Les 8 Zelf dichten

1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Agenda 
1. Oefenen met zelf dichtregels maken 

2. Eventueel Numo: voortgang en vraag?




Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nog 2 lessen

Vandaag: zelf dichtregels maken
Dinsdag: werken aan je SA' s (boekverslag, Numo)

Blijf je lezen?

Oefenen jullie wekelijks met Numo?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Let op
Het gedicht dat je maakt voor je boekopdracht, mag je voordragen op de projectmiddag.

Je mag ook een filmpje maken (zie opdracht) en dat laten zien.

Of je maakt een print en hangt het op (met plaatje van je boek).

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen 

Oefenen met verschillende vormen van rijm (die kunnen bijdragen aan je gedicht voor het SA)

SA' s plannen




Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Statement of inquiry 
Purposeful use of style and structure helps writers creatively convey their perceptions of inner and outer reality. 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen uit deze les
Key Concept = 
Creativity
Related Concepts = 
Purpose 
Structure
Style
Global Concept = Personal and Cultural Expression

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Poëzie
of niet?

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen met rijm
eindrijm 
alliteratie (medeklinkerrijm)
assonantie (klinkerrijm)
volrijm
gelijkrijm (rijk rijm)

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eindrijm
de laatste woorden rijmen

plukken-bukken
veren-kleren
kon-zon
snel-wel

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf zelf een voorbeeld van twee versregels regels die eindrijm bevatten (neem als onderwerp bijvoorbeeld een gebeurtenis uit jouw gelezen boek)

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Alliteratie
woorden beginnen met dezelfde medeklinkers

vissen-vliegen
ze-zweven
riffen-ravijnen
wier-waardoor-wuivende
koralen-krabbetjes


Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf zelf een voorbeeld van twee woorden die allitereren (neem als onderwerp bijvoorbeeld een gebeurtenis uit jouw gelezen boek)

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Assonantie
Woorden hebben dezelfde klinkers

mijn-zijn
struin-buiten
nog-rond

raam-na-raam-na-raam-na-raam-gaan-aan-straat-later-verhaal-schaduwstraattheater



Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf zelf een voorbeeld een versregel met assonantie erin (neem als onderwerp bijvoorbeeld een gebeurtenis uit jouw gelezen boek)

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Volrijm
binnen een regel rijmen de woorden

drietjes-knietjes

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf zelf één versregel met volrijm (neem als onderwerp bijvoorbeeld een gebeurtenis uit jouw gelezen boek)

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Gelijkrijm
ook wel rijk rijm

Het hele eerste woord zit in het tweede

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf zelf één versregel met gelijkrijm (neem als onderwerp bijvoorbeeld een gebeurtenis uit jouw gelezen boek)

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Video

Alleen als je voldoende tijd hebt. Dit onderdeel verwart leerlingen vaak.
Aan de slag
Lees je boek (verder)
Maak je gedicht af
Werk in Numo werkwoordspelling

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zinsbouw
Soms formuleert een schrijver niet-grammaticale zinnen. of goochelt hij met zinsbouw. Die zinnen vallen dan extra op.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Typografie
het gebruik van verschillende lettertypen en zetwijzen (cursief, vetgedrukt)
en de lay-out

Als de typografie echt belangrijk is dan noem je het gedicht een typografisch gedicht of een figuurgedicht.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak zelf
Schrijf een gedicht 

maak gebruik van de vormkenmerken

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies