V6 T3 Gaswisseling en uitscheiding Bas 1 en 2

V6 T3 Gaswisseling en uitscheiding Bas 1 en 2
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

V6 T3 Gaswisseling en uitscheiding Bas 1 en 2

Slide 1 - Tekstslide

Voorkennis
- Welke stofwisselingsprocessen vinden in de cel plaats? 
- Hoe wordt de homeostase in het lichaam "geregeld"?
- Waar wordt de ademhaling aangestuurd?

Slide 2 - Tekstslide

Wat zijn de eindproducten bij de aerobe dissimilatie?
A
zuurstof en glucose
B
koolstofdioxide en melkzuur
C
koolstofdioxide en water
D
koolstofdioxide en alcohol

Slide 3 - Quizvraag

Waar wordt dit geregeld in het centrale zenuwstelsel?
Blokje ongecontroleerd weggooien
Blokjes opstapelen als een toren
middenrif aanspannen of ontspannen 
hartfrequentie verhogen

Slide 4 - Sleepvraag

De bouw van het ademhalingsstelsel

Slide 5 - Tekstslide

De bouw van het ademhalingsstelsel

Slide 6 - Tekstslide

De bouw van het ademhalingsstelsel

Slide 7 - Tekstslide

Gaswisseling = opname en afgifte van gassen aan de lucht. Dit gebeurt in de longblaasjes.

Slide 8 - Tekstslide

Gaswisseling bij vissen

Slide 9 - Tekstslide

Het transport van zuurstof

Slide 10 - Tekstslide

Transport van zuurstof

Slide 11 - Tekstslide

Transport O2
  • Hemaglobine: vier heemgroepen met ijzeratoom
  • Als zuurstof bindt aan ijzer vormt het oxyhemoglobine
  • Hb + O2 ↔ HbO2
  • Hoge zuurstofspanning: bindt zuurstof (reactie naar rechts)
  • Lage zuurstofspanning: zuurstof laat los (reactie naar links)

Slide 12 - Tekstslide

Basisstof 2: Longventilatie

Slide 13 - Tekstslide

Spirogram

Slide 14 - Tekstslide

samenvattend in woorden
Er zijn twee manieren van ademhalen: 
borstademhaling en buikademhaling

Beide berusten op het feit dat de longinhoud vergroot wordt. Dit gebeurt door aanspannen van de buitenste tussenribspieren of aanspannen van het middenrif. Hierdoor ontstaat een onderdruk, waardoor lucht naar binnen gezogen wordt. 

Slide 15 - Tekstslide

Luchtdruk

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

plaatsing spieren

Slide 18 - Tekstslide

Bij uitademen ontspannen de spieren zich. Hierdoor gaat óf het borstbeen met de ribben naar beneden óf het middenrif omhoog. Er ontstaan een kleinere ruimte, waardoor er overdruk ontstaat en de lucht stroomt naar buiten.
Voor een diepe inademing worden ook de halsspieren gebruikt, voor een diepe uitademing worden de binnenste tussenribspieren ook aangespannen.

Slide 19 - Tekstslide

Basisstof 2
Longventilatie

Slide 20 - Tekstslide

Respirogram 83B
  • Vt/AV = ademvolume
  • IRV = inspiratoir reservevolume
  • ERV = expiratoir reservevolume
  • RV = restvolume/residuvolume
  • VC = vitale capaciteit
  • FRC = functionele residuele capaciteit
  • TC/TLC = totale longcapaciteit

Slide 21 - Tekstslide

Interpleurale ruimte
  • Dunne laag vloeistof in ruimte tussen longvlies en borstvlies
  • Lagere druk dan buitenlucht

Slide 22 - Tekstslide

De rekreceptoren meten de mate van uitrekking, via feedback wordt de inademing gestopt en ga je uitademen.

Bij hyperventilatie gaan personen te snel ademen, waardoor teveel CO2 uitgeademd wordt en het gehalte te laag wordt in het bloed.

Slide 23 - Tekstslide

Regeling ademfrequentie

Slide 24 - Tekstslide

Leerdoelen B2
  • Je kunt uitleggen op welke wijze longventilatie tot stand komt
  • Je kunt beschrijven hoe het longvolume verandert tijdens ventilatiebewegingen
  • Je kunt beschrijven hoe de ademfrequentie wordt geregeld

Slide 25 - Tekstslide

Regeling ademfrequentie in woorden

Het ademcentrum regelt de activiteit van de ademspieren. Hiervoor zitten er chemoreceptoren in de hersenstam, de wand van de aorta en de wand van de halsslagaders. Deze meten de pCO2. Als er weinig zuurstof in het bloed zit, neemt de gevoeligheid voor CO2 toe. Door sneller en krachtiger samen te trekken, kan de hoeveelheid geventileerde lucht wel 20x zo groot worden.

Slide 26 - Tekstslide

Borstholte, rustig en diep in- en uitademen
- longventilatie
- longvlies
- borstvlies
- interpleurale ruimte
- ribademhaling/borstademhaling
- middenrifademhaling/buikademhaling

Slide 27 - Tekstslide

Chemoreceptoren
Rekreceptoren

Slide 28 - Tekstslide

Ademvolume
- ademvolume
- dode ruimte
- inspiratoir reservevolume
- expiratoir reservevolume
- restvolume
- vitale capaciteit
- longvolume/longcapaciteit

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide