oefenen Argumenteren Argumentatiestructuren en Argumentatieschema's
Argumentatie
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4
In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Onderdelen in deze les
Argumentatie
Slide 1 - Tekstslide
Standpunt en argumenten uit een tekst halen
Argumentatiestructuren (blokjesschema’s) tekenen en benoemen! Standpunt altijd bovenaan!
argumentatieschema's
argumenten feitelijk of waarderend
redeneringen
opbouw alinea (blokjesschema)
Slide 2 - Tekstslide
argumentatiestructuren
Een redenering bestaat uit een standpunt en argumenten.
Je kunt dit schematisch weergeven in een blokjesschema. Dat noem je een argumentatiestructuur.
Slide 3 - Tekstslide
Herhaling argumentatiestructuur
Enkelvoudige argumentatie
Nevenschikkende argumentatie
Onderschikkende argumentatie
Slide 4 - Sleepvraag
timer
3:00
Slide 5 - Tekstslide
Upload een foto van jouw blokjesschema
Slide 6 - Open vraag
F= Meisjes halen hogere cijfers op proefwerken dan jongens
E- Jongens zijn met een 6 al tevreden, meisjes niet
C= Jongens vinden school niet zo belangrijk als meisjes
A. Jongens en meisjes leiden elkaar af.
B. Jongens en meisjes moeten lesstof op een verschillende manier gepresenteerd krijgen
G. Meisjes willen meer leren dan jongens
D. Jongens willen meer doen dan meisjes
i. Meisjes zijn verder in hun geestelijke ontwikkeling dan jongens.
h. Meisjes worden eerder volwassen dan jongens
Slide 7 - Tekstslide
Vooraf: Welke argumentatiestructuren ken je nog?
Slide 8 - Open vraag
Slide 9 - Tekstslide
Slide 10 - Tekstslide
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Tekstslide
Slide 13 - Tekstslide
A
enkelvoudige argumentatie
B
nevenschikkende argumentatie (afhankelijk)
C
nevenschikkende argumentatie (onafhankelijk)
D
onderschikkende argumentatie
Slide 14 - Quizvraag
A
enkelvoudige argumentatie
B
nevenschikkende argumentatie (afhankelijk)
C
nevenschikkende argumentatie (onafhankelijk)
D
onderschikkende argumentatie
Slide 15 - Quizvraag
A
enkelvoudige argumentatie
B
nevenschikkende argumentatie (afhankelijk)
C
nevenschikkende argumentatie (onafhankelijk)
D
onderschikkende argumentatie
Slide 16 - Quizvraag
Argumentatieschema's
= Het verband tussen argument(en) en standpunt
Er zijn verschillende argumentatieschema’s. De argumentatie kan gebaseerd zijn op:
• oorzaak en gevolg; • kenmerk of eigenschap; • voor- en nadelen; • voorbeelden; • vergelijking; • autoriteit.
Slide 17 - Tekstslide
Haar nieuwe baas komt uit Limburg. Hij zal dus wel met een zachte g praten.
A
autoriteit
B
kenmerk of eigenschap
C
vergelijking
D
voorbeeld(en)
Slide 18 - Quizvraag
Myanmar is schuldig aan het verdrijven van de moslims uit het land. Amnesty International heeft de bewijzen daarvoor vorige week gepubliceerd.
A
autoriteit
B
kenmerk of eigenschap
C
vergelijking
D
voorbeeld(en)
Slide 19 - Quizvraag
Vorige week organiseerde de dorpscommissie nog een soepactie voor de bejaarden. Ze doet goed werk voor de gemeenschap.
A
autoriteit
B
kenmerk of eigenschap
C
vergelijking
D
voorbeeld(en)
Slide 20 - Quizvraag
Mobiele telefoons moeten tijdens de les uit staan. In het theater en in de bioscoop moet dat namelijk ook.
A
autoriteit
B
kenmerk of eigenschap
C
vergelijking
D
voorbeeld(en)
Slide 21 - Quizvraag
Onze geschiedenisleraar is opgegroeid in een Indisch gezin: hij zal dit pittige gerecht zeker waarderen.
A
autoriteit
B
kenmerk of eigenschap
C
vergelijking
D
voorbeeld(en)
Slide 22 - Quizvraag
In Amstelveen is vorige week een drone een huis in gevlogen. Het wordt volgens mij de hoogste tijd dat dronebezitters een vliegbewijs moeten halen voordat ze hun drone mogen gebruiken.