1.2 Aantrekkelijk spreken

Slide 2 - Tekstslide

  • Je weet hoe je aantrekkelijk spreekt
  • Je kunt aantrekkelijker spreken
  • Je kan presenteren met een duidelijke opbouw erin (inleiding, middenstuk en slot)
  • Je kunt een spreker beoordelen




Doelen 

Slide 3 - Tekstslide

Stelling:
Presenteren gaat mij makkelijk af!
😒🙁😐🙂😃

Slide 4 - Poll

  • je weet hoe je aantrekkelijk spreekt
  • je kunt een spreker beoordelen
  • je kunt aantrekkelijker spreken
  • je hebt een presentatie gegeven en/of een presentatie beoordeeld
  • je weet wat het verschil is tussen informatieve presentatie en een overtuigende presentatie

Doelen 

Slide 5 - Tekstslide

Aantrekkelijk spreken
Aantrekkelijk spreken heeft niet alleen te maken met de inhoud, maar ook met de manier van presenteren.
Luisteraars vinden het prettig als je ontspannen bent en tijdens het spreken en  (oog)contact met ze maakt. Dat kun je alleen doen als je je goed hebt voorbereid.



Slide 6 - Tekstslide

Tips aantrekkelijk spreken
  • Maak je publiek (= luisteraars) nieuwsgierig. Begin bijvoorbeeld door iets te vertellen wat je zelf hebt meegemaakt. Je kunt ook beginnen met een of meer vragen.
  • Sta rechtop, houd je handen uit je zakken en maak rustige gebaren.
  • Kijk je publiek zo veel mogelijk aan.
  • Praat duidelijk, rustig en verstaanbaar.
  • Maak je presentatie interessanter door dingen te laten zien of fragmenten te laten horen.


  • Ben je zenuwachtig? Wees op tijd aanwezig, leg je spullen klaar en controleer of de apparatuur werkt. Haal een paar keer diep adem voor je begint; dat helpt ontspannen.

Slide 7 - Tekstslide

Tips
  • bedenk een zin om mee te openen (NIET 'mijn naam is...') 
  • zet niet teveel tekst op je slides
  • gebruik beelden
  • nodig uit om vragen te stellen
  • bedenk een zin om mee af te sluiten

Slide 8 - Tekstslide

Een duidelijke opbouw
Een presentatie met een duidelijke opbouw zorgt ervoor dat je luisteraars je beter begrijpen.

  • Inleiding
  • Kern 
  • Slot

Slide 9 - Tekstslide

Inleiding
  • Stel jezelf voor als het publiek jou niet kent.
  • Maak in je openingszinnen je publiek nieuwsgierig naar de rest van je presentatie.
  • Noem ook het onderwerp van je presentatie.
  • Vertel waarom je dit onderwerp hebt gekozen
  • Vertel in welke volgorde je de informatie gaat vertellen


Slide 10 - Tekstslide

Inleiding
  • Begin met iets uit een gedeeld verleden.
  • Begin met een waarheid als een koe.
  • Begin met een dreigend gevaar.
  • Begin met een citaat.

Slide 11 - Tekstslide

Het Middenstuk

  • Verdeel de informatie in deelonderwerpen (= verschillende kanten van het onderwerp).
  • Zet de deelonderwerpen in een logische volgorde.
  • Gebruik signaalwoorden die de volgorde aangeven, zoals eerst, daarna en vervolgens.

Slide 12 - Tekstslide

Het Slot
  • Herhaal het belangrijkste.
  • Sluit je presentatie af met een leuke slotzin, zodat de luisteraars weten dat je presentatie is afgelopen.
  • Vraag of er nog vragen zijn.

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Hoort met de armen over elkaar staan bij een goede spreekhouding?
A
WEL
B
NIET

Slide 16 - Quizvraag

Hoort zittend presenteren bij een goede spreekhouding?
A
WEL
B
NIET

Slide 17 - Quizvraag

Hoort voorlezen bij een goede spreekhouding?
A
WEL
B
NIET

Slide 18 - Quizvraag

Hoort van tevoren je oordopjes uitdoen bij een goede spreekhouding?
A
WEL
B
NIET

Slide 19 - Quizvraag

Hoort je jas aanhouden bij een goede spreekhouding?
A
WEL
B
NIET

Slide 20 - Quizvraag

Hoort je pet ophouden bij een goede spreekhouding?
A
WEL
B
NIET

Slide 21 - Quizvraag

Hoort je armen losjes naast je lichaam bij een goede spreekhouding?
A
WEL
B
NIET

Slide 22 - Quizvraag

Hoort tegen de muur leunen bij een goede spreekhouding?
A
WEL
B
NIET

Slide 23 - Quizvraag

Hoort vriendelijk kijken bij een goede spreekhouding?
A
WEL
B
NIET

Slide 24 - Quizvraag

Geef Tess drie tips om haar spreekhouding te verbeteren.

Slide 25 - Open vraag

Opdracht 3
Bereid een één-minuutpresentatie voor over je telefoon.
Bereid je voor door antwoord te geven op de vragen. Noteer je antwoord in steekwoorden (= de belangrijkste woorden).
  • Welk merk telefoon heb jij?
  • Waarom heb je deze telefoon gekozen?
  • Hoeveel geld besteed je per maand aan je telefoon?
  • Waarvoor gebruik jij je telefoon?
  • Hoeveel tijd besteed jij per dag aan je telefoon?
  • Wat zou er gebeuren als je een week geen telefoon kunt gebruiken?


Slide 26 - Tekstslide

Je gaat straks jouw presentatie geven
De anderen letten bij de presentatie op de volgende punten. 

  • Je maakt in de eerste zin(nen) het publiek nieuwsgierig naar de rest van jouw verhaal.
  • Je spreektoon is levendig.
  • Je praat rustig en goed verstaanbaar.
  • Je kijkt het publiek zo veel mogelijk aan.
  • Je staat rechtop en maakt zo nu en dan een gebaar.





Slide 27 - Tekstslide

Beoordelingsschemaatje

Slide 28 - Tekstslide

2 soorten presentaties
  • 2.1 informatieve presentaties
  • 2.2 overtuigende presentaties

Slide 29 - Tekstslide

2.1 Presentaties voor je werk of opleiding... 
...zijn vaak om te INFORMEREN.

Het zijn INFORMATIEVE PRESENTATIES.

Slide 30 - Tekstslide

Net als alle presentaties bestaan ze uit:
  • Inleiding
  • Middenstuk 
  • Slot

Slide 31 - Tekstslide

Inleiding 
  • Stel jezelf voor als dat nodig is 
  • Introduceer het onderwerp 
  • Leg je uit wat je gaat vertellen en waarom
  • Geef aan wanneer het publiek vragen mag stellen

Slide 32 - Tekstslide

Middenstuk (hangt van het onderwerp af)
Bijvoorbeeld:

Slide 33 - Tekstslide

Slot
  • Geef je een korte samenvatting.
  • Afhankelijk van het middenstuk een conclusie, een advies, iets over hoe het in de toekomst zal zijn, of wat de beste oplossing zou zijn.
  • Geef gelegenheid tot vragen stellen.
  • Bedank het publiek

Slide 34 - Tekstslide

2.2 Overtuigend presenteren
Hoe overtuig je mensen...
  •  ...dat een nieuwe aanpak echt nodig is?
  • dat het echt een heel goed idee is?
  • of dat iets de beste oplossing is?

Met een OVERTUIGENDE PRESENTATIE.

Slide 35 - Tekstslide

Net als alle presentaties bestaan ze uit:
  • Inleiding:  
  • middenstuk 
  • Slot

Slide 36 - Tekstslide

Inleiding 
  • Stel jezelf voor als dat nodig is 
  • Introduceer het onderwerp 
  • Sluit aan bij de ervaring van het publiek
  • Maak ze nieuwsgierig.
  • Formuleer kort je mening over het onderwerp

Slide 37 - Tekstslide

Middenstuk 
  • Noem argumenten waarom jouw idee, aanpak, oplossing de beste is.
  • geef bij elk argument uitleg of een voorbeeld.
  • gebruik signaalwoorden om de argumenten op te sommen: ten eerste , zoals ook, bovendien. Dan herkent het publiek de argumenten beter. 

Slide 38 - Tekstslide

Slot
  • Geef je een korte samenvatting van de belangrijkste argumenten.
  • Herhaal jouw mening.
  • Geef gelegenheid om vragen te stellen.
  •  Bedank het publiek

Slide 39 - Tekstslide

Zelf maken:
  • 2.1 Spreken: informatieve presentaties opdracht 1,2,3
  • 2.2 Spreken:overtuigende presentaties opdracht 1,2,3


Slide 40 - Tekstslide