Periode 3 week 8 Referentiematen

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMBOStudiejaar 1,2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Terugblik vorige les + 2 voorbeeldopgaven uit oefenexamen

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Referentiematen
ter voorbereiding op examen nieuwe rekeneisen

Slide 6 - Tekstslide

Lesdoelen van vandaag:

Ik kan schattingen maken met referentiematen. 
Ik kan rekenen met referentiematen.

Slide 7 - Tekstslide

Referentiematen gewicht

Slide 8 - Tekstslide

Referentiematen

Slide 9 - Tekstslide

Referentiematen inhoud

Slide 10 - Tekstslide

1.6 referentiematen

Slide 11 - Tekstslide

Allerlei referentiematen
Inhoud 

Slide 12 - Tekstslide

Om schattingen te kunnen maken is het belangrijk bekende aantallen en hoeveelheden te weten. Zo’n maat heet een referentiemaat.
Om oppervlakte of inhoud te schatten gebruik je vaak referentiematen voor lengte.

Een aantal belangrijke referentiematen voor lengte zijn:
  • Een volwassen man is ongeveer 1,80 m lang.
  • De hoogte van een deur is ongeveer 2 m.
  • Een verdieping van een gebouw is ongeveer 3 m hoog.



Slide 13 - Tekstslide

Naast de referentiematen voor lengte, zijn er ook referentiematen voor oppervlakte en inhoud.

Een aantal belangrijke referentiematen voor oppervlakte en inhoud zijn:
  • De oppervlakte van een voetbalveld is 0,5 ha (50 × 100 m).
  • De inhoud van een kopje is 200 mL.
  • De inhoud van een pak melk is 1 liter.
  • De inhoud van een emmer is 10 liter



Slide 14 - Tekstslide

Naast de referentiematen die hierboven staan, kun je ook een maat die jij kent als referentie gebruiken.
  • Het gebouw heeft vier verdiepingen.
  • Een verdieping is ongeveer 3 m hoog.
  • Het gebouw is ongeveer 4 × 3 = 12 m hoog.
  • Het gebouw is iets breder dan hoog.
  • Het gebouw is ongeveer 15 m breed.
  • Het gebouw is ongeveer 15 m lang.
  • De inhoud van het gebouw is ongeveer: 15 × 15 × 12 = 2700 m3.


Slide 15 - Tekstslide

Je staat bij deze paddenstoel. Je ben om 13:45 uur vertrokken vanaf de veerboot. Je loopt naar de Kobbeduinen.
Hoe laat kom je daar ongeveer aan?

referentiemaat: je loopt 5 km/u
A
kwart voor twee
B
kwart over twee
C
kwart voor drie
D
kwart over drie

Slide 16 - Quizvraag

Deze glazen kubus staat in Malaga.
Hoe hoog is een zijkant
van deze kubus?
A
6
B
12
C
18
D
24

Slide 17 - Quizvraag

Wat is de oppervlakte van
de vier zijkanten samen?
A
144m²
B
324m²
C
576m²
D
1296m²

Slide 18 - Quizvraag

Danique huurt een partytent voor
een feest met buffet voor 60 personen.
Hoeveel vierkante meter (m2) moet
de oppervlakte van de partytent zijn
volgens deze referentiematen?
Zie tabel.
A
60m²
B
70m²
C
80m²
D
90m²

Slide 19 - Quizvraag

Danique huurt de partytent met de
oppervlakte die minimaal voor haar
feest nodig is.

Welke partytent huurt Danique?
A
8x8 m
B
8x10 m
C
8x13 m
D
10x5 m

Slide 20 - Quizvraag

Voorbeeldopgave uit examen

Slide 21 - Tekstslide