Quiz geld en winkelen


Quiz



Geld en winkelen
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
TaalBasisschoolGroep 3

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les


Quiz



Geld en winkelen

Slide 1 - Tekstslide

Quiz
Een afdeling is een deel van een winkel. Waar zie jij de kinderafdeling?
A
B
C
D

Slide 2 - Quizvraag

Quiz
Op welke plaatjes zie je dat er wordt afgerekend?
A
B
C
D

Slide 3 - Quizvraag

Quiz
Waar zie je een bedrag?
A
B
C
D

Slide 4 - Quizvraag

Quiz
Met welk briefje kun je betalen?
A
B
C
D

Slide 5 - Quizvraag

Quiz
Kim is eigenaresse van een schoenenwinkel. Waar zie je haar?
A
B
C
D

Slide 6 - Quizvraag

Quiz
Jan heeft een eigen zaak.Een ander woord voor 'zaak' is ...
A
Afdeling
B
Etalage
C
Toonbank
D
Winkel

Slide 7 - Quizvraag

Quiz
Waar zie je een etalage? Er zijn meerdere antwoorden goed. 
A
B
C
D

Slide 8 - Quizvraag

Quiz
Kijk naar de foto. Kun je in deze winkel nu spullen kopen?
A
Ja
B
Nee

Slide 9 - Quizvraag

Quiz
Opa en oma geven veel cadeau's. Ze zijn...
A
Zuinig
B
Gul

Slide 10 - Quizvraag

Quiz
Hoeveel klanten zie je in de winkel?
A
1
B
6
C
4
D
3

Slide 11 - Quizvraag

Quiz
In welke pot kun je geld bewaren?
A
B
C
D

Slide 12 - Quizvraag

Quiz
De winkel van de bakker gaat om 8 uur 's morgens...
A
Dicht
B
Open

Slide 13 - Quizvraag

Quiz
Iemand die niet gul is, is ..
A
Arm
B
Gesloten
C
Open
D
Zuinig

Slide 14 - Quizvraag

Quiz
Tim krijgt elke week 1 euro...
A
Boete
B
Zakgeld

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Tekstslide