Argumenteren h4

Argumenteren
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Argumenteren

Slide 1 - Tekstslide

Pak je leesboek erbij!
Je gaat 15 minuten lezen.

timer
10:00

Slide 2 - Tekstslide

vorige les
stelling + argument
subjectief / objectief (hoe noemen we dit ook wel?)
argumentatieschema's
brief aan Hoekstra (feedback)

Slide 3 - Tekstslide

Huiswerk
doorlezen H1 en H2 Blink handboek.
Waar ging het over?
Vragen over de stof?

Slide 4 - Tekstslide

Toetsweek 3
Stof: Blink handboek H1, 2 en 3 (leesvaardig en argumentatie)
Leren door te oefenen

Slide 5 - Tekstslide

Lesdoelen + Wat gaan we doen?
  • Herhaling: Je leert welke argumentatiestructuren er zijn
  • Herhaling: Je leert hoe argumentatiestructuren in elkaar zitten
  • Je gaat oefenen met argumentatiestructuren
  • Je kan je standpunt ondersteunen met relevante argumenten
  • Je kan je tekst aanpassen aan het publiek
  • Je zorgt voor variatie in woordgebruik

Slide 6 - Tekstslide

Argumentatiestructuren

Slide 7 - Tekstslide

argumentatiestructuren
Er zijn vier basisstructuren van argumentatie:
1 enkelvoudige argumentatie
2 onderschikkende argumentatie
3 nevenschikkende argumentatie met onafhankelijke argumenten
4 nevenschikkende argumentatie met afhankelijke argumenten


Slide 8 - Tekstslide

Bedenk hieronder nog 2 argumenten bij

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Opdracht

Slide 11 - Tekstslide

Oefenen schema in tekst
  • Kies een van de voorwerpen uit de envelop. 
  • Probeer dit voorwerp te verkopen; schrijf een verkooptekst van 200 - 250 woorden. Bedenk minimaal 5 argumenten.
  • Noteer eerst je standpunt en je argumenten in een blokjesschema. Daarna pas tekstschrijven.
  • Lever je tekst + een uitgewerkt (volledig uitgeschreven) schema in.

        Overtuig je publiek dat je dit voorwerp écht aan moet schaffen.




Slide 12 - Tekstslide

Wat heb je hieraan?
Je leert structuur aan te brengen in je denken door zelf argumenten te sorteren en formuleren.
Hierdoor kun je zelf ook beter argumenteren.
Je oefent zinsbouw en spelling.

Slide 13 - Tekstslide

Gebruik signaalwoorden
Overtuig je publiek om dit voorwerp aan te schaffen:
Noteer je standpunt en argumenten in een blokjesschema

check:  -van boven naar beneden    WANT
                -van onder naar boven          DUS
                -van links naar rechts             EN

Slide 14 - Tekstslide

Opdracht
  • Kies een briefje uit de envelop.
  • Probeer dit voorwerp te verkopen; schrijf een verkooptekst van 200 - 300 woorden. Bedenk minimaal 5 argumenten.
  • Voordat je gaat schrijven, noteer je je standpunt en je argumenten in een blokjesschema.
  • Lever je tekst + een uitgewerkt (volledig uitgeschreven) schema in.
        Overtuig je publiek dat je dit voorwerp écht aan moet schaffen.




timer
30:00

Slide 15 - Tekstslide

Lesdoelen + volgende les
Je hebt geleerd welke argumentatiestructuren er zijn
Je hebt geleerd hoe argumentatiestructuren in elkaar zitten
Je hebt geoefend met argumentatiestructuren
Je kan je standpunt ondersteunen met relevante argumenten
Je tekst is aanpast aan het publiek & je hebt gezorgd voor variatie in woordgebruik
VOLGENDE LES: DROGREDENEN, bijv: Ik hoef geen les te volgen want ik volg als mensen op Tiktok (onjuiste vergelijking)

Slide 16 - Tekstslide

Herinvoering diensplicht
  • We bekijken een fragment over de herinvoering van de dienstplicht.
  • We lezen een artikel over de herinvoering van de dienstplicht
  • Noteer het standpunt of de gebeurtenis waar je het wel of niet mee eens bent of waar je je zorgen om maakt.
  • Noteer alvast argumenten voor jouw standpunt op een blaadje.
  • Noteer wat er volgens jou zou moeten gebeuren.


Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

CDA-leider Hoekstra pleit voor herinvoering dienstplicht

Lees het artikel.
https://www.ad.nl/politiek/cda-leider-hoekstra-pleit-voor-herinvoering-dienstplicht~aff30450/

Slide 19 - Tekstslide

Opdracht
  • Schrijf een ingezonden brief (200 - 300 woorden), waarin je uitlegt of je het wel of niet eens bent met meneer Hoekstra. Zorg hierbij voor een correcte indeling (inleiding - kern - slot).
  • Inleiding: vermeld het standpunt waar je het wel of niet mee eens bent
  • Kern: leg uit waarom je het hier wel/niet mee eens bent. Bedenk                                  drie argumenten. Gebruik voor ieder argument één alinea.
  • Slot: geef aan wat er volgens jou moet gebeuren of herhaal krachtig je                    mening.


Slide 20 - Tekstslide

Doelen
  • Ik kan adequaat reageren op een nieuwsfeit of artikel.
  • Ik kan hierbij mijn standpunt ondersteunen met relevante argumenten.
  • Ik kan mijn tekst aanpassen aan het publiek.
  • Ik kan zorgen voor variatie in woordgebruik.

Slide 21 - Tekstslide

Artikel Dantes hel
huiswerk

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video