2KP. Ch 5. E Grammar

1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Today
- Instructie/work together
- Work in silence
- Discuss answers with classmate (+ ask teacher)

Lesson goal: you can use prefixes and suffixes in a sentence

Slide 3 - Tekstslide

Hoe zeg je dat iets kleurrijk is?
Hint: colour...

Slide 4 - Open vraag

Hoe noem je een schilderij?
Hint: paint...

Slide 5 - Open vraag

Hoe noem je een docent?
Hint: teach...

Slide 6 - Open vraag

Hoe noem je iemand die kaal is?
Hint: hair...

Slide 7 - Open vraag

Wat is het woord 'onbetrouwbaar'?
Hint: ...reliable

Slide 8 - Open vraag

Hoe noem je 'iets opnieuw afspelen'?
Hint: ...play

Slide 9 - Open vraag

Wat zie je gebeuren bij de woorden die je net hebt gemaakt?

Slide 10 - Woordweb

Prefix and Suffix 
Prefix en Suffix zijn letters die je toevoegt voor (prefix) of na (suffix) een woord. Deze toevoegingen veranderen de betekenis van het woord. 

Responsible - Irresponsible 
Verantwoordelijk - Onverantwoordelijk 

Slide 11 - Tekstslide

Prefix and Suffix
Re- betekent opnieuw, terug of in reactie tot. Dit zet je vóór een woord.
turn, visit, play, act
return, revisit, replay, react 



Slide 12 - Tekstslide

Maak een woord met re....

Slide 13 - Open vraag

Prefix and Suffix
Mis– wordt gebruikt om een negatieve betekenis te geven als het aan het begin van het woord toegevoegd is. Understand - Misunderstand




Slide 14 - Tekstslide

Maak een woord met mis...

Slide 15 - Open vraag

Prefix and Suffix
Achtervoegsel (suffix)
–er: Deze uitgang maakt een vergelijking. Het wordt ook gebruikt voor een persoon of ding dat een actie doet. slow – slower / teach – teacher

–less betekent zonder.  hair - hairless /  fear - fearless


Slide 16 - Tekstslide

Prefix and Suffix 
–ing achter een woord wordt gebruikt voor een product, materiaal of een werkwoord wat in een zelfstandig naamwoord gezet wordt. 
paint - painting 

 –ful  iets of iemand heeft een bepaalde eigenschap.
colour - colourful, play - playful

Slide 17 - Tekstslide

Her latest movie is about an (in)....... man.
A
inhappy
B
invisible

Slide 18 - Quizvraag

Sam Harris is a famous (non)...... writer.
A
nonficition
B
nondo

Slide 19 - Quizvraag

I'm sorry for this (mis)..........
A
misunderstanding
B
mislikes

Slide 20 - Quizvraag

It is (im) ....... to do.
A
imlegal
B
impossible

Slide 21 - Quizvraag

Get to work
Open your book on page 74-77
Kader: 31, 32a+b, 33b, 33c, 34
Plus: 31, 32b+c, 33b, 33d, 34, 35


Finished? Study for the test!
Slimstampen
timer
10:00

Slide 22 - Tekstslide

What did you learn today?

Slide 23 - Woordweb