EHBO 3TDV stukje hitteberoerte

EHBO H2
De functie van belangrijke organen en weefsels
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • Wat bedoeld wordt met de vitale organen.
  • Hoe het hart, de longen en de bloedsomloop werken.
  • Reanimeren
  • Wat een AED is en hoe je deze moet gebruiken.
1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3,4

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 9 videos.

time-iconLesduur is: 85 min

Onderdelen in deze les

EHBO H2
De functie van belangrijke organen en weefsels
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • Wat bedoeld wordt met de vitale organen.
  • Hoe het hart, de longen en de bloedsomloop werken.
  • Reanimeren
  • Wat een AED is en hoe je deze moet gebruiken.

Slide 1 - Tekstslide

Vitale organen

  • Hart
  • Longen
  • Hersenen

Deze 3 organen zijn van levensbelang. 
De drie vitale functies hangen nauw samen met elkaar.
Als 1 van de 3 uitvalt, zullen de andere meestal volgen.
Een storing in een vitaal orgaan is dan ook
levensbedreigend.
EHBO slogan: threat first what kills first!


Slide 2 - Tekstslide

Longen
De longen zorgen ervoor dat het lichaam zuurstof krijgt.

Zacht en sponsachtig orgaan =>kwetsbaar!

Middenrif is belangrijkste ademhalingsspier.



Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Hersenen
De hersenen bestaat uit drie delen
  • de grote hersenen;
  • de kleine hersenen;
  • de hersenstam.

De hersenen zijn belangrijk voor
  • het besturen van je lichaam, zoals je beweging, gevoel en gedrag;
  • het regelen van je lichaamstemperatuur, hartslag, ademhaling en bloeddruk;
  • het geheugen, bewustzijn en emoties.


Slide 5 - Tekstslide

De hersenen hebben als functie:
A
Besturen van het lichaam
B
Regelen van o.a temperatuur, ademhaling en hartslag
C
Belangrijk voor het geheugen, bewustzijn en emoties
D
Alle antwoorden zijn goed

Slide 6 - Quizvraag

Hart
Het hart is verdeeld in
   
  • een linkerhelft – bevat zuurstofrijk bloed;
  • een rechterhelft – bevat zuurstofarm bloed.

Beide helften zijn ook weer verdeeld in twee delen
  • een bovenste deel = boezem;
  • een onderste deel = kamer.

Tussen de boezem en de kamer zitten hartkleppen.



Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Wat is de functie van het hart?
A
Het bloed door je lichaam pompen
B
Het besturen van gevoel en gedrag
C
Het opbouw van lichaamscellen

Slide 9 - Quizvraag

De bloedsomloop

  • de kleine bloedsomloop: hart-longen hart
  • de grote bloedsomloop: hart-lichaam hart

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Wat is de functie van de bloedsomloop
A
Vervoer van zuurstof naar alle organen
B
Vervoer van zuurstof naar alle organen en weefsels
C
Vervoer van zuurstof en voedingsstoffen naar de weefsels
D
Vervoer van zuurstof en voedingsstoffen naar de cellen en afvoer van CO2

Slide 12 - Quizvraag

Reanimatie
Reanimatie

  • het kunstmatig overnemen van de ademhaling en de bloedsomloop wanneer er sprake is van een circulatiestilstand (stilstand van de bloedsomloop);

  • bestaat uit het geven van beademing en borstcompressie (hartmassage).

Slide 13 - Tekstslide

Weetjes reanimatie
> 300 mensen krijgen per week een hartstilstand buiten het ziekenhuis    70% hiervan is in en rondom huis

> Snel handelen kan levensreddend zijn 
eerste 6 minuten!!!!

> ± 24% kans op overleving na reanimatie 
met een goede kwaliteit van leven



Slide 14 - Tekstslide

Eigen ervaring reanimatie

Zelf wat meegemaakt?



Ajax speler Nouri



Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Zelf oefenen
> Per 2-tal 1 pop
> Geef feedback aan elkaar op basis van stappenplan

> Pop schoonmaken voor gebruik!

Slide 29 - Tekstslide

Reanimatie + AED

Slide 30 - Tekstslide

AED
Automatische Externe Defibrillator
een draagbaar apparaat dat het hartritme weer kan herstellen bij een hartstilstand;




Logo>

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

als een slachtoffer op bed ligt wat doe je dan?
A
je laat hem op bed liggen , klimt er bij op bed en gaat reanimeren
B
je legt het slachtoffer op de grond en gaat daar reanimeren
C
je legt een harde plank onder het slachtoffer en klimt op het bed en gaat daar reanimeren
D
je laat hem op het bed liggen en gaat er naast staan om te reanimeren

Slide 33 - Quizvraag

Gewrichten

Een gewricht is een verbinding tussen twee botten waarbij beweging mogelijk is.
Gewrichten zorgen voor de bewegelijkheid van het skelet.

Soorten gewrichten:
  • Scharniergewricht;
  • Rolgewricht;
  • Kogelgewricht.


Slide 34 - Tekstslide

Wat is een gewricht?
A
Hiermee kun je aangeven hoe zwaar iets is.
B
Een verbinding tussen 2 botten waarbij beweging mogelijk is.
C
Een ander woord voor kraakbeen.
D
Een ander woord voor 3e kerstdag.

Slide 35 - Quizvraag

Welk gewricht zie je op de afbeelding?
A
Balgewricht
B
Kogelgewricht
C
Rolgewricht
D
Scharniergewricht

Slide 36 - Quizvraag

Hoe heet dit gewricht?
A
Rolgewricht
B
Scharniergewricht
C
Kogelgewricht
D
Enkel

Slide 37 - Quizvraag

Hoe heet dit gewricht?
A
Rolgewricht
B
Scharniergewricht
C
Kogelgewricht
D
Enkel

Slide 38 - Quizvraag

Bloeddruk

Bloeddruk is de kracht waarmee het hart het bloed de vaten in pompt.
  • Het hart pompt het bloed met kracht de slagaders in;
  • Er ontstaat een druk op de bloedvaten. Deze moet niet te hoog worden.

Een hoge bloeddruk vergroot de kans op hart- en vaatziekten.
Cholesterol is een vetachtige stof die in je lichaam voorkomt.

Cholesterol is belangrijk voor je lichaam, voor de opbouw van lichaamscellen, de productie van hormonen en de spijsvertering.



Slide 39 - Tekstslide

Mensen met een te hoog cholesterol, hebben meer kans op
A
suikerziekte
B
leverziekten
C
hart-en vaatziekten
D
dementie

Slide 40 - Quizvraag

Wanneer spreken we van een hoge bloeddruk
A
Bloeddruk is 120/80
B
Bloeddruk boven de 140/90

Slide 41 - Quizvraag

Welk product kun je beter niet eten bij een te hoge bloeddruk?
A
Bouillon
B
Banaan
C
Kipfilet
D
Kabeljauw

Slide 42 - Quizvraag

Slide 43 - Video

Slide 44 - Video

Slide 45 - Video

Oververhitting (hitteberoerte)

Oververhitting ontstaat door een verhoogde lichaamstemperatuur > 40,5˚C

Symptomen
• een hete droge huid;
• afwezigheid van transpiratie;
• een bleek gelaat;
• verward en onrustig gedrag;
• een snelle hartslag;
• bewusteloosheid.


Slide 46 - Tekstslide

Slide 47 - Video

Eerste hulp bij hitteberoerte

  1. Je belt 112 als het slachtoffer suf, verward is of evenwichtsstoornissen heeft;
  2. Je brengt het slachtoffer naar een koele ruimte/plaats;
  3. Je verwijdert overtollige kleding;
  4. Je koelt het slachtoffer door:
  • doeken, gedrenkt in water, op het slachtoffer te leggen (vervang de doeken na elke 2 minuten);
  • het slachtoffer te besproeien met koud water onder een douche;
  • ijs of coldpacks in de nek, liezen, oksels en knieholtes van het slachtoffer te leggen;
  • de huid van het slachtoffer nat te maken en een ventilator erop te richten.

Slide 48 - Tekstslide

Welke symptomen kunnen optreden bij een hitteberoerte?
A
Lage bloeddruk
B
Misselijkheid
C
Verhoogde lichaamstemperatuur
D
Hoesten

Slide 49 - Quizvraag

Hoe kun je iemand met een hitteberoerte helpen afkoelen?
A
Inpakken met een warme deken
B
Ventilator gebruiken
C
Koelen met koud water
D
Warme dranken geven

Slide 50 - Quizvraag

Wat moet je doen bij een hitteberoerte?
A
Persoon in de zon laten liggen
B
Persoon naar een koele omgeving brengen
C
Direct 112 bellen
D
Persoon iets warms laten drinken

Slide 51 - Quizvraag