Verwijswoorden hoofdstuk 4

Lezen
5 min.
In stilte
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Lezen
5 min.
In stilte

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verwijswoord in de volgende zin?
Christiano Ronaldo is de beste voetballer van de wereld, want hij heeft de gouden bal gewonnen.
A
Christiano Ronaldo
B
Hij
C
Er staat geen verwijswoord in de zin.
D
De gouden bal

Slide 4 - Quizvraag

Het woord hij vervangt Christiano Ronaldo = verwijswoord.
Mij of mijn
Bij een bezit gebruik je de woorden mijn, jouw, zijn, haar, hun.

Bij geen bezit gebruik je de woorden: mij, jou, hij

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mij of mijn? vul het juiste woord in.
Dit is .... jas

Slide 6 - Open vraag

Mijn. Bij een bezit gebruik je de woorden mijn, jouw, zijn, haar, hun.

Bij geen bezit gebruik je de woorden:
mij
jou
hij



Mij
Geeft dit woord een bezit aan?

Slide 7 - Open vraag

Nee. Anders zou er mijn staan.
(taalverzorging, blz 148,149)

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zelfstandig werken 2
Opdracht 5 t/m 8
10 minuten
Klaar? opdracht 9 maken
Daarmee klaar? > laten zien
Vragen? eerst degene naast je, daarna aan docent (kom naar het bureau)

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Jou of jouw? kies het juiste woord.
Is dit ... boek?

Slide 13 - Open vraag

Jouw boek. Het is een bezit.
Wat is er niet goed in de volgende zin? Ik heb gisteren me kamer opgeruimd.

Slide 14 - Open vraag

Kamer is een bezit, dus gebruik je mijn.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies