5.3 Versneld-eenparig-vertraagd + 5.4 Remmen en botsen

5.3 Versneld-eenparig-vertraagd + 5.4 Remmen en botsen
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

5.3 Versneld-eenparig-vertraagd + 5.4 Remmen en botsen

Slide 1 - Tekstslide

Programma
Activiteit
Doel
Tijdsduur
-Huiswerk nakijken
Reflecteren op vorige leerdoelen
10 min
-Formatieve check
10 min
-Soorten bewegingen
Nieuwe leerdoelen introduceren
20 min
-Remmen en botsen
20 min
-Oefenen
Nieuwe leerdoelen verwerken
20 min

Slide 2 - Tekstslide

Oefeningen nakijken
Ik loop langs om te controleren of je je spullen bij je hebt en of de oefeningen gemaakt zijn.

De antwoorden staan in het eerste tabblad van de Studiewijzer in Magister.
timer
10:00

Slide 3 - Tekstslide

Reflecteren op vorige leerdoelen
Klik op de link om naar een nieuwe les te gaan, hierbij kan je zelf feedback geven op je leerdoelen:

Slide 4 - Tekstslide

Leerdoelen
Wat behandelen we vandaag?

  • Je kunt uitleggen wat er gebeurt met de snelheid bij een eenparige, versnelde en vertraagde beweging.
  • Je kunt de snelheid op elk moment van de beweging berekenen bij een eenparige beweging.
  • Je kunt het (x,t)-diagram en het (v,t)-diagram van een eenparige, versnelde en vertraagde beweging herkennen en aflezen.
  • Je kunt met een (x,t)-diagram nagaan wanneer twee weggebruikers elkaar passeren.
  • Je kunt uitleggen wat de remweg is en waarvan de remweg afhangt.
  • Je kunt aan de hand van een grafiek uitleggen wat het verband is tussen de beginsnelheid en de remweg.
  • Je kunt uitleggen wat bedoeld wordt met de reactietijd en de reactie-afstand.
  • Je kunt de stopafstand van een auto berekenen.

Slide 5 - Tekstslide

Wat is een constante snelheid?

Slide 6 - Open vraag

Eenparige beweging
Een eenparige beweging heeft een constante snelheid.

Het voorwerp versnelt of vertraagt dus nooit.

Hierdoor is de snelheid van het voorwerp, hetzelfde als de gemiddelde snelheid.
v = vgem


Slide 7 - Tekstslide

Jan heeft een stroboscopische foto gemaakt van een speelgoedauto die eenparig beweegt. De tijd tussen 2 lichtflitsen was 0,6 s.
Bereken de snelheid van de
speelgoedauto.

Slide 8 - Open vraag

Versnelde beweging
Bij een versnelde beweging gaat het voorwerp zich steeds sneller verplaatsen.


Dit betekent dat v ≠ vgem.

Slide 9 - Tekstslide

Vertraagde beweging
Bij een vertraagde beweging gaat het voorwerp zich steeds
langzamer verplaatsen.


Dit betekent ook weer dat v ≠ vgem.

Slide 10 - Tekstslide

Bewegen Lisa en Bram
eenparig, versneld of
vertraagd?
A
Eenparig
B
Versneld
C
Vertraagd

Slide 11 - Quizvraag

Bereken de gemiddelde
snelheid van Bram.
A
1 m/s
B
10 m/s
C
3 m/s
D
30 m/s

Slide 12 - Quizvraag

Wanneer komen Lisa en
Bram elkaar tegen?
A
t = 0 s
B
t = 5 s
C
t = 10 s

Slide 13 - Quizvraag

(v, t)-diagram
In een (v, t)-diagram kan je makkelijk zien welk type beweging er plaats vindt.

a: Een eenparig versnelde beweging, dit betekent dat de snelheid gelijkmatig versneld. (dus elke seconde 5 m/s sneller)


b: Een eenparige beweging.


c: Een eenparig vertraagde beweging, de snelheid gaat hier gelijkmatig vertragen.
(dus elke seconde 5 m/s langzamer)



Slide 14 - Tekstslide

Een auto trekt op. Wat voor soort beweging is dit?
A
Eenparige versnelde beweging
B
Eenparige beweging
C
Eenparige vertraagde beweging

Slide 15 - Quizvraag

Dezelfde auto moet opeens plots hard remmen. Welke factoren zijn belang voor de remafstand.

Slide 16 - Open vraag

De remweg
Wanneer een auto remt, gaat deze steeds langzamer bewegen, totdat deze stil staat. De afstand die de auto erover doet om te remmen heet de remweg.

De lengte van de remweg is afhankelijk van verschillende factoren:
  1. Beginsnelheid, hoe sneller de auto gaat voor het remmen, hoe langer de remweg is.
  2. Massa, hoe groter de massa van de auto, hoe moeilijker het is om te remmen.
  3. Remkracht, hoe harder je de rem induwt, hoe korter de remweg zal worden.

Slide 17 - Tekstslide

Beginsnelheid
Wanneer je steeds harder rijdt, wordt de remweg exponentieel langer, wat betekent dit?


Voorbeeld: Als de auto bij 40 km/h een remweg heeft van 10 m, hoe lang is de remweg dan bij 80 km/h?

Slide 18 - Tekstslide

Als de auto bij 40 km/h een remweg heeft van 10 m, hoe lang is de remweg dan bij 80 km/h?

Slide 19 - Open vraag

De reactietijd
Het remmen is niet de enige factor die invloed heeft op de afstand die je auto nodig heeft om te remmen.

Je eigen reactietijd is ook van belang!

Die tijd die zit tussen het gevaar zien en het remmen, heet de reactietijd.

De gemiddelde reactietijd van een persoon ligt tussen de 0,7 en 1 seconde.


Slide 20 - Tekstslide

Stopafstand
De stopafstand is anders dan de remweg.
De stopafstand houdt rekening met zowel de remweg als de reactietijd.

Stopafstand = remweg + reactieafstand

Slide 21 - Tekstslide

Justine rijdt met 50 km/h over een lokale weg als ze plotseling moet remmen voor een overstekende hond. Haar reactietijd is 1,0 s. De remweg is 15 m. Bereken de stopafstand.

Slide 22 - Open vraag

Botsingen
Wanneer een auto ergens tegenaan botst is de remweg heel
kort, dit is gevaarlijk voor de mensen die erin zitten. 

Daarom zijn er veiligheidsmaatregelen die de remweg verlengen of de passagiers veiliger maakt:
  1. Kreukelzone, bij een botsing kreukt de voorkant van een auto, dit verlengt de remweg een beetje.
  2. Veiligheidsgordels, deze houden je tegen bij een botsing.
  3. Airbags, houden je tegen bij een botsing.

Slide 23 - Tekstslide

Oefeningen
Wie?
Zelfstandig of duo's in rust.
Wat?

Hoe?
Uit het boek
Hulp?
Docent
Tijd?
Tot 5 minuten voor eindtijd.
Uitkomst?
Je beheerst de gestelde leerdoelen.
Klaar?
Werken aan een ander vak
Hoofdstuk 5 Paragraaf 3:                                  Hoofdstuk 5 Paragraaf 4:
1 t/m 10                                                                       1 t/m 11

Slide 24 - Tekstslide

Welke leerdoelen beheers je nu?
Deze leerdoelen beheers ik nu al
Deze leerdoelen beheers ik nog niet. Dus ga ik hier nog mee verder oefenen/lezen. Anders vraag ik hulp aan de docent.
Je kunt uitleggen wat er gebeurt met de snelheid bij een eenparige, versnelde en vertraagde beweging.
Je kunt met een (x,t)-diagram nagaan wanneer twee weggebruikers elkaar passeren.
Je kunt de stopafstand van een auto berekenen.
Je kunt de snelheid op elk moment van de beweging berekenen bij een eenparige beweging.
Je kunt uitleggen wat de remweg is en waarvan de remweg afhangt.
Je kunt aan de hand van een grafiek uitleggen wat het verband is tussen de beginsnelheid en de remweg.
Je kunt uitleggen wat bedoeld wordt met de reactietijd en de reactie-afstand.
Je kunt het (x,t)-diagram en het (v,t)-diagram van een eenparige, versnelde en vertraagde beweging herkennen en aflezen.

Slide 25 - Sleepvraag