3.9 Grammatica - les 1

Welkom!
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom!

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?

  • Dagopening
  • 3.9 Dicteewoorden 
  • Test jezelf naar keuze
  • Begin maken met 3.4 Schrijven

Slide 2 - Tekstslide

Dicteewoorden
Laat zien dat je de woorden hebt overgeschreven.

Slide 3 - Tekstslide

3.5, 3.7, 3.8, 3.9
Kies van een van de paragrafen een Test jezelf
(15 minuten)

Slide 4 - Tekstslide

3.4 Een betogende tekst schrijven

Wat is een betogende tekst?
Wat is de functie van de inleiding bij een betogende tekst?
Waaruit bestaat de kern van een betogende tekst?

Slide 5 - Tekstslide

Een betogende tekst schrijven
Betogende tekst: je wilt de lezer overtuigen van jouw mening door goede  
                                     argumenten te geven

Opbouw:  -titel
                     -inleiding: onderwerp + standpunt
                     -kern: argumenten + onderbouwing/ tegenargument/ weerlegging
                     -slot: conclusie of samenvatting 

Slide 6 - Tekstslide

Inleiding
  • Trek de aandacht
  • Introduceer het onderwerp
  • Geef je mening

Slide 7 - Tekstslide

Kern
  • Gebruik voor ieder argument een aparte alinea.
  • Begin met je sterkste argument.
  • Gebruik signaalwoorden om de alinea's te verbinden.
  • Geef eventueel ook een tegenargument en weerleg deze vervolgens. 

Slide 8 - Tekstslide

Slot
  • Geef een conclusie
  • Of: vat je mening en de belangrijkste argumenten samen.

Slide 9 - Tekstslide

Betogende tekst

Slide 10 - Tekstslide

Blokjesschema

Om te controleren of je 
argumenten echt aansluiten
bij je mening, gebruik je een 
blokjesschema.

Slide 11 - Tekstslide

Oefenen

Maak opdracht 5 in je
werkboek (blz 189).

Slide 12 - Tekstslide

AUB-model
                             "Iedere school moet een politieagent krijgen."

  • Argument: een agent op school zorgt voor meer veiligheid.
  • Uitleg: want een agent kan gelijk ingrijpen als er iets gebeurt.
  • Bijvoorbeeld: als er op school bijvoorbeeld een telefoon gestolen wordt,                                   kan de agent meteen uitzoeken wie dat heeft gedaan.

Slide 13 - Tekstslide

In tweetallen
  • Vergelijk jullie argumenten uit de vorige opdracht
  • Kies samen de sterkste argumenten
  • Twee argumenten voor
  • Een tegenargument + weerlegging
  • Schrijf samen de kern van jullie betogende tekst (drie alinea's, 100-150 woorden, gebruik signaalwoorden

  • Klaar? -> Test jezelf 3.5, 3.7, 3.8 of 3.9


Slide 14 - Tekstslide

In tweetallen
  • Lees de drie teksten.
  • Bepaal welke tekst je het beste vindt.
  • Noteer onderaan of op de achterkant waarom die tekst het beste is.


Slide 15 - Tekstslide

Lay-out en argumentatie
  • Bekijk de teksten nog een keer.
  • Geef nu bij elke tekst een tip en een top.
  • Let op de lay-out (alinea-indeling) en op de argumentatie (overtuigend)


Slide 16 - Tekstslide

Formulering
  • Bekijk de teksten nog een keer.
  • Geef nu bij elke tekst een tip en een top.
  • Let op de formulering (opbouw en lengte van de zinnen + toon) 


Slide 17 - Tekstslide

(Werkwoord)spelling
  • Bekijk de teksten nog een keer.
  • Geef nu bij elke tekst een tip en een top.
  • Let op de (werkwoord)spelling 

       Klaar? -> lever de teksten weer in bij je docent 

Slide 18 - Tekstslide

En nu?
  • Verbeter je tekst a.d.h.v. de feedback die je hebt gekregen.
  • Lever je tekst in via Magister-opdrachten.

Slide 19 - Tekstslide